Voetbal

Het ouwe trouwe Haarlem-veld

Het voetbalstadion van HFC Haarlem wordt gesloopt. Niet alleen de club, maar ook het onderkomen wordt daarmee geschiedenis.

De Jan Gijzenvaart in de jaren 20 

De Koninklijke HFC huist in Haarlem als oudste voetbalclub van ons land. In diezelfde stad wordt nu het stadion gesloopt van de voormalige profclub HFC Haarlem uit 1889. In 2010 werd deze opgeheven.

Gedurende de eerste jaren speelde de club op verschillende plekken in de stad. Het Archief van Noord-Holland noemt de Parklaan, de Schoterweg/ Kleverlaan en de Molenwerf in Heemstede. ‘Met dien verstande,’ aldus het archief, ‘dat die voetbalvelden niet vergeleken mogen worden met de velden zoals wij die kennen.’ Dat is mooi gezegd, want het zal er wel op neer zijn gekomen dat er geen eigen kleedkamers waren, geen wasgelegenheid en een veld waarop een koe zijn poten breekt.

Jan Gijzenvaart

In 1907 werd het een stuk serieuzer toen een veld in gebruik werd genomen bij de Jan Gijzenvaart. Het begon nog met een lege vlakte met een kleedlokaal, maar na twee jaar verrees de eerste tribune. De club groeide verder met vanaf 1935 zelfs een eigen lichtinstallatie rondom het hoofdveld – voor die tijd geen vanzelfsprekendheid. Het grote voordeel was dat er opeens getraind en gespeeld kon worden in de avonduren, zodat veel meer mensen in staat waren om te komen kijken of zelf te spelen.

In de jaren 30 werden door heel het land nieuwe stadions en sportparken gebouwd als werkverschaffingsprojecten in crisistijd. Er kwamen er minstens vijftig met de Kuip, de Meer en de Goffert als bekendste voorbeelden. Deze ontwikkeling ging aan Haarlem niet voorbij, zodat de gemeenteraad in september 1940 zich boog over een nieuw sportpark.

‘De denkbeelden van de stichting van een wielerbaan, een sintelbaan, kortom van een groot Haarlemsch Stadion houden B. en W. reeds lang bezig,’ hoorde de verslaggever van het Haarlemsch Dagblad. ‘Men kan er van verzekerd zijn, zoo besloot de wethouder, dat B. en W., wanneer het juiste oogenblik daar is, ook de daad bij het woord zullen voegen.’ Er moest dan ook een nieuw onderkomen worden gerealiseerd voor HFC Haarlem.

De oorlog bracht echter oponthoud. Sterker: op 1 augustus 1944 werd onder dwang van de bezetter het terrein verlaten. Alles moest worden afgebroken, waarbij de lichtinstallatie nog wel werd gered. De aanwezigen sloten een periode af met een gedicht:

Gij, ouwe, trouwe Haarlem-veld,
hoe droef is ’t thans met u gesteld,
hoe vult uw lot ons aller hart
met weemoed en met stille smart!
O lief en dierbaar Haarlem-veld,
ons wordt een stadion voorspeld,
doch wat de toekomst ons ontplooit,
u, Haarlem-veld, vergeet ik nooit!

Wederopbouwstadion

Een klein jaar na de Bevrijding pakte de Haarlemse gemeenteraad de draad weer op, waarbij overigens niet iedereen de noodzaak voelde om geld voor de wederopbouw in een voetbalstadion te steken – ook omdat HFC Haarlem daar meer profijt van zou trekken dan de rest van de sport.

Wethouder Angenent wees echter op het maatschappelijke belang van de sport, alhoewel hij erkende dat het niet om één voetbalclub draaide. ‘Wederopbouwen is meer dan aandragen van steenen en cement,’ voegde het college er wel aan toe. ‘Sport beteekent een stuk gezondheid.’ En zo kon in april 1947 de eerste graszode worden gelegd; een verantwoordelijkheid die clubvoorzitter J.P. van Balen Blanken graag nam.

De complete clubgeschiedenis verzamelde zich bij de opening van het nieuwe terrein bij de Jan Gijzenvaart in december 1948, onder wie de eerste voorzitter van Haarlem (uit 1889!) en J.J. van den Berg met een indrukwekkende carrière vanuit HFC Haarlem tot directeur van het Olympisch Stadion in Amsterdam. Van Balen Blanken sprak ze opgewekt toe: ‘Moge de huidige generatie de traditie hoog houden en een taak vervullen om de jeugd op te voeden tot heil van het dierbare vaderland en van de vereniging.’ De wederopbouwgedachte verstopte zich die dag duidelijk niet in een hoekje.

Burgemeester Cremers verhoogde de feestvreugde met een prettige mededeling: “De gemeenteraad stelt een renteloos voorschot van 100.000 gulden beschikbaar.” Daarna betraden de voetballers het veld, die Be Quick met 2-1 versloegen. Beide Haarlemse doelpunten werden gemaakt door sterspeler Kick Smit, de beroemdste voetballer ooit die deze stad heeft voortgebracht.

Dit typische wederopbouwstadion gaat nu dus tegen de vlakte. De gemeente was dit in 1991 trouwens ook al eens van plan, omdat er negen miljoen gulden moest worden bezuinigd. Sluiting van het stadion leverde 450.000 gulden op, maar clubvoorzitter Hut meende dat het allemaal niet zo’n vaart zou lopen: “Een absoluut onmogelijke opgave.” Toen kreeg hij gelijk, maar 25 jaar later lijkt het toch definitief voorbij.

Waarmee de slotzinnen van het gedicht uit 1944 opnieuw bewaarheid worden:
Gij, ouwe, trouwe Haarlem-veld,
hoe droef is ’t thans met u gesteld,
hoe vult uw lot ons aller hart
met weemoed en met stille smart!

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je je waardering laten blijken met een kleine financiële bijdrage.

 
Mijn gekozen waardering € -

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Meest recente boek: 'Door Wilskracht Zegevieren' over sport in de Tweede Wereldoorlog. Schreef ook boeken over - onder meer - Amsterdam 1928 en de Elfstedentocht, net als de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Al bijna 25 jaar de enige Amsterdammer, die is afgestudeerd op Feyenoord.