NieuwVoetbal

Kick Schröder is de pionier van de Nederlandse sportjournalistiek

Het is de 150e geboortedag van Johan “Kick” Schröder, de beste Nederlandse voetballer en cricketer van de negentiende eeuw. Als hoofdredacteur van De Telegraaf gaf hij de nog jonge sportbeweging een enorm podium.

Tekening van Kick Schröder, via het Stadsarchief Amsterdam

‘Amsterdam’s, ja Holland’s geestigste en strijdlustigste journalist wend op 11 September 1871 op de Weteringschans geboren,’ schreef R. Tempel in 1941 in het boek Roodbaard de spotter, herinneringen aan een groot journalist, de biografie van Kick Schröder. ‘Kick’s vader was Duitscher en kwam uit Norden (Hannover), zijn moeder was geboortig uit Leer.’

Schröder is zonder twijfel één van de allerbelangrijkste journalisten van begin vorige eeuw. ‘Zijn naam – en vooral zijn bijnaam Barbarossa – is onlosmakelijk verbonden met de wilde jaren van De Telegraaf’, aldus Mariëtte Wolf, auteur van Het geheim van De Telegraaf. Precies anderhalve eeuw later is zijn naam en werk echter grotendeels vergeten, net als zijn enorme invloed op zowel de sportwereld in de prille begintijd als de ontwikkeling van de sportjournalistiek.

Onbezonnen jeugdjaren

Als sportman had hij allang nationale bekendheid voordat hij in 1902 werd aangesteld als hoofdredacteur van De Telegraaf. Onder zijn leiding won de Amsterdamse voetbalclub RAP in 1898 de eerste officiële landstitel in het Nederlandse voetbal, net als de beker. In 1894 was hij ook de aanvoerder van het eerste officieuze Nederlandse elftal uit de geschiedenis, tijdens een wedstrijd in Rotterdam tegen Felixstowe. En ook als cricketer bereikte hij zo’n hoog niveau dat hij tot in Engeland een gewaardeerd speler was.

Precies dertig jaar later keek Schröder terug op die eerste wedstrijd van het Nederlands elftal, in het voorwoord van het boek Onze Voetballers van H.K. Teune. ‘Het Spartaveld, met zijn fijngestampt steenkolengruis, dat je na afloop met een tandenborstel uit je ontvellingen moest wegschuieren, het geestdriftige Rotterdamsche publiek, de Engelschen als tegenstanders en ik zag het wakkere elftal, waarmee we voor het eerst Nederland vertegenwoordigden, weer voor me.’

Vol weemoed vertelde hij over zijn medespelers. ‘Wij waren nog in de onbezonnen jeugdjaren van het voetbal, zonder statige tribunes, zonder penningmeesters met banksaldi en zonder trainers. Wij schopten zooals wij geschoend waren, liepen elkaar omver, hielpen elkaar op, vergaten wel eens den bal voor het genoegen van een stevige botsing, hadden groote monden en na afloop nog grootere harten en het moesten al heel rare tegenstanders zijn als ze er niet een plaatsje in vonden. Zoo speelden wij voetbal, genoten meer dan het handjevol publiek.’

Hoofdredacteur

Schröder had een vlijmscherpe pen, die hij veelvuldig gebruikte in de eerste sportbladen van ons land, nog voordat dagbladen de moeite namen om over sport te schrijven. Daarbij had hij geen enkele moeite om de wedstrijden te verslaan, waarin hij zelf had meegespeeld! Hij gaf zichzelf graag goede recensies, maar die waren eigenlijk ook wel terecht.

Een voorbeeld is van RAP tegen Go-Ahead uit Wageningen op 10 november 1895, niet te verwarren met die uit Deventer, waar zijn ploeg met 16-0 won, een recorduitslag. ‘Geen onderaardsch gerommel, noch vallende sterren of vlammende spreuken aan den hemel hadden de catastrophe aangekondigd, die Wageningen boven het hoofd hing,’ opende hij zeer poëtisch het verslag over zijn eigen wedstrijd.

Zeven jaar later vroeg zijn vriend Hak Holdert of hij hoofdredacteur van De Telegraaf wilde worden, toen nog een links-liberaal-socialistisch Amsterdams dagblad met een beperkte oplage. Schröder stemde toe, waarmee deze krant opeens een gigantisch netwerk had binnen de sportwereld. Schröder kende tenslotte iedereen en zo had de nog prille sportbeweging opeens een ingang bij een zeer ambitieus dagblad, dat in de jaren erna inderdaad stevig groeide. Er werd zelfs sportnieuws op de voorpagina geplaatst, een doorbraak voor de ontwikkeling van de Nederlandse sport. Zonder Schröder was dat ongetwijfeld later alsnog wel gebeurd, maar mede dankzij hem kregen de sporters voor het eerst een groot podium in de Nederlandse pers.

Gearresteerd

Als hoofdredacteur bemoeide Schröder zich overal mee onder de beruchte schuilnaam Barbarossa, verwijzend naar zijn woeste rode baard. Zijn dagelijkse columns en reportages gingen over sport, theater, de Amsterdamse politiek en het dagelijks leven, gelezen door een dagelijks publiek van honderdduizenden lezers. Tijdens de Eerste Wereldoorlog nam hij radicaal stelling tegen Duitsland, volgens Schröder het grootste gevaar voor de veiligheid van het continent. De Nederlandse regering vreesde dat zijn columns de Nederlandse neutraliteit in gevaar zouden brengen en liet hem daarom oppakken. Het was ongekend dat een overheid een hoofdredacteur van één van de belangrijkste kranten uit huis sleepte.

Dat gebeurde op 4 december 1915, nota bene toen Schröder Pakjesavond vierde met zijn gezin. Onder de ogen van zijn kinderen werd hij meegenomen vanaf zijn huis op Weesperzijde 17 in Amsterdam, aangeklaagd voor een artikel op 27 november, waarin de neutraliteit van Nederland ter discussie werd gesteld.

Natuurlijk schreeuwde De Telegraaf moord en brand. Bijkomend voordeel was dat de arrestatie zeer goed was voor het aantrekken van nieuwe abonnees, zoals de krant al snel op de voorpagina meldde. De affaire duurde ruim twee weken, met een debat over de persvrijheid in Nederland. Op de ene dag ondertekende een groot aantal hoogleraren van de Universiteit van Amsterdam een petitie om Schröder vrij te laten, waarna krantenconcurrent Het Volk heel gemeen de namen noemde van de professoren, die niet hadden ondertekend. Na vijftien dagen kwam Schröder weer vrij.

In 1938 is hij overleden na een hartaanval.

Jurryt van de Vooren
https://sportgeschiedenis.nl
Specialist in sporterfgoed. Schreef mee aan het boek "Nooit meer Qatar" over de FIFA en mensenrechten. Al 25 jaar de enige Amsterdammer, die is afgestudeerd op Feyenoord.