Voetbal

In 1956 kostte het 20.000 gulden om de Europa Cup 1-finale uit te zenden

Groot-Brittannië betaalt bijna een half miljard euro per jaar aan de UEFA voor de rechten op de Champions League en de Europa Cup. In 1956 kreeg die bond 20.000 gulden voor de Europa Cup 1-finale.


Als de Champions League-finale is afgelopen wordt zowel in Nederland als Groot-Brittannië een tijdperk afgesloten. Vanaf volgend seizoen zal in deze landen namelijk een andere tv-zender de wedstrijden aanbieden, voor grof meer geld dan voorheen. Geen NOS meer in Nederland en geen Sky en ITV meer in Groot-Brittannië.

De NOS heeft een bewuste keuze gemaakt om de uitzendrechten terug te geven. “Het geld is op,” zei de publieke zender vorig jaar, waarna SBS het hoogste bedrag bood. Om hoeveel het precies gaat, is overigens onbekend.

In Groot-Brittannië was de strijd aanzienlijk heviger. BT Sport kreeg met een bod van 897 miljoen pond – bijna 1,3 miljard euro – het recht om drie jaar de wedstrijden in de Champions League en de Europa Cup uit te zenden. Dat is ruim twee keer zoveel als wat het huidige bedrag. ‘The news is a major blow to Sky and ITV, which currently share the rights,’ schreef de BBC toen dit bekend werd.

En dan te bedenken dat dit bedrag alleen maar voor de Britse tv-markt geldt, want per land wordt een apart contract afgesloten. Hoeveel de UEFA exact verdient aan alle uitzendrechten is onbekend, maar hoe dan ook is het contrast met 1956 adembenemend – het eerste jaar van de Europa Cup 1, de voorganger van de Champions League. Om de finale dat jaar tussen Real Madrid en Reims op tv uit te mogen zenden, betaalde Eurovisie bijna 20.000 gulden. Dat bedrag werd eerlijk verdeeld tussen de clubs en de UEFA. Elke partij kreeg dus net iets minder dan 7.000 gulden.

De Duitsers waren de eerste

Natuurlijk waren in die tijd de bedragen voor voetbal op tv veel lager, omdat dit medium nog in de kinderschoenen stond. De Duitsers waren hierin de onbetwiste pionier met de Spelen van 1936 in Berlijn. In dat land bestond sinds 1935 een televisiezender, die verslag deed van het sportevenement. Volgens schatting trok dat op sommige momenten een kijkdichtheid van 160.000.

Drie jaar later sloten de Duitsers een overeenkomst met de organisatoren van de Spelen van 1940 in Helsinki, waarbij ze het alleenrecht kregen om die uit te zenden. Door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog ging zowel dat evenement als de registratie hiervan niet door.

Na de oorlog brandde in Engeland de discussie los over de uitzendrechten van sport op tv. In 1950 wilden zeven sportbonden (tennis, voetbal, zwemmen, cricket, golf, wielrennen en windhonden) geld van de BBC voordat die zijn camera’s plaatste bij hun evenementen. Ook eisten deze bonden geld van elke locatie waar groepen mensen keken naar de tv-registratie van hun sportwedstrijden.

Op deze manier hoopten deze bonden 1,6 miljoen gulden te ontvangen – in onze tijd vier miljoen euro – wat voor 1950 een enorm bedrag was. De uitzendrechten voor de Olympische Spelen van 1960 in Rome bijvoorbeeld bedroegen zo’n vijf miljoen gulden – net iets meer dan de Engelse bonden wilden én dat ook nog eens tien jaar eerder.

En zo begon dus de grote strijd om de uitzendrechten van sportevenementen, die in 2015 ertoe heeft geleid dat de NOS bij de Champions League is afgehaakt.

Advertentie

Reserveer bij bol.com

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Jurryt van de Vooren is sporthistoricus. Auteur van 'Amsterdam 1928' en de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Bezig met boekenserie over Amsterdam en sport. Nog steeds de enige Amsterdammer die is afgestudeerd op Feyenoord.