NieuwVoetbal

Jo Brusselers was in mei 1940 het eerste oorlogsslachtoffer van PSV

Op 13 mei 1940 sneuvelde Jo Brusselers op de Grebbelinie. Joris Kaper schrijft over hem in het boek PSV tijdens de Tweede Wereldoorlog, dat komende week in Eindhoven wordt gepresenteerd. Een voorpublicatie over het eerste omgekomen lid van PSV in oorlogstijd.  

Hier kopen

Johan Brusselers is negentien jaar oud als hij in februari 1938 aangenomen wordt als PSV-lid. De op Hoogstraat 118 wonende Brusselers beschikt over het nodige talent, want hij speelt in het tweede elftal. In juni van dat jaar maakt hij zelfs zijn opwachting in het eerste en speelt ook in de zomeravondcompetitie die dan wordt afgewerkt.

Aan het einde van seizoen 1938-1939 speelt hij opnieuw wat oefenwedstrijden met het eerste. Dat doet Brusselers verdienstelijk, want PSV voegt hem in de aanloop naar het nieuwe seizoen toe aan de selectie van het eerste elftal. De club wil werken met een grotere kern van spelers en ook Brusselers komt daarvoor in aanmerking.

In de zomer van 1939 wordt Brusselers echter opgeroepen voor dienstplicht, enkele weken voordat de algehele mobilisatie in Nederland van kracht wordt. Hij verhuist naar de Elias Beeckmankazerne in Ede, thuisbasis van het 22ste Regiment Infanterie, waar Brusselers ook wordt ingedeeld.

Begin 1940 wordt het regiment gelegerd in de omgeving van Overberg en Renswoude, in de buurt van de Grebbelinie. Daar wordt Brusselers actief in de mitrailleurcompagnie van het derde bataljon van het regiment, bevorderd tot sergeant. Dat gaat niet ongemerkt voorbij aan PSV. ‘Onze hartelijke gelukswensen’, zo valt te lezen in het clubblad De PSV’er van 29 februari dat jaar.

De dienstplicht en de Duitse dreiging blijken een kink in de kabel voor de voetbalaspiraties van Brusselers. Begin april verschijnt zijn naam pas weer in de opstelling. In De PSV’er van 25 april 1940 staat het programma op zaterdag 2 mei: Jo Brusselers staat in de basis van PSV 2. Het is zijn laatste voetbalwedstrijd.

Op 20 juni 1940 verschijnt het eerste nummer van De PSV’er sinds de Duitse inval. Dat opent met de tekst: ‘We staan voor een nieuw begin. We gaan weer voetballen tot eigen lichamelijke ontwikkeling en vooral ook tot ontspanning van duizenden stadgenoten.’

Jo Brusselers

Grebbelinie

Maar Johan Brusselers is er dan niet meer bij. De PSV’er sneuvelt op maandag 13 mei 1940 tijdens gevechten op de Grebbelinie. ‘In stille ogenblikken herdenken we het heengaan van onze clubmakker Jo Brusselers, die zijn leven gaf voor het vaderland. We zullen in hem een trouwe kameraad en een pret tig speler missen.’

Wat gebeurde er met Jo Brusselers op die noodlottige dag? Dankzij getuigenverklaringen en gevechtsverslagen kunnen zijn laatste dagen en uren nauwkeurig worden gereconstrueerd.

Begin juni 1940 draagt reservemajoor G. Heij, voorpostencommandant in het gebied waar het 22ste Regi ment Infanterie actief was, Brusselers voor een onderscheiding voor. De brief aan zijn meerderen bevat een verslag van wat er die dagen gebeurde.

Sergeant H.A. Bongers, eveneens gelegerd op de stelling Slaperdijk, Jo Brusselers schrijft uitgebreid over Brusselers. In zijn getuigenverklaring over de gevechten, opgeschreven in september 1940, memoreert hij voor het eerst aan de gebeurtenissen op 12 mei.

Inmiddels was vanaf de bataljonscommandopost en vanaf onze stelling café de Hof‘ onder vuur genomen, aangezien daar steeds Duitsers in bevonden. Door sergeant Brusselers en enige soldaten werd in een auto een patrouille ondernomen, richting Renswoude. Even voorbij De Hof kwam men tot de ontdekking, dat de Duitsers het gevluchte gedeelte van 10 R.I. aldaar gevangen hadden genomen en ontwapend. Alle wapens en uitrustingsstukken lagen netjes aan de weg en schijnbaar heeft men voor ons vuur moeten vluchten. In driemaal rijden met de auto hadden wij al deze stukken en wapens in onze stelling, waarvan de wapens ons later zeer van pas zouden komen.

De Duitsers bleken het erg op De Hof gemunt te hebben en herhaaldelijk slopen zij hierin, gebruikmakend van de vele bosjes in het voorterrein. We besloten dan ook het huis in brand te steken. Nadat wij met onze Veld 6 het huis eerst weer onder vuur hadden genomen, hebben wij het met benzine uit de nabij gelegen benzinepomp in brand gestoken en na circa 20 minuten waren er slechts puinhopen over.

Even daarna zagen wij Duitsers in de achter De Hof gelegen boswachterswoning. Ook dit huis onderging hetzelfde lot en brandde af. De veroverde geweren werden nagekeken en in de stelling geborgen, terwijl enkele gevonden berichtenboekjes en een Duitse handgranaat per ordonnans naar de Staf van het Bataljon werden gebracht.

Getuigenverklaringen

In de vergadering van de Commissie voor Militaire Onderscheidingen in augustus 1947 worden door diverse betrokkenen getuigenverklaringen afgelegd over hetgeen er zich die dagen heeft afgespeeld. Zo geeft Korporaal G.T. Dekker zijn lezing op de gebeurtenissen rond de Slaperdijk.

Zondagavond 12 mei 1940 hadden we last van artillerievuur. Ik ben toen met sergeant Brusselers naar de CP aan de Slaperdijk gegaan, doch vond deze verlaten. Luitenant Van de Vijzel, die hier moest zitten, was verdwenen. Hij was met zijn sectie teruggetrokken. De telefonische verbinding was verbroken.

We zijn teruggegaan en hebben melding gedaan bij sergeant Ebbeling. Onze sectie is ter plaatse gebleven. Wel werden de manschappen angstig toen ze hoorden dat Van de Vijzel weg was, maar sergeant Ebbeling is met zijn pistool hiertegen opgetreden en ik heb hem geholpen om de mannen moed in te spreken. We zijn met de telefoon naar de stelling aan de overzijde van de weg gegaan, waar sergeant Ebbeling de verbinding wist te herstellen. Hij kreeg te horen dat luitenant Van de Vijzel weer was teruggestuurd.

Sergeant Ebbeling stelt in zijn verklaring over zondag 12 mei:

Op 12 mei trokken neventroepen na een artilleriebeschieting van hun stellingen door onze stelling terug. Een gedeelte van onze troepen is medegegaan.

Ik merkte dit, doordat ik Lt. Van de Vijzel en sergeant Bongers met hun mensen zag verdwijnen. Ik ben toen een beetje kwaad geworden en heb kortweg gezegd, dat ieder die de stelling zou verlaten, door mij zou worden neergeschoten. De mensen van mijn stuk en de mensen van het stuk van Brusselers sloten zich bij mij aan, die waren het direct met mij eens. Ik heb een gedeelte tegen kunnen houden, de rest was al weggevloeid. In totaal waren er toen zo’n dertig mensen in stelling.

Vanaf lunchroom De Hof, dat in het voorterrein lag, werd af en toe vuur gegeven. Ik vermoed van machinepistolen en ook lichte mitrailleurs. Het gebouw is stukgeschoten door Van Kasteren met een stuk 6 Veld. Op mijn last is er een patrouille met een luxe auto naar De Hof uitgezonden om de toestand op te nemen.

De patrouille bestond uit Brusselers, Schwarze en De Hoog. Zij hebben daar niks gevonden. Er waren wel aanwijzingen dat er troepen geweest waren, want er werden Duitse handgranaten gevonden en een Duits berichtenboekje. Lt. Van de Vijzel was op dat moment afwezig.

De luxe auto had ik gevorderd op 10 mei. Ik had met de vorige commandant afgesproken dat er een auto in de stelling zou moeten zijn. Het bleek later de laatste auto geweest te zijn die uit de richting Utrecht kwam; deze moest naar Arnhem. De chauffeur is verder gegaan.

De chauffeur van de patrouille was Brusselers. De auto-patrouille heeft de grote weg genomen en is niet onder dekking gegaan. Wij waren maar met weinigen en wij moesten doen alsof we met velen waren. Open en bloot zijn zij met de wagen er op afgegaan. Deze patrouille heeft nog eigen artillerievuur ontvangen.

Ik had steun aan Majoor Hey gevraagd richting De Hof in het voorterrein van de stelling. Dit vuur werd inderdaad afgegeven. De reden voor de steun was, dat indien de Duitsers zouden vluchten, de terugtocht van De Hof naar hun eigen stellingen zou worden afgesneden. De patrouille heeft geen voltreffer ontvangen.

De tweede patrouille bestond uit Nico de Hoog, Brusselers en ondergetekende. Deze werd ondernomen met het doel een nader onderzoek in te stellen naar eventuele Nederlandse krijgsgevangenen, daar bij de terugtocht een gedeelte van de troepen zich naar De Hof had begeven. Ik trof hier alleen een klewang en een soort degen aan. Vervolgens hebben wij de zaak in brand geschoten, teneinde het eventueel nestelen van de Duitsers te voorkomen.

Uit deze getuigenverklaringen blijkt dat Brusselers meerdere patrouilles heeft ondernomen, veelal met succes. Maar maandag 13 mei wordt de PSV’er fataal.

Mitrailleurschutter N.P. Hollands zegt in een verklaring:

De nacht van zondag op maandag verliep vrij rustig, maar maandag 13 mei ontvingen we hevig vuur. Luitenant Van de Vijzel stelde voor een patrouille te lopen. Sergeant Brusselers en een onbekende sergeant van 10 R.I. boden zich hiervoor aan en hebben met Lt. Van de Vijzel deze patrouille gelopen. De bedoeling was om te zien wat er in het voor terrein was.

Sergeant Brusselers is hierbij gesneuveld. Lt. Van de Vijzel raakte daardoor zo van streek, dat hij zei: “Het is niet meer te houden. Ik ga hulp halen.” We hebben hem niet meer teruggezien.

Sergeant Bongers verklaart over die dag:

Maandag 13 mei 1940 heeft reserve 1e Luitenant Van der Vijzel, toen optredende als commandant van het steunpunt Slaperdijk, volgens zijn mededelingen omstreeks 16.00 uur vrijwilligers gevraagd voor het vormen van een patrouille om de sterkte en plaats van de vijand in het voorterrein te verkennen. Spontaan hebben zich toen gemeld de dienstplichtig sergeant Jo Brusselers van MC-I-22-RI en een dienstplichtig sergeant van 10-R.I., die in opdracht van C-10-RI ter plaatse was om omtrent eigen toestand en die van de vijand inlichtingen te verzamelen.

Genoemde officier en beide onderofficieren zijn vertrokken vanuit de schuttersopstelling, tevens opstelling voor bestrijding luchtdoelen, in het oostelijk talud van de Slaperdijk, noordelijk van de straatweg. De patrouille is kruipend in noordelijke richting voorwaarts gegaan, waarbij sergeant Brusselers, gewapend met een lichte mitrailleur, voorop ging langs het talud van de dijk, dat tot aan de duiker van begroeiing was ontdaan.

Vrijwel onmiddellijk werden vijandelijke patrouilles waargenomen, die zich van bosje tot bosje verplaatsten in de richting van de Rijksstraatweg. Het lukte onze patrouille op korte afstand van de duiker te komen. Door reserve 1e luitenant Van der Vijzel is toen met een karabijn op de vijand geschoten, waarbij vermoedelijk de Duitse officier Von Bunninghausen is getroffen, wiens graf later is gevonden.

In zijn ijver waar te nemen heeft sergeant Brusselers zich toen vermoedelijk teveel bloot gegeven, want vlak daarop werd hij uit het bedekte ter rein door een kogel in de borst dodelijk getroffen. Uit zijn, bij terugkeer van het bataljon nabij samenkomst Brinkelanderweg met Slaperdijk ontdekte graf, is het stoffelijk overschot overgebracht naar de Grebbeberg, vanwaar het door de familie, na verkregen toestemming, naar de ouderlijke woon plaats Eindhoven is vervoerd, om daar ter aarde te worden besteld.

In een bijlage van diezelfde voordracht wordt vermeld dat het moreel bij het steunpunt van de nog aanwezig soldaten ernstig had geleden door onder meer een heftige artilleriebeschieting. Het was volgens Heij mede de reden om patrouilles op te zetten om zo het geschokte moreel te herstellen.

Brusselers was op pad gegaan langs het dijktalud, dat was ontdaan van begroeiing, maar de patrouille, met Brusselers voorop, liep daarbij op een juist bedekt terrein af. In de nabijheid van het punt waar hij viel, werd Brusselers later gevonden. Volgens Heij was door het heldhaftige optreden van Brusselers’ patrouille het gestelde doel bereikt, namelijk de patrouillegang in werking zetten en daarmee het moreel te herstellen.

Reservemajoor G. Heij, voorpostencommandant in het gebied, heeft een lezing met dezelfde strekking, maar richt zich ook op wat de dood van Brusselers deed met de mannen daar.

Na twintig minuten verscheen Luitenant Van de Vijzel weer in de commandopost als een gebroken man en ik voelde direct, dat er iets gebeurd was. Op mijn vraag hierover antwoordde hij: “Sergeant Brusselers is niet meer.”

Het bloed kookte mij in de aderen, daar ik direct het hopeloze van het geval had ingezien. Alleen de dood van Brusselers ontroerde ons allen. Hij was zo moedig en dapper geweest en had zo veel bijgedragen om onze stelling te behouden. Arme Jopie, rust zacht. Jij bent de heldendood gestorven in den kamp voor de vrijheid van je vaderland.

In het verdere verloop van 13 mei wordt er op de stelling meerdere keren om versterking gevraagd, maar in de avond werkt de telefoonlijn niet meer. Nadat de manschappen op de hoogte worden gebracht en luitenant Van de Vijzel ook niet is teruggekeerd, willen enkele mannen zich terugtrekken. Dit blijkt onmogelijk door vijandelijk vuur op alle wegen. Er is bovendien gebrek aan voedsel, munitie en slaap, maar de manschappen in de stelling houden ’s nachts stand.

De volgende ochtend wordt alsnog besloten om zich met de resterende mannen over te geven, omdat zij inmiddels vrijwel omsingeld zijn. Sergeant Bongers:

De pistolen en karabijnen worden onschadelijk gemaakt en voor het grootste gedeelte in de sloot gegooid. Daarna werd een wit stuk lap aan een stok gebonden en begaven wij ons naar de Duitsers, alwaar sergeant Smit en zijn manschappen (zij hadden zich reeds overgegeven) reeds waren. Het tragische deed zich voor dat overgave geschiedde op de plaats, waar onze kameraad sergeant Brusselers nog aan de dijk lag.

Zo heeft een klein, maar dapper ploegje kans gezien, ondanks geweldige overmacht, stand te houden, tot praktisch de laatste patroon ver schoten was. Hulde jongens van de Slaperdijk, jullie hebben getoond wat je waard was. Allen tezamen hebben we gestreden, samen de krijgsgevangenschap doorgemaakt en samen in Holland teruggekeerd.

In een naoorlogse rede van luitenant-generaal Godfried van Voorst tot Voorst, commandant van het Nederlandse veldleger, wordt Brusselers met naam genoemd: ‘Het is hierbij vooral, dat ware helden aan onze zijde uitblinken. Zij, die sneuvelen bij het uitvoeren van hun verkenningsopdrachten. Ik noem u een Sergeant Johannes Brusselers, vrijwillig optrekkend bij Renswoude.’

Brusselers wordt in 1946 postuum geëerd met een Bronzen Leeuw wegens ‘grote persoonlijke moed tijdens patrouillegang bij de Slaperdijk’.

Waardeer deze site!

Onze content is gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je dat laten blijken met een kleine financiële bijdrage.

Mijn gekozen waardering € -