NieuwVoetbal

Het droomelftal van Sarina Wiegman

Het Nederlands vrouwenelftal bereidt zich voor op de Olympische Spelen, onder leiding van bondscoach Sarina Wiegman. Al in de tijd dat Wiegman nog zelf speelde, kwam ze met opmerkelijke voorspellingen en inzichten. Dit artikel lees je gratis, maar een donatie vinden  we leuk – onderaan deze pagina.

Een week voor aanvang van het Wereldkampioenschap Voetbal van 1994 in de Verenigde Staten vroeg het Algemeen Dagblad aan Sarina Wiegman wat haar droomelftal zou zijn, nog in de tijd dat ze zelf speelde voor het Nederlandse vrouwenelftal. Er stonden alleen maar mannen in haar team, maar dat neemt niet weg dat dit eerste opstelling was, die de huidige bondscoach van de Oranjevrouwen ooit toevertrouwde aan een journalist.

In het doel plaatste ze Ed de Goeij, in die tijd spelend voor Feyenoord. Haar droomverdediging werd gevormd door de Braziliaanse international Júnior, Franz Beckenbauer, Frank Rijkaard en Paolo Maldini. Op het middenveld Johan Neeskens, Michel Platini en Ferenc Puskás. De aanval werd geleid door Pelé, Maradona en Cruijff.

Voor deze opstelling had ze lang nagedacht en anderen om raad gevraagd, zo verklaarde Wiegman in haar toelichting. Het was een zeer vroege aanwijzing dat zij dit werk zeer serieus neemt. ‘De meest opzienbarende uitverkiezing is waarschijnlijk die van Puskas als linkshalf. Hij speelde indertijd in dat Hongaarse wonderelftal ook op die positie. En hij heeft een heel goed linkerbeen. Voor mij is hij daarom de ideale linkshalf.’

Verrassende voorspelling

Niet alleen uit dit droomteam van 1994 blijkt dat Wiegman serieus nadacht over haar sport. Vijf jaar eerder deed ze namelijk ook al een bijzondere voorspelling over de toekomst van het Nederlandse vrouwenelftal, in die tijd nog zeer marginaal binnen de KNVB, die toen haar honderdjarige bestaan vierde met een kloek jubileumboek van 157 pagina’s dik.

Op pagina 149 kwam Wiegman even aan het woord in de enige verwijzing naar het vrouwenvoetbal van deze feestelijke uitgave – zeer illustratief voor die marginale positie. ‘De rasechte Haagse begon al op haar zesde jaar met voetballen,’ luidde haar introductie. Er bestond in die tijd geen landelijke competitie, wat door Wiegman als een fundamenteel gemis werd beschouwd. Daarom moest er alles aan gedaan worden om dat te regelen. ‘Dat is een eerste vereiste.’

Maar er was meer nodig om het vrouwenvoetbal in ons land tot ontwikkeling te brengen, benadrukte de voetbalster. ‘De echte doorbraak kan pas plaatsvinden wanneer het Nederlands elftal iets bereikt. Dat geldt ook voor sporten als hockey en volleybal.’ Al in 1989 voorzag Wiegman dus hoe belangrijk het nationale vrouwenelftal is voor haar sport.

En het was Wiegman zelf, die ervoor zorgde dat deze voorspelling nog uitkwam ook. Op het EK vrouwenvoetbal van 2017 leidde zij tenslotte als bondscoach het Nederlands elftal naar de Europese titel, in eigen land. Twee jaar later werd de finale bereikt van het Wereldkampioenschap. En de verwachtingen voor de Olympische Spelen zijn hoog – onvergelijkbaar met de tijd dat zij zelf nog voetbalde.

Het is daarom wel eens leuk om Wiegman opnieuw te vragen wat haar droomelftal is. En dan niet alleen bij de mannen, maar ook bij de vrouwen.

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je je waardering laten blijken met een kleine financiële bijdrage.

 
Mijn gekozen waardering € -

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Meest recente boek: 'Door Wilskracht Zegevieren' over sport in de Tweede Wereldoorlog. Schreef ook boeken over - onder meer - Amsterdam 1928 en de Elfstedentocht, net als de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Al 25 jaar de enige Amsterdammer, die is afgestudeerd op Feyenoord.