NieuwVoetbal

Longa was de eerste voetbalclub met rugnummers

De KNVB had te weinig rugnummers meegenomen naar de Olympische Spelen van 1952. Het was ook even wennen aan dat nieuwerwetse gedoe, alhoewel Longa er toen al een tijdje mee speelde.

Het is handig als voetballers een rugnummer hebben, merkte Het Soerabaijasch Handelsblad in 1938 op, vooral bij het bekijken van een wedstrijd met snelle Engelse voetballers wiens naam wij niet kennen. “Men heeft reeds kunnen lezen, hoe het bij dat positiespel, bij deze plaatsverwisselingen, in het werk ging. De switch noemt men in Engeland deze wijze van spelen, die werkelijk kostelijk is. En die zoo vlug in zijn werk gaat, dat het dragen van rugnummers, zooals Woensdag weer geschiedde, een haast onmisbaren steun voor toeschouwers en verslaggevers beteekent.’

Gelukkig was in het Engelse voetbal het rugnummer in de jaren 30 reeds een bekend verschijnsel, zodat bovenstaande verslaggever houvast had. In Nederland daarentegen was er in die tijd nog geen sprake van, wat voor enorme verwarring zorgde bij het belangrijkste doelpunt van het seizoen 1933-1934.

In het Olympisch Stadion speelden KFC en Ajax een beslissingswedstrijd voor de nationale titel, toen een Ajacied tegen de spelverhouding in scoorde en daarmee het kampioenschap naar de hoofdstad bracht. Bijna alle toeschouwers, waaronder enkele sportjournalisten, meenden dat Ten Have het beslissende doelpunt had gemaakt, maar die hadden niet gezien dat hij vlak daarvoor van positie was gewisseld met Van Reenen. En die had uiteindelijk de treffer gemaakt, zodat in veel kranten een dag later de verkeerde naam stond.

Toeschouwers zijn bijzaak

De KNVB wilde er niet aan, omdat het rugnummer in strijd zou zijn met de amateurgeest van de sport. ‘De voetballers zijn er niet voor het publiek,’ omschreef Het Vrije Volk in 1949 deze gedachtegang. ‘Zij spelen uitsluitend voor hun plezier. Dat men daarbij toeschouwers toelaat, is bijzaak.’

Alleen als het echt moest, kregen de internationals een nummer opgespeld. Zoals in 1946 toen Nederland een uitwedstrijd tegen Engeland speelde, omdat dit in Engeland verplicht was. Het was de eerste interland van Oranje met rugnummers, die ook nog eens in een dramatisch verlies van 8-2 eindigde vanwege een volkomen achterhaalde spelopvatting.

De clubs kozen ondertussen hun eigen weg. Het Nieuwsblad van het Zuiden schreef trots op 11 april 1947 dat Longa uit Tilburg het komende weekend de nationale primeur had met rugnummers in een wedstrijd tegen BVV. Omdat het zo nieuw was, volgde uitleg: ‘De nummering begint bij dan doelman (1).’ Met een plaatje erbij:

Langzaam volgde de rest: Blauw-Wit in 1948, HVC uit Amersfoort in 1949, totdat Heerenveen zich in september 1963 (!) als laatste aanpaste aan de nieuwe omstandigheden. ‘Overigens vrijwel onleesbaar,’ volgens de Leeuwarder Courant in zijn verslag.

Televisie

Vanaf 1951 was er voor de KNVB eigenlijk weinig meer tegen te houden, omdat toen voor de eerste keer een voetbalwedstrijd op tv was: PSV – Maurits. ‘We menen,’ recenseerde de Telegraaf, ‘dat het dragen van rugnummers een niet geringe tegemoetkoming zou kunnen zijn voor de toeschouwers in de huiskamer, die niet alle spelers kennen.’ Een jaar later werd het Nederlands elftal voor de eerste keer rechtstreeks uitgezonden in een wedstrijd tegen Zweden, dat in tegenstelling tot de gastheren met rugnummers speelde. Dankzij de tv werd het publiek wél belangrijk.

Nog in datzelfde jaar was de definitieve doorbraak op de Olympische Spelen in Helsinki – overigens wel enigszins onder dwang van de organisatie. Niet helemaal zonder problemen, want bij aankomst in Finland had de KNVB voor de achttien internationals slechts veertien nummers meegenomen.

‘Iedere speler moet gedurende het gehele tournooi met hetzelfde nummer spelen,’ benoemde het Nieuwsblad van het Noorden het probleem. ‘En zo besloten de Finse organisatoren om zelf voor de vier ontbrekende rugnummers, 15 tot en met 18 zorg te dragen.’

Johan Cruijff was jaren later zo verstandig om voor nummer 14 te kiezen. Verder kon de KNVB toch niet tellen.

Advertentie

Bestel bij Bol.com

 

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Jurryt van de Vooren is sporthistoricus. Auteur van 'Amsterdam 1928' en de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Bezig met boekenserie over Amsterdam en sport. Nog steeds de enige Amsterdammer die is afgestudeerd op Feyenoord.