AtletiekBoekenNieuwVoetbal

Het voetbalboek bestaat 125 jaar

In november 1894 verscheen Athletiek en voetbal van Pim Mulier. Met terugwerkende kracht kunnen we dit beschouwen als één van de eerste serieuze sportboeken, waarin voetbal een grote rol speelt.

Afgelopen week was een rechtszaak over een voetbalboek hoofdnieuws. Over het hoofdonderwerp van dat boek zijn inmiddels al tientallen andere boeken geschreven. De liefhebbers van dit genre kunnen dan ook een lange verlanglijst indienen voor de feestdagen met ook nog boeken over Marco van Basten, Piet Keur, vergeten voetbalhelden, Piet Keizer, Frenkie de Jong, Vitesse in de jaren 70, verdwenen profclubs, het nieuwe Ajax, Piet Schrijvers, Nederlandse voetballers in Italië, Wesley Sneijder (een autobiografie is nog in de maak), het Nederlands vrouwenelftal, Jan Klaassens, FC Emmen – en dan ben ik vast nog wat vergeten. Met Oranje op het EK voetbal van 2020 in het vooruitzicht kunnen we binnenkort vast nog een paar planken met papier verzamelen.

Wie anders dan sportpionier Pim Mulier schreef precies 125 jaar geleden als eerste in ons land een sportboek met serieuze aandacht voor voetbal, samen met atletiek? Want alleen al uit de titel Athletiek en voetbal blijkt hij deze sporten eigenlijk beschouwde als twee verschillende uitingen van één bezigheid. Hij wees de voetballers op het belang van trainingen, vooral door middel van hardlopen en uithouding, waarbij de atletiek een natuurlijke partner was.

Het was dan ook niet toevallig dat de voorloper van de KNVB in 1889 werd opgericht als de Nederlandschen Voetbal en Athletischen Bond, met Mulier als eerste voorzitter. Met dit standpunt nam hij overigens wel een minderheidspositie in, want al snel werden de atleten eruit gedonderd, toevallig net tijdens een vergadering dat Mulier er niet was. Die atleten kostten toch alleen maar veel geld en aandacht en leverden niets op.

Aangenaam

In zijn boek van 1894 handhaafde Mulier nog steeds zijn standpunt dat de ene sport niet zonder de andere kon. Het was zijn tweede sportboek, nadat hij een jaar eerder Wintersport had geschreven. ‘Het werk,’ aldus Nederlandsche Sport, ‘dat uitwendig een aangenamen aanblik biedt en op welks omslag een goalkeeper en action geteekend is op een rood, wit en blauwen grond, bevat 188 pagina’s, waarvan ongeveer 2/3 gewijd is aan Athletiek en het overige aan Rugby en Association-voetbal. Naast de reproductie van verschillende voetbal elftallen en groepen van athleten, zijn de meeste hoofdstukken opgeluisterd door teekeningen van de hand van den schrijver, waarbij men athleten, voetbalof hockeyspelers aan het werk ziet.’

Bij het doorbladeren, aldus De Athleet op 1 december 1894, maakte dit werk ‘een zeer aangenamen indruk’. Een week later was het blad in staat er een verantwoorde recensie over te schrijven, die overigens in zijn geheel ook in Nederlandsche Sport werd afgedrukt. Daarmee werd zo’n beetje de hele toenmalige sportwereld bereikt, waarmee de doelgroep in ieder geval was bereikt.

Ongetwijfeld tot genoegen van Mulier kreeg hij een positief onthaal: ‘Dezer dagen kwam ons het zoo juist verschenen werk van den heer Mulier in handen, en gestoken in een net kleed, gedrukt op fraai papier als het is, laat het niet na een prettigen indruk te maken. Een feit dat zeker van grooten invloed op het succes zal blijken, is het zoo juist gekozen oogenblik van verschijnen. Eenige dagen vóór St. Nicolaas, nadat de verwachting reeds hoog gespannen was door de alom verspreide inteekenlijsten, waarop het titelblad was afgedrukt, eene betere reclame hadden de uitgevers zeker niet voor deze jongste pennevrucht des heeren Mulier’s kunnen maken.

Waar een zóo omvangrijke stof moest worden behandeld in betrekkelijk klein bestek, spreekt het van zelf, dat het een verzameling monographiën bevat over de onderscheidene takken van sport, welke men onder Athletiek en voetbal bijeen heeft gebracht. Blijkbaar heeft bij de samenstelling het doel voorgezeten een rijken schat van belangwekkende details mede te deelen, voor het grootste deel geput uit eigen ervaring, en neergeschreven in den aantrekkelijken vorm eener causerie.

Twee andere karaktertrekken die het geheele boek typeeren, zijn de historische behandeling der stof en het streven om door critiek op bestaande toestanden en door het aanwijzen van den juisten voortaan te volgen weg, ook eenigszins te voorzien in de lang gevoelde behoefte aan een deugdelijk handboek. Van alle besprokene takken van sport is aan voetbal de meeste plaats ingeruimd, en het is juist in dit deel dat de didactische beschouwingen, de historische zin, de pikante bijzonderheden het meest tot hun recht komen.’

Verrassend inzicht

Dit boek van 125 jaar geleden is nu een belangrijke bron voor historisch onderzoek naar de beginjaren van de Nederlandse sport. Nico Scheepmaker las het in 1971 weer eens: ‘In zijn boek „Athletiek en Voetbal”, dat hij in 1894 schreef, geeft onze „sportnestor” Pim Muiier niet alleen blijk van een verassend inzicht in allerlei atletiekzaken ook op voetbalgebied zegt hij af en toe dingen die verrassend modern aandoen, en in ieder geval blijk geven van een inzicht dat je in 1894, toen er een 1e klasse was met 6 clubs, een 2e klasse met 4 clubs, een 3e klasse met 4 clubs (eindstand: 1. Kralingen, 2. Neptunus, 3. Feijenoord, 4. Batavia) en een Oostelijke competitie met 3 clubs (Enschede, Zwolle en Kampen), nog niet verwacht.’

Uit recent onderzoek blijkt echter dat niet alles klopt in dit standaardwerk. Sporthisorici als Nico van Horn, Daniël Rewijk, Jan Luitzen en Wim Zonneveld hebben in de afgelopen vijftien jaar veel andere bronnen gevonden die nieuw licht werpen op die periode van de oersport in ons land. Dat neemt niet weg dat Mulier veel informatie heeft doorgegeven, ook nog eens begeleid met zijn zelfgemaakte prenten van de sport van 125 jaar geleden – óók een onmisbare bron.

In 2019 zijn er inmiddels meer dan een miljoen actieve voetballers en trekken voetbalboeken enorme aandacht – nog los van de enorme kijkcijfers tijdens voetbalwedstrijden. In die 125 jaar tussen Athletiek en voetbal heeft sport zich van de marge naar het hart van de maatschappij verplaatst. Voor de echte liefhebber hoort dat boek van Mulier daarom ook op de lange verlanglijst.

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je je waardering laten blijken door een kleine bijdrage te doen

Mijn gekozen waardering € -

Advertentie

Bestel bij Bol.com

 

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Jurryt van de Vooren is sporthistoricus. Auteur van 'Amsterdam 1928' en de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Bezig met boekenserie over Amsterdam en sport. Nog steeds de enige Amsterdammer die is afgestudeerd op Feyenoord.