Olympische SpelenVoetbal

In 1920 was België wereldkampioen voetbal (officieus)

Antwerpen was in 1920 gastheer van de Olympische Spelen. Het olympische voetbaltoernooi werd gewonnen door België – tien jaar vóór het eerste wereldkampioenschap. De finale tegen Tsjecho-Slowakije was de meest idiote ooit. 

Het Sportblad noemde dit toernooi ‘het Voetbal Wereldkampioenschap’ en in zekere zin was dat ook zo, als belangrijkste evenement van deze sport waaraan landenteams meededen. Officieel was dat dan weer niet het geval als olympisch voetbaltoernooi, tien jaar vóór het eerste WK, in 1930 in Uruguay. Maar goed, met terugwerkende kracht beschouwt Uruguay zijn olympische titels van 1924 en 1928 ook als wereldtitels, net als de officiële kampioenschappen van 1930 en 1950 – vandaar die vier sterren op het shirt van Uruguay. Dan mag België het ook.

Niet dat het toernooi van 1930 één grote zegetocht was van de Rode Duivels met allemaal wedstrijden in eigen land – integendeel. De problemen begonnen al voor aanvang, blijkt uit het verslag van Het Sportblad, al bij de eerste wedstrijd van België. Vlak voor aanvang van de ontmoeting tegen Spanje keerde een groot aantal Belgische toeschouwers zich tégen hun eigen team. Ze waren boos op graaf d’Oultremont, verantwoordelijk voor de selectie van de spelers. Zelf afkomstig uit Brussel had hij opmerkelijk veel voetballers uit Antwerpen genegeerd en dat werd hem niet in dank afgenomen. ‘Het publiek van de eene Belgische stad floot dus de spelers uit een andere Belgische stad, die geroepen waren de nationale kleuren te verdedigen, in het openbaar uit.’

Een gênante affaire, zo vonden de buitenlandse sportjournalisten, die zelfs na militair vertoon maar niet tot een einde kwam. ‘Het is te hopen,’ oordeelde Het Sportblad, ‘dat het Antwerpsche publiek, voorgelicht door een opvoedende pers, zichzelf zal herzien en beter het nationaal belang zal gaan begrijpen.’ België won wel, ondanks de tegenstand uit eigen kring. De Belgische voetballeiders stelden daarna wel een beter uitgebalanceerd elftal op, dat mét steun van het thuispubliek Nederland versloeg en daarmee de finale bereikte, een finale die uniek zou worden in zijn soort.

Mensenstromen

Het Belgische publiek kwam massaal naar de wedstrijd tegen Tsjecho-Slowakijke in de hoop dat er goud werd gewonnen. ‘Nog nooit hadden we het Stadion zoo vol gezien. Nog voor de wedstrijd was begonnen kwam de mededeeling, dat de toegangen waren gesloten en dat nog duizenden en duizenden buiten stonden te wachten om binnengelaten te worden. Het publiek nam voor de poorten een eenigszins dreigende houding aan en men vreesde, dat men het niet in bedwang zou kunnen houden. Dat bleek inderdaad later het geval te zijn. De hekken werden tenminste geforceerd, waardoor nog duizenden toeschouwers op het toen reeds geheel gevulde terrein verschenen. Men was daardoor wel gedwongen maatregelen te nemen.’

De mensenstroom hield echter gewoon aan, waarna de aanwezige militairen hun speciale plek op de tribune verlieten om ruimte te maken. Zelf vleiden ze zich neer naast het voetbalveld. ‘Vrijwel het geheele veld was hierdoor met een cordon soldaten omgeven.’

Tijd voor het volgende probleem: scheidsrechter John Lewis, die met 65 jaar toch wel wat oud werd bevonden om de wedstrijd van nabij te volgen. ‘Laten we dadelijk zeggen, dat de leiding van den wedstrijd vrij goed is geweest, maar dat we desondanks toch veel liever hadden gezien, dat een jonger scheidsrechter met de leiding zou zijn belast geweest.’

Zeven minuten voor de rust ging het helemaal mis. ‘Coppée komt gevaarlijk opzetten, een der Tsjechische achterspelers geeft hem daarbij een schop tengevolge waarvan hij neervalt. Onmiddellijk wordt gestopt en het blijkt, dat de vlugge Belg ernstig is gekwetst, zoodat een draagbaar wordt gehaald om hem weg te dragen. John Lewis, die het geval heeft gezien en overtuigd is, dat hier opzet in het spel is, zendt den schuldige van het veld.

Dat is het signaal voor een algemeen protest der verwoede Tsjechen. Natuurlijk blijft Lewis onverbiddelijk en daar hij bovendien niets van het geprotesteer der Tjsechen verstaat, blijft hij uiterlijk kalm. Onder een ontzettend gejoel van het publiek verlaten dan de Tsjechen het terrein, terwijl het publiek het veld overstroomt.

Hoe zal dat afloopen? In de kleedkamer wordt enkele oogenblikken druk geconfereerd maar het blijkt dat de Tsjechen niet voor goeden raad vatbaar zijn. Ze willen blijkbaar op deze wijze den wedstrijd verliezen dan in een eerlijken strijd op het groene veld. John Lewis geeft hen nog 5 minuten den tijd om terug te komen en als ze dan nog niet verschenen zijn klinkt zijn fluitje en de eindwedstrijd om het wereldkampioenschap is afgeloopen.’

België, de olympische wereldkampioen van 1920

Eén der sterkste Belgische elftallen ooit 

En dat was het einde van de enige finale ooit van een WK voetbal of een olympisch voetbaltoernooi dat nooit werd uitgespeeld. ‘Hoe het ook zij,’ oordeelde Het Sportblad, ‘de Belgen hebben door deze overwinning het wereldkampioenschap op voetbalgebied veroverd en ze hebben dat volkomen verdiend. Ze brachten een ploeg in het veld samengesteld uit bekwame en vooral uit hardwerkende spelers, die gevochten hebben om de overwinning. De tegenpartij wordt eenvoudig door enorme snelheid en door vurige wilskracht overrompeld en ziet al haar pogingen om wederstand te bieden langzamerhand mislukken. Bovendien beschikken de Belgen op het oogenblik over enkele schitterende spelers, waardoor de ploeg een der sterkste elftallen is, welke ooit door de Belgen in het veld zijn gebracht.’

In een terugblik maakte De Revue der Sporten gehakt van deze gebeurtenissen: ‘De eindstrijd ging tusschen Tsjecho-Slowakije en België. Een gezellige eindstrijd! De Tsjechen vonden anderhalf uur veel te lang, vonden bovendien 2—0 voor België al genoeg, schopten Coppée tegen den onderbuik, zeiden dat Lewis was omgekocht en verdwenen naar de douche.

Overigens ‘n keurige natie. Janda speelt voetbal, zooals we dat ‘n kwart eeuw geleden in Holland ook deden. De trainer van de tegenpartij moet dan ‘n stofferen blik bij zich hebben om de afgetrapte knieschijven, enkels en andere edele deelen bij mekaar te vegen, ‘t Werd ‘n gezellig relletje: gendarmen met geweren, ‘n joelende menigte, een dreigende houding van ‘t publiek, klappen op neuzen en oogen en ‘n Tsjecho-Slowaksche viel in zwijm en in m’n armen toen d’r beminde een ongezouten knock-out verkocht.

Overigens een beminnelijke wedstrijd, ‘n mooi stuk propaganda voor ‘t veredelend voetbalspel en voor de opvoedende waarde van wedstrijdsport.’

Zelfs na deze wedstrijd bleef het onrustig, omdat de Tsjechische vlag in het stadion was neergehaald en verscheurd. Verschillende ooggetuigen bevestigden dit, waarna er op diplomatiek niveau protest werd ingediend. De olympische organisatie bood hierop zijn officiële excuses aan.

Daarmee kwam het voetbaltoernooi van 1920 tot een einde met België als kampioen – officieel olympisch maar officieus als de beste van de wereld.

Advertentie

Koop bij bol.com

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Jurryt van de Vooren is sporthistoricus. Auteur van 'Amsterdam 1928' en de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Bezig met boekenserie over Amsterdam en sport. Nog steeds de enige Amsterdammer die is afgestudeerd op Feyenoord.