Voetbal

Filmbeelden van Nederland – Denemarken uit 1920

Op 5 april 1920 speelde het Nederlands Elftal in Amsterdam tegen Denemarken. We hebben de filmbeelden.

De ontmoeting tussen Nederland en Denemarken van 5 april 1920 was bijzonder, waarover al wekenlang werd gediscussieerd in de nationale media. ‘De aanvraag naar entree bewijzen voor den wedstrijd Nederland-Denemarken overtreft iedere verwachting,’ aldus de Nieuwe Rotterdamsche Courant. ‘Er kan met zekerheid verklaard worden, dat er geen plaatsje onbezet zal zijn en vele duizenden teleurgesteld moeten worden.’

De voetballiefhebbers waren bijzonder benieuwd hoe goed de tegenstander nog zou zijn, want voor de Eerste Wereldoorlog waren de Denen de beste voetballers van het Europese continent – dus Groot-Brittannië niet meegeteld. Door de gruwelen van de Eerste Wereldoorlog, en de lange tijd dat daardoor geen internationaal sportief verkeer mogelijk was geweest, stond dit voetballand er in 1920 kwalitatief echter slechter voor.

Wat duivel, zijn wij nazaten van Tromp en de Ruyter of niet? Zijn wij jongens van Jan de Wit? Zouden wij dan bang zijn voor een voetbalwedstrijd tegen de Denen? Malligheid!!

Oranje presteerde in die tijd ook ondermaats, en was dat jaar zelfs uitgefloten door het eigen publiek! Eigenlijk ging iedereen er maar van uit dat Denemarken de wedstrijd met gemak zou winnen, maar dat ging de N.R.C. te ver: ‘Wat duivel, zijn wij nazaten van Tromp en de Ruyter of niet? Zijn wij jongens van Jan de Wit? Zouden wij dan bang zijn voor een voetbalwedstrijd tegen de Denen? Malligheid!! Met frisschen moed het veld in, met kloekheid gestreden en de zege kan behaald worden!!’

Crisis in Denemarken

Ook een punt van discussie was de vraag of de Denen wel naar Amsterdam zouden komen. Het was namelijk tot op het laatste moment onzeker of ze daarin zouden slagen, omdat hun land op dat moment een zeer diepe politieke en constitutionele crisis meemaakte. In de nasleep van de oorlog heerste onrust door een conflict tussen kroon en parlement, dat het land verlamde.

In de Nieuwe Rotterdamsche Courant stond daarom op 1 april 1920: ‘Hedenmiddag was noch op het bondsbureau in den Haag, noch bij den vice-voorzitter van den N.V.B., den heer C.A.W. Hirschman, eenig bericht ingekomen, dat de Denen overeenkomstig het plan gisteren de reis naar Nederland zouden hebben aanvaard.’

Gemakshalve gingen de Nederlandse voetbalbestuurders er toch maar van uit dat hun tegenstanders hun sportieve plicht zouden nakomen, alhoewel er wel een praktisch probleem was: ‘Voor het oogenblik kan nog niet gezegd worden wanneer de Denen te Amsterdam arriveeren zullen.’

Hoe uiteindelijk de informatie is binnengekomen, weten we niet meer, maar feit is dat het Deense elftal, zo meldde opnieuw de N.R.C., ‘om kwart over elf aan het Centraal Station is aangekomen’. ’s Nachts wel te verstaan, dus de spelers wilden graag naar bed.

Hedenmiddag was noch op het bondsbureau in den Haag, noch bij den vice-voorzitter van den N.V.B. eenig bericht ingekomen, dat de Denen overeenkomstig het plan de reis naar Nederland zouden hebben aanvaard.

Een huilende socialist

Op de film bij EYE zien we hoe druk het was in Amsterdam op de dag van de wedstrijd, en natuurlijk vooral rond Het Stadion – de voorloper van het Olympisch Stadion aan de Amstelveenseweg. Iedereen liet zich zien: arm en rijk, jong en oud, arbeiders en ministers. De eretribune puilde uit van belangrijkheid: sportofficials, voetbalbestuurders, voorzitters, wethouders van Amsterdam, ministers, leden van het Deense consulaat, leden van de Eerste én Tweede Kamer en zelfs een eminente intellectueel als Frederik van Eeden.

Het Algemeen Handelsblad was lyrisch in zijn sfeerverslag: ‘Men boomde en kletste: maar door alles heen liep steeds als een draad: Nederland – Denemarken. Voor de menschen bestonden er geen stakingen, geen misère-economische toestanden. En de vurigste bolsjewist kuierde er doodtevreden naast den meest verstokten middenstander. Sport brengt hun dat gelukkig tevredene. En vooral de sport van het “bruine monster”, die heerlijke enthusiaste, van geestdrift bruisende sport. Die duizenden en nog eens duizenden genot geeft als haar culminatiepunt: een internationale ontmoeting, wordt bereikt.’

Volgens een aanwezige journalist pinkte op de eretribune zelfs een socialistisch politicus een traantje weg tijdens het Wilhelmus. Heel Nederland was één – in ieder geval voor twee keer 45 minuten.

De wedstrijd werd uiteindelijk gewonnen door Nederland met 2-0, waarmee Oranje de eerste zege op de Denen had geboekt na twee eerdere nederlagen.En dat werd gevierd, aldus het Nieuwsblad van Friesland: ‘De overwinningsjubel deelde zich spoedig aan heel Amsterdam mede en werd befuifd als een wereldgebeurtenis van den eersten rang.’

De vurigste bolsjewist kuierde er doodtevreden naast den meest verstokten middenstander. Sport brengt hun dat gelukkig tevredene.

Advertentie

Reserveer bij bol.com

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Jurryt van de Vooren is sporthistoricus. Auteur van 'Amsterdam 1928' en de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Bezig met boekenserie over Amsterdam en sport. Nog steeds de enige Amsterdammer die is afgestudeerd op Feyenoord.