Geef mij de naam van je voetbalclub en ik weet wanneer die is opgericht
Excelsior Maasluis won deze week een bekerwedstrijd van Excelsior. Alleen al door deze clubnamen mogen we ervan uitgaan dat ze allebei minstens honderd jaar oud zijn.

PSV en Bastia in 1978 bij het uitwisselen van de clubvaandels. Door de clubnaam PSV weten we wanneer die ongeveer opgericht moet zijn. Foto Koen Suyk via het Nationaal Archief
Het komt niet vaak voor dat twee clubs met bijna dezelfde naam tegen elkaar spelen. Het Algemeen Dagblad en Radio 538 wilden daarom allebei meer weten over deze geschiedenis en stelden mij hier enkele vragen over. Zo kon ik duidelijk maken dat hier ontzettend veel informatie uit te halen is voor een historisch onderzoek.
Er zal nooit meer een voetbalclub met de naam Ajax of Excelsior worden opgericht
Excelsior
Bij het Huygens Instituut staat een databank met onder meer de gegevens van meer dan 10.000 voetbalclubs tot en met 1940. Dat is het startpunt van dit onderzoek, waarbij ik enkele algemene opmerkingen maak. Het is een goed onderwerp voor het Rijksmuseum van de Sport om dat eens helemaal uit te spitten.
Zo blijkt dat het geen toeval is dat juist de bekerwedstrijd Excelsior – Excelsior Maassluis de aanleiding is geweest voor dit onderzoek. Er zijn namelijk 151 clubnamen gevonden, waar Excelsior in voorkomt. En ook elders in het verenigingsleven struikel je over deze naam.
De eerste Excelsior in het voetbal was in 1882 in Haarlem, maar die heeft het maar negen jaar volgehouden. De oudste, die nog steeds bestaat, is de Rotterdamse profvoetbalclub, die deze week de Derby der Excelsiors verloor.
Het is opvallend dat deze naam dwars door de verzuiling liep, die voor de Tweede Wereldoorlog ook in de voetbalwereld bestond. Tachtig clubs met de naam Excelsior waren neutraal, maar er bestonden er ook 48 in de katholieke zuil. Zeventien waren protestants-christelijk en zes socialistisch.
Er is nog geen dieper onderzoek naar gedaan, maar het is aannemelijk dat hier verschillende tradities bij elkaar komen. In de beginjaren – we zien het straks opnieuw – waren verwijzingen naar de Griekse en Romeinse tijd populair. In dat geval betekende het verheffing, ambitie en vooruitgang. Dat verklaart het gebruik onder de neutrale clubs, maar ook bij socialistische verenigingen met een politieke lading.
In de katholieke wereld is het ook populair. Daarom waren er zowel in de grote steden in het westen als in de zuidelijke regio’s veel clubs met de naam Excelsior. Amsterdam bijvoorbeeld heeft er zes gehad. In de provincie Noord-Brabant waren dat er 32 – ofwel 21,2% van het totaal.

Excelsior uit Rotterdam in 1930, Foto via het Stadsarchief Rotterdam
Klassieke namen
Het wemelt in de begintijd van namen als Sparta, Heracles, Ajax en Achilles. Daarmee lieten de oprichters zien dat ze een goede opleiding hadden en daarom kennis hadden van de oudheid.
Er bestond nog geen centrale registratie, omdat de voetbalbond daar de capaciteit niet voor had. Daarom zijn er zoveel clubs die Excelsior heetten. En wie in 1900 over Ajax sprak, deed dat over de club uit Leiden. Het Ajax van Amsterdam kwam later. Bij de clubnaam werd daarom vaak de plaatsnaam van herkomst genoemd, zoals Excelsior Maassluis.
Die dubbele namen leverden toch steeds meer gedoe op, vooral als die uit dezelfde plaats kwamen. Bezoekende clubs stonden zo wel eens op het verkeerde veld en daarom kwamen er steeds meer regels. Het is nu al heel lang een eis dat een nieuwe clubnaam uniek moet zijn, waardoor er dus nooit meer een Ajax of Excelsior zal worden opgericht.
Klassieke namen komen daarmee vooral in de begintijd van het voetbal voor.
FC Geheimtaal
Voetbal was aanvankelijk een Engels importproduct, waarbij de pioniers zo’n beetje alle begrippen zonder vertaling overnamen. Geen scheidsrechter, maar ref. Geen trap tegen de bal, maar kick.
Een bijkomend voordeel was dat de jonge voetballers daarmee een soort geheimtaal spraken vol sportbegrippen, die hun ouders en leraren niet begrepen. Dat klinkt als een generatieconflict en dat was voetbal in de 19e eeuw dan ook.
En zo werden er veel clubs opgericht, die begonnen met Football Club – afgekort tot FC. Denk dan aan FC Eindhoven of FC Lisse. Het kon ook in de naam zelf worden opgenomen, zoals HFC, DFC of AFC. Het voetbal eind 19e eeuw was een doorsnee van begrippen uit Engeland en de Oudheid.
Het gebruik van FC heeft zijn piek tussen 1915 en 1925 als voetbal aan het eind zit van zijn eerste fase van een elitaire sport voor jongens uit de toplaag van de samenleving. Na de Eerste Wereldoorlog veranderde deze sport in hoog tempo, omdat ook de lagere sociale klassen interesse kregen om een eigen club te beginnen. En waar het eerst vooral in het westen van het land werd beoefend, kwamen daarna de andere regio’s sterk op – vooral het katholieke zuiden.
Voetbal werd een volkssport, wat het taalgebruik revolutionair veranderde. Engelse begrippen werden in het Nederlands vertaald, zodat iedereen die begreep. Match werd wedstrijd. Ref werd scheids.
En FC werd VV: voetbalvereniging. Behalve als het een omnisportclub was, want in dat geval werd er gekozen voor SV: sportvereniging. PSV is uit 1913, wat wordt weerspiegeld in de clubnaam.
Zo zien we dus dat de clubnamen steeds Nederlandser worden. De overgang van FC naar VV en SV was niets minder dan een sociale revolutie.

AFC Amsterdam in 2004. De clubnaam verwijst naar de begintijd van het voetbal. Foto Doriann Kransberg via het Stadsarchief Amsterdam
Afkortingen
Tot slot enkele opmerkelijke afkortingen, een onderwerp op zichzelf. Veel zijn lekker ouderwets, zoals als TONEGIDO (Tot Ons Nut En Genoegen Is Deze Opgericht) en MAAS (Macht Als Allen Samenwerken, ook nog eens uit Rotterdam).
Er zitten grappige namen tussen, zoals HBOK uit Zunderdorp (Het Begon Op Klompen). Ook de afkorting TPO valt op: Tussen Puinhopen Opgericht. Daar zit wel een oorlogsverhaal achter, want deze club uit 1946 komt uit Moerdijk, dat bij de vernoeming letterlijk in een puinhoop was veranderd door het geweld.
Opgericht heeft hier daarom een dubbele betekenis, want het staat zowel voor begin als wederopstanding. En die verwijzen beide naar de situatie in Moerdijk in 1946.
TPO bestaat nog steeds, maar dat geldt niet voor JoVoRo: de Joodsche Voetbalclub Rotterdam. Die begon vlak voor de Tweede Wereldoorlog, maar al snel verdween die weer uit beeld. We weten wel dat enkele betrokkenen zijn vermoord tijdens de Holocaust.
Zo weerspiegelt deze voetbalnaam een vergeten Joodse sporttraditie, die ook in Rotterdam heeft bestaan. Er is niets meer van over, behalve de clubnaam.

