Het voetbalelftal van Curaçao bestaat honderd jaar
Op 24 januari 1926 speelde het voetbalelftal van Curaçao tegen Haïti zijn eerste internationale wedstrijd ooit.

De ploeg die in 1926 de eerste voetbalreis van Curaçao maakte. Zittend v.l.n.r. R. Vos, A. de Jongh, W.H. Verheyer, consul-generaal Ernesto Martijn van Haïti en A. Jourdain. Staand: J. de Haseth, A. Sentiago, D. Tromp, V. Argus, W. Dmoacassé, J. Lampe, H. Manting, L. Oudeland, J. Laurens, A. Laurens, P. Provence en W.A. Claessens. Alle foto’s via het jubileumboek van de Curaçaosche Voetbalbond
Curaçao bereidt zich voor op het WK voetbal. Dat is precies een eeuw na een historische voetbalreis naar Haïti, Jamaica en de Dominicaanse Republiek.
Buiten leken de boomen te zijn behangen met menschelijke trossen
Gedenkboek
De Curaçaosche Voetbalbond werd in 1921 opgericht, wat een kwart eeuw later werd gevierd met een jubileumboek. Zo kunnen we terugkijken naar de begintijd van het voetbal op dat eiland, en dat ook nog eens door de ogen van de mensen, die daar toen bij waren betrokken. Helemaal fijn is dat er bijzondere foto’s zijn geplaatst, die in sommige gevallen meer dan honderd jaar oud zijn.
Harry A. Dennert was één van de samenstellers van dit gedenkboek. Hij maakte een reconstructie van een toer van het voetbalelftal van Curaçao van januari tot maart 1926 – precies honderd jaar geleden dus. Dat was een historische gebeurtenis, omdat er voor de eerste keer een vertegenwoordigend elftal werd samengesteld, dat het eiland vertegenwoordigde op de buitenlandse voetbalvelden.
Het werk van Dennert is nu een belangrijke informatiebron, maar de auteur zelf voegde er wel meteen een waarschuwing aan toe: ‘De gegevens, die ik omtrent deze veel besproken en becritiseerde wedstrijden heb kunnen verzamelen, zijn in vele opzichten onvolledig.’ Met behulp van verslagen uit Amigoe di Curaçao kunnen we toch heel ver komen.

Elftal A
In december 1925 stuurde de Nederlandse Consul-Generaal op Haïti een verzoek aan de Gouverneur van Curaçao om een vertegenwoordigend elftal te sturen voor een aantal voetbalwedstrijden. ‘De President der Republiek heeft hiervoor een zilveren beker uitgeloofd,’ wist Amigoe. Dat is meteen al een merkwaardig begin, want het zou logischer zijn geweest als de ene voetbalbond de andere had uitgenodigd.
De Curaçaosche Voetbalbond had hiervoor niet de financiële en organisatorische middelen, zodat de hulp werd ingeroepen van Arturo de Jongh, ondervoorzitter van Sparta, in die tijd één van de beste voetbalverenigingen van het eiland. ‘Het was hoofdzakelijk aan hem te danken,’ oordeelde Dennert, ‘dat de tocht naar Haïti doorgang heeft gehad.’
De Jongh had twee grote problemen om op te lossen. Haïti was wel bereid om het verblijf te betalen, maar de reis- en organisatiekosten van circa 7000 gulden dan weer niet – in onze tijd te vergelijken met ruim 75.000 euro. Daarnaast waren de spelers een maand of twee van huis, zodat ze niet hun normale werk konden doen. Hier was de vraag of er iemand bereid was om die gederfde inkomsten te vergoeden, zodat de gezinnen van deze oerinternationals niet in kommer en kwel zouden achterblijven.
In beide gevallen slaagde De Jongh erin om een goede oplossing te regelen, zodat het tijd werd om de spelers te selecteren. Voor de uiteindelijke selectie werden er twee speciale wedstrijden georganiseerd.
De eerste was op 5 december 1925, schreef Amigoe die dag. ‘Heden namiddag 4.30 p. m. zal een voetbalwedstrijd plaats vinden tusschen twee elftallen gekozen uit de beste spelers van Curaçao. Uit deze spelers zal een elftal uitgekozen worden om Curaçao op den internationalen wedstrijd op Haïti te vertegenwoordigen.’
Er werd gespeeld op Mundo Nobo, het eerste en jarenlang het enige voetbalterrein op Curaçao, de verre voorloper van het Rifstadion en het Ergilio Hato Stadion.
Om de spelers een beetje scherp te houden volgde op 20 december een tweede oefenwedstrijd, waarbij Elftal A speelde tegen Elftal B. Het idee was om Elftal A naar Haïti te sturen, ‘doch het moet zich nog flink oefenen.’ Als Elftal B toch beter bleek, zou dat alsnog worden gezonden.
Uiteindelijk werden de beste spelers van beide teams samengevoegd tot het eerste vertegenwoordigende elftal van Curaçao. Het merendeel kwam van het eiland zelf, met nog eens vier Nederlanders spelers, die daar in de competitie speelden.
De oer-internationals
Dit zijn de namen van de voetballers van Curaçao in 1926
- V. Argus (Jong Holland)
- W.A. Claessens (Stormvogels)
- W. Domacassé (Sparta)
- J. de Haseth (Sparta)
- Reinier Hendriks (Juliana)
- Andrés Jourdain (Jong Holland)
- Juan Lampe (Jong Holland)
- Agusto Laurens (Volharding)
- J. Laurens (Volharding)
- H. Manting (Stormvogels)
- L. Oudeland (Stormvogels)
- P. Provence (Jong Holland)
- Alex Sentiago (Jong Holland)
- Dario Tromp (Sparta)
- R. Vos (Volharding)
Een pyramide van angstige gezichten
De eerste interland van Curaçao eindigde in een gelijkspel. In het jubileumboek staat een uittreksel van de organisatie van Haïti over deze wedstrijd, waaruit blijkt dat de belangstelling enorm was. ‘Buiten leken de boomen te zijn behangen met menschelijke trossen en de daken der naburige gebouwen verdwenen onder een pyramide van angstige gezichten.’
Binnen wapperden de Nederlandse en Haïtiaanse vlaggen, ‘lichtelijk in beweging gebracht door een verfrisschende, niet al te harde bries.’ De enthousiaste menigte bestond uit meer dan 3000 sportliefhebbers.
De tweede wedstrijd werd door Curaçao gewonnen. Tot dat moment verliep alles in een gemoedelijke sfeer, maar dat was bepaald niet het geval tijdens de derde ontmoeting onder leiding van scheidsrechter McIntosh. Die eindigde in een enorme ruzie en werd zelfs niet uitgespeeld.

Vlak voor het einde stond het 1-0 voor Curaçao. Oudeland hoorde een scheidsrechtersfluit en pakte daarop de bal in het strafschopgebied in zijn handen. Hij meende dat het spel toen dood lag, maar dat bleek niet het geval. Haïti kreeg daarop een strafschop, ‘waartegen sterk werd geprotesteerd’. McIntosh was niet onder de indruk: “Ik ben scheidsrechter, dus heb ik te bevelen.”
Na enkele minuten legde de ploeg zich neer bij de straf, behalve de keeper. Hij deed niets toen de strafschop werd genomen om daarna het veld te verlaten, en met hem nog drie spelers. De scheidsrechter liet nog even spelen tot Haïti met 2-1 leidde en staakte daarop de wedstrijd.
De Haïtiaanse kranten Le Nouveliste, Le Temps en Le Matin keurden het gedrag van de weggelopen spelers af, waarmee een grote rel was ontstaan, die tot op diplomatiek niveau moest worden gesust. Iedereen was heel boos op elkaar en pas nadat er heel veel was gepraat was iedereen het eens over nóg een wedstrijd.
Helaas liep het ook die keer uit de hand, omdat de doelman van Curaçao in het ziekenhuis belandde na een woeste actie van een tegenstander. Haïti weigerde daarna dat er een reservekeeper werd ingezet, zodat de speler Oudeland in het doel plaatsnam. En die kreeg meteen een strafschop toen hij de bal met zijn hand stopte.
De gemoederen liepen wederom hoog op, merkte Denert op. ‘Van beide zijden moet niet veel fraais zijn vertoond.’ Als toegift volgde nog een wedstrijd tegen het militaire elftal van Haïti, die ruim werd gewonnen door Curaçao.
De statistieken van 1926
Dit zijn de uitslagen volgens het jubileumboek.
- 24 januari 1926: Haïti – Curaçao 1-1
- 31 januari 1926: Haïti – Curaçao 0-1
- 7 februari 1926: Haïti – Curaçao 1-2 (gestaakt)
- 14 februari 1926: Haïti – Curaçao 2-0
- 25 februari 1926: Haïti (militair elftal) – Curaçao 1-2
- 3 maart 1926: Jamaica – Curaçao 2-0
- 8 maart 1926: Dominicaanse Republiek – Curaçao 1-7
Twee bonuswedstrijden
De avond voor het vertrek van Haïti volgde een onverwachte uitnodiging van Jamaica om daar even aan te leggen voor een potje voetbal. Er volgde een positieve reactie, wat voor de gastheren de primeur opleverde van het eerste buitenlandse elftal dat op Jamaica speelde.
Curaçao verloor weliswaar met 2-0, maar onder ideale omstandigheden. ‘De gespeelde wedstrijd muntte uit door een vriendschappelijken geest en werd in een snel tempo gespeeld. Het stond op bijzonder hoog peil. Alle plaatsen waren uitverkocht. De om het veld staande auto’s toeterden om het hardst bij iedere goede zet en het publiek was in zijn oordeel zeer onpartijdig.’
Tijdens de terugweg legde de boot aan in de Dominicaanse Republiek om daar met 7-1 te winnen van een lokaal elftal. ‘Aldus verliep de veel besproken tournee, waarvan Curaçao niet zonder kleerscheuren af kwam.’
