NieuwVoetbal

Door de bal werden we allen vrienden: voetbalsolidariteit in de Hongerwinter

Tientallen jonge Amsterdamse voetballers brachten de Hongerwinter in Friesland door, op uitnodiging van voetbalclub Heerenveen. Sommige jongens mochten zelfs bij Abe Lenstra wonen. Samen met Vanessa de Gaay Fortman schreef ik een lang verhaal in Nieuwe Revu over deze voetbalsolidariteit in oorlogstijd – hier lezen.

Bevrijdingsoptocht van 15 april 1945 in Heerenveen met spelers van Ajax, Heerenveen, DWS, Blauw-Wit en De Volewijckers

Precies 75 jaar geleden was Nederland een van de beslissende frontgebieden in de Tweede Wereldoorlog. Door het hele land werd gevochten. De bevrijding van ons land duurde bijna een jaar, beginnend in Zuid-Limburg in september 1944 en pas in juni 1945 voltooid op de Waddeneilanden. Nederland werd zo letterlijk uit elkaar gescheurd in een bevrijd en een bezet gebied zonder onderling contact.

Door deze samenloop van omstandigheden werd Amsterdam heel zwaar getroffen in dit laatste oorlogsjaar. Het raakte geïsoleerd van de buitenwereld, vooral tijdens de Hongerwinter. Juist in die barre tijd stak voetbalclub Heerenveen een helpende hand toe met een hulpactie voor de vier Amsterdamse voetbalclubs Ajax, Blauw-Wit, DWS en De Volewijckers – toentertijd allemaal spelend op het hoogste niveau. De Friese club nodigde enkele tientallen leden tot en met 14 jaar uit voor tijdelijk onderdak. In Heerenveen was de nood veel minder hoog dan in Amsterdam en met al die jonge voetballertjes erbij kon er ook weer wat eens worden gevoetbald.

Sportieve solidariteit

De Tweede Wereldoorlog was een tijd vol verraad, maar tegelijkertijd ontstonden er opmerkelijke samenwerkingsverbanden en vormen van solidariteit – óók in de sport. Ajax bijvoorbeeld hielp zijn grote sportieve rivaal Feyenoord in 1943 nadat de burgemeester van Rotterdam een verbod had afgekondigd op het spelen van thuiswedstrijden met publiek, vooral uit angst voor luchtaanvallen. Dat kwam heel slecht uit voor Feyenoord, dat net enkele belangrijke thuiswedstrijden op het programma had staan. Die waren op voorhand allemaal al uitverkocht, maar toch verklaarde de burgemeester de Kuip tot verboden gebied. Ajax stelde meteen zijn eigen stadion ter beschikking voor Feyenoord – Heerenveen, zodat er toch bezoekers konden komen – en daarmee inkomsten. Ook N.E.C. uit Nijmegen en het Olympisch Stadion in Amsterdam hielpen de Rotterdamse club, een aanbod waar Feyenoord dankbaar gebruik van maakte.

‘Een unicum in de geschiedenis onzer voetbalsport,’ oordeelde het tijdschrift De Revue der Sporten. En dat klopt, want nog steeds is Feyenoord – Heerenveen van 18 april 1943 de enige officiële thuiswedstrijd van de Rotterdamse club in een Ajax-stadion. En zoals Ajax zijn Rotterdamse rivaal hielp, zo werd Ajax een jaar later weer geholpen door Heerenveen – pure sportieve solidariteit.

Voetballen in de oorlog

Dit verhaal begint op Dolle Dinsdag, 5 september 1944. Heel even dacht Nederland dat het bevrijd was van de Duitsers, maar al snel bleek dat de Geallieerde opmars stokte. Het dagelijks leven kwam steeds meer tot stilstand en dat gold ook voor het voetbal.

Het klinkt misschien vreemd, maar juist in de oorlogsjaren was de sport enorm opgebloeid, net als andere vormen van vermaak als bioscoop, theater en kroeg. De behoefte aan afleiding van de dagelijkse ellende werd steeds groter. Wekelijks trokken er honderdduizenden mensen naar de velden of stadions om zelf te sporten of om ernaar te kijken. Slechts twee weken na de Duitse inval waren de voetbalcompetities alweer hervat, met Feyenoord uiteindelijk als de eerste oorlogskampioen.

Naarmate de oorlog vorderde, werd het steeds moeilijker om een competitie af te werken. De thuiswedstrijd van De Volewijckers van 26 maart 1944 tegen Heerenveen bijvoorbeeld werd in de elfde minuut op last van de burgemeester stilgelegd nadat het publiek tot enkele malen toe had geweigerd om het stadion te verlaten na een luchtalarm. Meer dan 75 jaar later is dat nog steeds de enige Nederlandse voetbalwedstrijd die vanwege een luchtalarm werd gestaakt.

Toch bereidde het Nederlandse voetbal zich in de zomer van 1944 weer voor op het nieuwe voetbalseizoen. In het laatste weekend vóór Dolle Dinsdag was het druk op de velden. ‘De voetbal rolt weer lustig,’ zoals De Tijd schreef op 1 september. Het optimisme was enorm, merkte sportjournalist Kick Geudeker op. ‘Als de tanks een beetje snel aanrijden’, hoorde hij een stadionbezoeker zeggen, ‘kunnen we misschien volgende week al tegen de Engelsen voetballen.’

Precies vier dagen later kwam aan dit kortstondige optimisme een bruut einde. ‘Met het oog op den uitzonderingstoestand is het niet mogelijk sportieve gebeurtenissen in de open lucht te laten doorgaan,’ aldus een verordening. ‘Er mogen dan ook geen voetbalwedstrijden worden gespeeld.’ Na vier oorlogsjaren kwam het Nederlandse voetbal definitief tot stilstand.

De rest van dit verhaal staat hier. In mijn boek Door Wilskracht Zegevieren besteed ik hier ook aandacht aan. Verschijnt in mei 2020.

Advertentie

Bestel bij Bol.com

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Jurryt van de Vooren is sporthistoricus. Auteur van 'Amsterdam 1928' en de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Bezig met boekenserie over Amsterdam en sport. Nog steeds de enige Amsterdammer die is afgestudeerd op Feyenoord.