NieuwVoetbal

De toespraak van Simone Kukenheim op de Nationale Sportherdenking

Simone Kukenheim was als sportwethouder van Amsterdam één van de sprekers op de Nationale Sportherdenking bij het Olympisch Stadion. Hieronder haar tekst.

Foto NOC*NSF

Zes weken na de bevrijding bezocht Koningin Wilhelmina Amsterdam. Op dag twee van het bezoek waren er sportwedstrijden voor jongeren, hier in het olympisch stadion. Het was meer feest dan sport, maar dat was ook de bedoeling. Dagblad Trouw rapporteert: “De 100 meter hardlopen voor dames werd gewonnen door mejuffrouw Timmer met een tijd van 12.9 seconden. De heer Van Beveren won de 100 meter voor heren. Zijn tijd was slecht: 11 punt 6.”

Het is een alledaags bericht uit wat een onwerkelijke tijd moet zijn geweest. Na de hongerwinter en de blijdschap van de bevrijding probeerden mensen hun leven weer op te pakken, een nieuw evenwicht te vinden. Voor velen betekende dat niet teveel terugkijken, maar vooral naar voren. Die moeilijke jaren en herinneringen achter je laten. Zo snel mogelijk terug naar normaal. En ja, daar hoorden ook vertier, sport en lichamelijke ontspanning weer bij.

In het jaar dat we ook een nieuw begin willen maken, en uitkijken naar het EK hier in Amsterdam, wil ik het hebben over de wederopbouw van onze volkssport nummer één. Die verliep allesbehalve soepel, die eerste maanden en jaren na de oorlog. Zo ontbrak het aan velden en materiaal. Bij AFC ging een commissie op jacht naar voetbalshirts, kousen, schoenen en broeken. Een andere commissie bracht broden en aardappelen rond aan de families van leden. Bij Blauw-Wit werden er de eerste tijd geen wedstrijden gespeeld, omdat de spelers fysiek niet sterk genoeg waren.

En bij clubs met veel joodse leden, zoals AED (Allen Eén Doel), waren zo weinig leden teruggekomen, dat er geen volledig elftal meer kon worden opgesteld. Driekwart van de Amsterdamse joden was in de oorlogsjaren weggevoerd en vermoord, dus het kon niemand verbazen dat de gevolgen voor deze clubs enorm waren.

De overwegend joodse voetbalclubs HEDW en BPL waren ook ernstig gehavend, maar wilden zo snel mogelijk de bal weer laten rollen, ook voor spelers die trauma’s of fysieke beperkingen aan de oorlog hadden overgehouden. Helaas werd het de clubs bepaald niet makkelijk gemaakt. Zo mochten ze na de oorlog niet zomaar meer uitkomen in de klasse waar zij in de eerste oorlogsjaren uit verdwenen waren.
En de schulden van HEDW, dat maar liefst 197 leden was verloren, werden door de voetbalbond niet kwijtgescholden, al kwam er wel een betalingsregeling tot stand. Op het oog nog zo’n alledaags bericht, maar wel één waar een wrange werkelijkheid achter schuil ging…

In het jaarverslag van Ajax wordt melding gemaakt van de dood van de voormalig rechtsbuiten van het eerste: Eddy Hamel, bijgenaamd De Belhamel. In 1942 werd hij opgepakt omdat hij geen Jodenster droeg. Via Westerbork kwam hij met zijn familie in Auschwitz terecht, waar hij net als zijn vrouw, kinderen en ouders werd vermoord.

De gruwelijke, moeilijk te bevatten feiten kwamen na de oorlog één voor één naar buiten, maar liever had men het er niet over. Men vluchtte in de alledaagsheid, in de eindjes aan elkaar knopen, in ‘terug naar normaal’. Stilstaan bij het lot van de slachtoffers paste daar niet bij. Het was geen kwaadaardigheid: je kan zelfs goed begrijpen dat mensen in die omstandigheden vooral met zichzelf bezig waren.

Maar het wegkijken van velen in de oorlog, kreeg zo een bitter vervolg na de oorlog. Pas veel later ging men onderscheid maken tussen joodse en niet-joodse slachtoffers, zag men volledig onder ogen wat al die duizenden joden, Roma en Sinti was aangedaan, en durfde men ook toe te geven dat het anders had gemoeten. Met meer mededogen en medemenselijkheid, van instanties, én van buurtgenoten. Net iets vaker een helpende hand of een luisterend oor…

Die eerste maanden na de oorlog stonden in het teken van vreugde, veerkracht en bedrieglijke alledaagsheid, met rouw en ongemak direct onder de oppervlakte. Het was voorzichtig aftasten. En toch brak hier en daar echt de zon weer door. Ook letterlijk, op die dag in augustus 1945, boven dit stadion. De verslaggever schrijft: “Tegen het eind brak de bewolking wat en zo eindigde dit grootse feest toch nog in de zon. Groots, niet om de prestaties, maar omdat de Amsterdamse jeugd toonde dat ook onze sportwereld weer aan het bouwen is.”

Er was weer hoop, nieuwe energie. Het werd allemaal weer ‘normaal’, maar er was ook iets voor altijd veranderd. Mensen keken vooral vooruit, maar durfden uiteindelijk ook om-, én in de spiegel te kijken.

Gelukkig maar, want het is de enige manier om samen verder te gaan.

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je dat laten blijken met een kleine financiële bijdrage.

 
Mijn gekozen waardering € -