VoetbalVraag het de redactie

Het verzet tegen de Kuip kwam vooral uit Amsterdam

Hoe keken de Feyenoorders in de jaren dertig naar de komst van een nieuw stadion? Was er toen net zoveel protest als nu tegen Feyenoord City?

Feyenoord-voorzitter Leen van Zandvliet was de grote gangmaker van de bouw van de Kuip in de jaren dertig. In 1931 presenteerde de club dan ook drie opties voor een nieuw stadion met de variant voor ruim 60.000 mensen als de grote favoriet. Daarmee zou Rotterdam-Zuid het grootste stadion van Nederland krijgen, groter dan het Olympisch Stadion uit 1928.

Van Zandvliet kreeg in zijn eigen bestuur aarzelende reacties op zijn ambities. Alhoewel de meesten de noodzaak inzagen van een uitbreiding werd de stap naar een stadion met 60.000 plaatsen erg groot gevonden. Toch schaarde de club zich hierachter.

 

Amsterdam

De grootste tegenstanders van het nieuwe stadion zaten elders, te beginnen in Amsterdam. De hoofdstedelijke dagbladen beschuldigden Feyenoord van grootheidswaanzin, maar die waren niet altijd objectief. Kranten als Het Algemeen Handelsblad en De Telegraaf hadden intieme banden met de directie van het Olympisch Stadion, die het nieuwe stadion in Rotterdam als een serieuze bedreiging zag.

Er vloog daarom met zekere regelmaat Amsterdamse modder naar Rotterdam-Zuid. De Amsterdamse sportjournalist J. Hoven ging daarbij het verst op 30 augustus 1937, enkele maanden na de opening van de Kuip. In De Revue der Sporten kwam hij met de grofste beschuldigingen. ‘De K.N.V.B. is pro-Rotterdam,’ schreef hij. ‘Duidelijk is, dat de belangen van Amsterdam in den K. N. V. B. met voeten getreden worden.’ Als uitsmijter merkte hij op dat de Kuip tot stand was gekomen door grondspeculaties van rijke en invloedrijke particulieren, waarbij hij niet de moeite nam om hiervoor met bewijzen te komen. Feyenoord reageerde woedend.

HEB JE ZELF EEN VRAAG OVER SPORTGESCHIEDENIS?
HIER OPSTUREN

Rotterdam-Noord

Ook vanaf de centrumkant van Rotterdam was er protest tegen de bouw van het enorme stadion aan andere kant van de rivier. Cor Kieboom, vanaf 1939 voorzitter van Feyenoord, ontplofte altijd weer van woede als iemand zei dat het nieuwe stadion veel te mooi was om aan de Zuidkant te bouwen. “Ik zei: de linkeroever krijgt dat stadion. Dat ding komt hier. Hoe kón dat nou ook, een stuk Feyenoord op de rechteroever! Jonge, jonge, wat keken ze allemaal hun ogen uit op dat stadion van ons. En wat was dat geweldig voor al die mensen hier! Zo’n stadion, pal naast de deur.”

De gemeente Rotterdam zelf had ook de grootste moeite. Alleen burgemeester Drooglever Fortuyn, die in zijn jeugd zelf een goede voetballer was, steunde vanaf het begin de ambities van de voetbalclub. De Rotterdamse zakenman D.G. van Beuningen zat ondertussen ook niet stil en mobiliseerde zijn netwerk voor politieke steun en financiering. In 1935 was het definitieve bouwbesluit en in 1937 werd de Kuip officieel geopend.

Trots

De Feyenoorders zelf waren ondertussen bijzonder trots. Tijdens een rondleiding tussen de bouwwerkzaamheden door schoot de verslaggever van het clubblad helemaal vol: ‘Toen we zaterdagmiddag die enorme ijzer- en betonmassa van nabij aanschouwden, was het ons een ogenblik te machtig geworden. We dachten terug aan de dagen toen daar nog een troepje jongelui op het Afrikaanderplein achter een balletje holde, steeds in gevaar, door een politieagent betrapt te worden.

En nu zien we velen van diezelfde jongelui als vooraanstaande mannen in de voetbalwereld terug. Nu zien we daar dat kleine clubje gegroeid tot een machtig lichaam. Nu zien we daar een vereniging met een aantal leden, zo groot als geen enkele andere voetbalvereniging in ons land telt. Nu zien we daar dezelfde jongelui gevormd tot een bestuur, dat na jaren van ongekende strijd, van enorm doorzettingsvermogen, van groot beleid, in staat blijkt een wereldstadion te laten verrij­zen.’

En twee jaar eerder al schreef clubadministrateur en huisdichter Phida Wolff het gedicht 60.000!

Hadden wij ooit kunnen denken,
Wij van ‘t Afrikaanderveld,
Dat straks om ons groene laken
60.000 wordt geteld?

Had rood-wit ooit mogen hopen
Op wat nu reeds nodig blijkt,
Dat binnen zo weinig jaren
Zoveel groots zou zijn bereikt?

En hoe kon zo iets groeien,
Hoe kwam die realiteit,
Hoe kan Feyenoord het wagen
In een negatieve tijd?

Alles kan ik vlug verklaren,
Het m o e s t  komen op den duur;
Door de wilskracht van de leden
En de eendracht in ‘t bestuur!

Advertentie

Reserveer bij bol.com

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Jurryt van de Vooren is sporthistoricus. Auteur van 'Amsterdam 1928' en de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Bezig met boekenserie over Amsterdam en sport. Nog steeds de enige Amsterdammer die is afgestudeerd op Feyenoord.