NieuwVoetbal

Hoera: vandaag ben ik 25 jaar sporthistoricus!

Jubileum! Precies 25 jaar geleden werd ik sporthistoricus. Daarvoor zorgde Feyenoord-icoon Bert Heesakker, die tijdens zijn reis van zijn sterfbed naar de voetbalhemel eerst nog even aanschoof op mijn verjaardagsfeest met een heel bijzonder cadeau.

Aan het eind van mijn studie Moderne Geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam zocht ik halverwege de jaren negentig naar een geschikt onderwerp om af te studeren. In de maanden daarvoor had ik meegedaan aan een onderzoeksgroep van Piet de Rooy naar de geschiedenis van Nederlandse politieke partijen. In mijn geval leidde dat tot een werkstuk naar de Vrijzinnig-Democratische Bond, een links-liberale partij vóór de Tweede Wereldoorlog.

Tijdens mijn onderzoek had ik ook al veel informatie gevonden over de beginjaren van de VVD, opgericht in 1948. Zo kwam ik op het idee om af te studeren op dit onderwerp. Als ik dat inderdaad had gedaan, had ik deze terugblik moeten plaatsen op een website met de naam VVDgeschiedenis.

26 jaar

Op 26 april 1995 vierde ik mijn 26e verjaardag in mijn studentenkamer aan de Nieuwe Herengracht in Amsterdam. Tussen mijn zevende en veertiende biertje vroeg een vriendin of ik inmiddels een afstudeeronderwerp had, waarop ik opgelucht vertelde over de VVD. “Dat moet je niet doen,” zei ze meteen, “want je bent net een half jaar bezig geweest met de geschiedenis van het liberalisme. Je gaat nu de laatste fase in van je studententijd, waarin je nog één keer de tijd hebt om je onder te dompelen in een onderwerp, waar je nu nog helemaal niets van weet. Hierna moet je werken voor een baas en dan kan dat niet meer.” Dat klonk zo overtuigend dat ik mij meteen voornam om niet verder te gaan met onderzoek naar het liberalisme.

Ik verontschuldigde me daarop, want ik moest naar de wc. Pas daar realiseerde ik mij goed dat ik opeens geen afstudeeronderwerp meer had. Ik kon helemaal opnieuw beginnen. Totdat ik vanuit het niets op het idee kwam voor historisch onderzoek naar Feyenoord. Heel gek, want nog nooit had ik ook maar één seconde nagedacht over sportgeschiedenis, maar toch was dit besluit onherroepelijk. Ik liep terug naar het feest en vertelde enthousiast dat ik af ging studeren op Feyenoord. “Dat gaat morgen wel weer over na een paar aspirientjes,” zag ik iedereen denken, maar dat was niet zo. Ik was sporthistoricus geworden.

Bert Heesakker

In de maanden erna spitste mijn onderzoek zich toe op Feyenoord in de jaren dertig en veertig, met name in de Tweede Wereldoorlog. Hoe probeerde een volksclub zich te redden tijdens de economische crisis, de oorlogsdreiging, de bezetting en het naoorlogse herstel? De club heeft me enorm geholpen, vooral Henk van der Stoep, die bij de amateurs op Varkenoord het archief beheerde. Hij vond het wel een beetje gek dat een serieuze student op voetbal wilde afstuderen, nota bene een Amsterdamse Feyenoord-supporter. Toch gaf hij alle informatie, die ik nodig had.

Clubblad De Feijenoorder werd één van mijn belangrijkste informatiebronnen, naast de notulen en besluitenlijsten van het clubbestuur. Zo maakte ik kennis met Bert Heesakker, vanaf de jaren twintig ongeveer een halve eeuw lang de hoofdredacteur van het clubblad, óók in de Tweede Wereldoorlog. Via zijn vele geschriften in De Feijenoorder kreeg ik zicht op het verenigingsleven van Feyenoord in oorlogstijd en daarom komt zijn naam ongeveer 200 keer voor in mijn uiteindelijke scriptie Dienaren van het rood-witte koninkrijk. Het grootste deel van mijn informatie was dus rechtstreeks van hem afkomstig, door zijn ogen gezien en door zijn pen opgeschreven.

Eigenlijk had ik zowel over Feyenoord als over Heesakker geschreven, maar tijdens mijn research was het er niet van gekomen om hem zelf op te zoeken. Dat probeerde ik daarom alsnog enkele maanden na mijn afstuderen in december 1996 en sprak hiervoor zijn zoon Ted. Ik was alleen te laat, want enkele maanden voor zijn 100e verjaardag was Bert Heesakker overleden. “Op 26 april 1995,” zei Ted, inmiddels ook al overleden.

Dat was dus exact dezelfde dag dat ik vanuit het niets – ok, een paar biertjes – op het idee kwam om af te studeren op Feyenoord, het onderzoek dat uitliep op een verhaal waarin Heesakker de hoofdrol speelde! Alsof hij onderweg van zijn sterfbed naar de voetbalhemel mij eerst nog een heel speciaal cadeau wilde geven: een onderwerp voor mijn afstuderen én het begin van een loopbaan als een sporthistoricus.

Het estafettestokje van Heesakker

In mijn debuut in boekvorm in 1997 in het gigantische jubileumboek van De Kuip verwees ik daar ook naar in mijn bijdrage over de sociale geschiedenis van dit stadion. Dat hoofdstuk heette niet voor niets Het estafettestokje van Heesakker.

Dankzij dat estafettestokje zijn daar inmiddels ruim twintig sporthistorische boeken bijgekomen, zowel eigen werken als bijdrages aan verzamelwerken. Het verjaarscadeau van Heesakker van 25 jaar geleden koester ik vandaag, op mijn 51e verjaardag, daarom nog steeds.

Vandaag 25 jaar geleden overleed een Feyenoord-icoon. Vandaag 25 jaar geleden werd ik sporthistoricus. Precies zoals een spreekwoord uit 2020 zegt: De één zijn end, is de ander zijn content. Daarom nogmaals dank, Bert, dat je onderweg naar de hemel nog even naar Amsterdam kwam.

Jurryt van de Vooren
https://sportgeschiedenis.nl
Specialist in sporterfgoed. Schreef mee aan het boek "Nooit meer Qatar" over de FIFA en mensenrechten. Al 25 jaar de enige Amsterdammer, die is afgestudeerd op Feyenoord.