NieuwVoetbal

Er waren al godenzonen in 1858, maar dan niet in Amsterdam

Ajax-spelers worden weleens godenzonen genoemd, naar het boek van David Endt uit 1993. Zij waren alleen niet de eerste godenzonen. 

Het woord godenzonen, los van de betekenis die David Endt eraan heeft gegeven, is al meer dan 150 jaar bekend. Op 16 november 1858 bijvoorbeeld stond dit al in De Tijd. Tijdens de Tweede Wereldoorlog zagen de Japanners zichzelf ook als godenzonen, totdat de bom viel.

In Het Leeuwarder Nieuwsblad van 22 maart 1925 werd het zelfs al eens gebruikt om voetballers mee te omschrijven, al was het in een uiterst ironisch gedicht over deze sport.

Komt de bal ons voor de voeten,
Zoo dat wij hem schoppen moeten,
Staat een maat dan op onz’ teenen,
Of hij schopt ons blauwe scheenen.
Trapt ons in den buik een deuk,
Ja desnoods en dubbele breuk,
Kwakken wij dan neer ter aarde.
Dan krijgt ‘t leven voor ons waarde.

Als wij dan zoo liggen hijgen,
Lof en hulde gratis krijgen
Van ‘t publiek, dat loeit als koeien.
Slaat ons dankbaar hart aan ‘t gloeien,
Voelen wij ons godenzonen.
Die in heldenboddy’s wonen!

Heldenzonen

En dan was er nog de voetbalclub Jupiter in Nederlands-Indie, die in 1927 de Godenzonen werd genoemd – verwijzend naar de clubnaam, die wél verwees naar een god. Want dat is tenslotte opvallend bij de spelers van Ajax, die Godenzonen worden genoemd: Ajax was geen god, maar een held – nog los van het feit dat er twéé mannen met de naam Ajax hebben gevochten in de Trojaanse Oorlog.

Maar dat wist Endt zelf ook wel, schreef hij in 1998 in Het Parool in een terugblik over het verzinnen van deze boektitel, en daarmee van de bijnaam van Ajax. Toevallig was Youp van ’t Hek daarbij aanwezig. ‘Uit de grabbelton vol suggesties, vondsten en termen viste hij ‘Godenzonen’ op. ‘De ­Godenzonen van Ajax’, vulden Thomas en ik aan. Een juichtoon deed de ruiten trillen, er was een titel geboren! Welzeker, Ajax was oorspronkelijk een Griekse held. Maar, besloten wij, de voetballers van de Cruijffgeneratie mochten we in de overtreffende trap goden noemen. Dus waren de succesvolle voetballers niet meer dan godenzonen.’

De Nederlandse Sportbibliotheek

Het boek van Endt was tevens de eerste uitgave van De Nederlandse Sportbibliotheek van Thomas Rap. ‘Het ligt in de bedoeling ieder jaar minstens vier delen in de Sportbibliotheek op de markt te brengen,’ schreef De Volkskrant. ‘Met de serie beoogt uitgever Rap enige lijn aan te brengen in de Nederlandse sportliteratuur.’ Deze reeks was de eerste langlopende boekenserie in ons land over sport.

Rap liep daarmee ver vooruit op zijn tijd, want sport was toen nog lang geen belangrijk thema in de boekenwereld. “Veel grote uitgevers houden niet van sport”, zei Rap. “Getalsmatig is het in Nederland ook commercieel minder interessant sportboeken uit te geven. Wij doen het wel, omdat kleine uitgeverijen er zijn om te initiëren, niet om de grote achterna te lopen.”

Hij bespeurde wel een veranderende mentaliteit, zei hij in De Volkskrant. “Dat bijvoorbeeld Van Eeden-biograaf Jan Fontijn een enorme cricket-kenner blijkt te zijn en daarover een boekje zal schrijven, was voor mij een blijde verrassing.” Rap, in 1999 overleden, heeft helaas niet meer zelf mee mogen maken hoe het sportboek in onze tijd erg belangrijk is geworden.

Nog geen maand na de uitgave van het boek van Endt werd Ajax al De Godenzonen genoemd in de sportpers. ‘Van Gaals godenzonen komen met de schrik vrij’, kopte De Volkskrant op 13 december over de wedstrijd Ajax – Willem II. Bert Wagendorp was de schrijver, die inmiddels zelf een erkend schrijver van sportboeken is geworden. ‘Je zult, als eenvoudige profvoetballer maar worden vereenzelvigd met godenzoon,’ schreef hij 25 jaar geleden, ‘en twee weken later ook nog eens met een kunstenaar; zoiets gaat je toch niet in de kouwe kleren zitten.’

En toen moest Ajax de Champions League nog winnen, waarna de echte verering pas begon. Zoals een dichter bijna honderd jaar geleden schreef:

Als wij dan zoo liggen hijgen,
Lof en hulde gratis krijgen
Van ‘t publiek, dat loeit als koeien.
Slaat ons dankbaar hart aan ‘t gloeien,
Voelen wij ons godenzonen.
Die in heldenboddy’s wonen!

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je je waardering laten blijken met een kleine financiële bijdrage.

 
Mijn gekozen waardering € -

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Meest recente boek: 'Door Wilskracht Zegevieren' over sport in de Tweede Wereldoorlog. Schreef ook boeken over - onder meer - Amsterdam 1928 en de Elfstedentocht, net als de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Al bijna 25 jaar de enige Amsterdammer, die is afgestudeerd op Feyenoord.