Voetbal

Het geheime recept van de Wonderdokter van Feyenoord

Richard Dombi was de Wonderdokter van Feyenoord die als coach de Rotterdamse club groot maakte. Hij was zowel coach als clubarts.

Op 1 juli 1935 werd Richard Dombi coach van Feyenoord. Rond zijn persoon hing zoveel geheimzinnigheid dat clubblad De Feyenoorder maanden op zoek was naar informatie over deze man. Hij had gespeeld bij WAC uit Wenen, maar hij werd vooral beroemd als trainer. Helemaal legendarisch was hij vanwege zijn medische kennis, die hem de bijnaam De Wonderdokter opleverde. Een speler met kapotte knieën of gezwollen enkels ging naar Dombi en genezing was verzekerd. Hiervoor had hij een wonderzalf, waarvan niemand wist wat erin zat.

In 1936 meldde zelfs Leen Vente van het Rotterdamse Neptunus zich bij Dombi met het verzoek zijn knie te onderzoeken. Vente, sinds 1933 international, was blessuregevoelig en hoopte zo op beterschap. Dombi stemde in, op voorwaarde dat Vente voor Feyenoord zou gaan spelen. Op 27 maart 1937 maakte deze speler namens Feyenoord het allereerste doelpunt in de gloednieuwe Kuip. Een jaar later verliet Dombi de club, op het hoogtepunt van zijn roem.

Gerard Meijer

Tot opluchting van Feyenoord keerde Dombi in de jaren vijftig terug. Het was in deze tijd dat Gerard Meijer hem leerde kennen. Meijer: “Helaas heb ik Dombi pas ontmoet aan het einde van zijn loopbaan bij Feyenoord. Hij ontving toen alleen nog thuis spelers voor behandeling, zoals Gerard Kerkum en Cor van der Gijp.”

Meijer leerde om de wonderzalf te maken. “Dit recept was zijn grootste geheim, het leggen van de warme verbanden tegen kapotte knieën en gezwollen enkels.” In zijn laatste jaren kostte het Dombi te veel moeite om de zalf alleen te maken. “Het was erg arbeidsintensief en het duurde een dag voordat het klaar was. Er was erg veel geduld voor nodig om te maken, en dat had ik wel.”

Ik stond er een dag lang in te draaien en te roeren.

Meijer is de enige geweest die ooit van Dombi heeft gehoord hoe die zalf gemaakt moest worden. Bijna een halve eeuw later is hij eindelijk bereid te vertellen wat het grote geheim hiervan was: “Zuivere rubbermelk, die erg moeilijk is te krijgen. Ik kon er aankomen via contacten in de Rotterdamse haven. Die moest dan in een pan worden verhit tot honderd graden. Aan de hand van de kwetsuur was er een bepaalde hoeveelheid rubbermelk met daarbij een bepaalde hoeveelheid paraffine. Ik stond er een dag lang in te draaien en te roeren.”

Om de kwetsuur werd eerst heel strak een stuk gaas gebonden, zodat er tussen vel en gaas geen lucht zat. De zalf was namelijk tachtig graden heet en zou brandwonden veroorzaken als er nog lucht zat boven de kwetsuur. Dit gaas met daarop de zalf werden afgesloten, waarna de voetballer een avond lang moest zitten. Als het er ’s ochtends afging, stond de transpiratie er op. Meijer: “Het was ongelofelijk dat er geen wonden ontstonden met die langdurige hitte, maar het werkte altijd.”

Het geheim zat hem in de rubbermelk, die na verhitting heel lang heet kan blijven. Meijer: “Paraffine was in die tijd al bekend, maar het nadeel is dat dit snel afkoelt. De rubbermelk is door Dombi zelf verzonnen.”

En het werkte altijd. Een speler als Cor van der Gijp kwam daarom elke keer terug als er iets was. Meijer: “Hij was als de dood voor die zalf, maar het hielp wél.”

Als je terug komt, ben ik dood.

Aangekondigde dood

Meijer werkte intens samen met Dombi tijdens zijn laatste jaren. “Ik ben zo blij dat ik hem heb gekend, alhoewel het veel te kort was. Alleen hebben we nu niet veel meer aan zijn kennis, want in de huidige fysiotherapie is het achterhaald. Het maken van die warme verbanden is zo tijdrovend en arbeidsintensief – laat staan dat een speler er nu zin in heeft om de hele avond met dat hete spul op zijn been te zitten. Toch was Dombi geniaal, want het werkte allemaal wel.”

De Wonderdokter voorspelde op het laatst zelfs zijn eigen dood. Meijer: “Vlak voordat ik op herhaling moest voor mijn dienstplicht, ging ik nog even bij Dombi langs. Ik ben er over twee weken weer, zei ik tegen hem.”

Maar opeens pakte Dombi een tientje. “Voor een bloemetje voor je vrouw”, zei hij. “Want als je terug komt, ben ik dood.” Hij pakte de hand van Meijer en legde die op een knobbel. “Over twee weken ben ik dood”, zei Dombi opnieuw.

Meijer: “En het was verdomme nog waar ook. Toen ik twee weken later weer bij Feyenoord kwam, was hij overleden.”

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je je waardering laten blijken door een kleine bijdrage te doen
Mijn gekozen waardering € -
Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Jurryt van de Vooren is sporthistoricus. Auteur van 'Amsterdam 1928' en de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Bezig met boekenserie over Amsterdam en sport. Nog steeds de enige Amsterdammer die is afgestudeerd op Feyenoord.