NieuwVoetbal

Na de grootste mijnramp op Nederlands grondgebied moesten de nabestaanden gewoon voetballen

Op 24 juni 1950 won Limburgia uit Brunssum als eerste Limburgse voetbalclub de landstitel, drie jaar nadat deze club was getroffen door de grootste mijnramp op Nederlands grondgebied. De vader van keeper Jacobs werd als eerste slachtoffer geïdentificeerd. 

Limburgia als landskampioen van 1950. Foto J.D. Noske via het Nationaal Archief

De geschiedenis van het Zuid-Limburgse voetbal is verweven met de voormalige mijnen. Juliana uit Spekholzerheide bijvoorbeeld, tegenwoordig voortlevend als de J in Roda JC, was een typische mijnwerkersclub, zoals clubbestuurder J.L. Franssen in 1944 eens in een brief aan de KNVB uitlegde. ‘Uiteraard zijn het gros onzer spelers werkzaam op verschillende kolenmijnen, ’t welk voor hun de verplichting mede brengt om de andere week een Zondag te werken. Wij worden verplicht des Zaterdags voor iederen werkzondag onze thuiswedstrijden te spelen, zoolang dat met het oog op licht mogelijk is, daar deze wedstrijden op zijn allervroegst 17 uur kunnen beginnen. Onze spelers moeten dan onmiddellijk na hun werk naar huis hollen, hun plunje halen en spelen.’

Limburgia begon in 1920 als Rhenania, maar veranderde zeven jaar later de naam in Sportvereniging Staatsmijn Hendrik. Pas in 1936 werd de naam Limburgia ingevoerd, maar de banden met de deze staatsmijn waren groot. Het voetbalveld werd dan ook ter beschikking gesteld door het bedrijf. Zo’n beetje alle leden werkten voor de plaatselijke mijnen, ondergronds of bovengronds.

Mijnramp

Precies op die plek vonden de twee grootste mijnrampen op Nederlands grondgebied plaats. Zowel in 1928 als in 1947 vonden daarbij dertien mensen de dood. De dag voor de ramp van 24 maart 1947 was de voetbalcompetitie net weer hervat na een hele lange winterstop na één van de gruwelijkste vorstperiodes van de vorige eeuw. Limburgia speelde gelijk tegen de Sittardse Boys.

Als vanzelfsprekend dacht een dag later niemand meer aan de volgende wedstrijd tegen PSV. ‘Omstreeks halftwaalf maandagmorgen huilde de sirene van de staatsmijn Hendrik over het mijnstadje Brunssum,’ aldus Het Vrije Volk. ‘Een schier panische schrik beving de burgerij en aller wegen stroomden de mensen met angstige gezichten samen, want een ieder wist, dat het. herhaalde geloei van, de sirene de reddingsbrigade oproept. Wat was er gebeurd? Wie waren de getroffenen?’

Het eerste slachtoffer was Toon Jacobs, de vader van de Limburgia-keeper Gerard, bekend onder de naam Sjra. ‘In dertien huisgezinnen is rouw. Dertien mannen vielen op het slagveld van de kolenslag. Zij sneuvelden voor Neerlands opbouw.’

Misselijke indruk

Limburgia verzocht daarop om de uitwedstrijd in Eindhoven uit te stellen, als club in rouw. ‘Wat dit voor onze vereeniging, wier leden practisch allen mijnwerkers zijn, beteekent, zal iedereen zonder meer duidelijk zijn. In ons eerste elftal b.v. zijn 10 mijnwerkers opgesteld, waarvan 7 ondergronders. Het hoeft daarom geen verwondering te verwekken, dat voor ons reeds bij voorbaat vaststond, dat onder deze droevige omstandigheden, die zich temidden van onze arbeidskameraden afspeelden, niet aan voetballen gedacht kon worden.’

De KNVB weigerde hier echter gehoor aan te geven, zodat de club uit Brunssum was gedwongen om af te reizen. ‘Wie een greintje begrip heeft van het kameraadschaps- en solidariteitsgevoel tusschen de mijnwerkers onderling, kan begrijpen, welke zware gang onze reis naar PSV beteekende en in welke timide en geprikkelde stemming de reis naar Eindhoven aanvaard werd. De houding van den KNVB is verder onverklaarbaar. Het geheel heeft bij de Mijnbevolking een misselijken indruk gemaakt en wij willen dit artikel dan ook niet besluiten zonder een felle aanklacht tegen het KNVB-Bestuur in deze kwestie. Een protestschrijven van dezelfde strekking is inmiddels aan het KNVB-Bestuur verzonden.’

Vooraf was er nog wel een minuut stilte, waarna PSV won met 4-2. Ongetwijfeld zal dat iedereen in de Mijnstreek onverschillig hebben gelaten, want daar waren ze nog bezig met het begraven van hun geliefden.

Wraak

Drie jaar later nam Limburgia sportief wraak met het winnen van de landstitel, in die tijd nog na het spelen van een kampioenscompetitie tegen de andere afdelingskampioenen. Ajax was in het Olympisch Stadion de laatste tegenstander, dat met 0-6 van de mat werd geveegd. Nog nooit eerder had een Limburgse club dat gepresteerd. ‘Zes doelpunten ondermijnden Ajax’ reputatie,’ kopte Het Algemeen Indisch Dagblad met een weergaloze verwijzing naar de spelers uit de mijnstreek. Keeper Jacobs speelde de wedstrijd van zijn leven, drie jaar na de dood van zijn vader. Zelf werkte hij nog steeds voor de staatsmijnen, net als de rest van zijn elftal.

In Brunssum zelf werd de wedstrijd gevolgd door een gigantische supportersgroep via een speciale telefoonverbinding tussen Amsterdam en het clublokaal in Hotel Jennekens. Het stond er zwart van de mensen die bij ieder doelpunt in een gejuich uitbarstten.

Na afloop van de wedstrijd was in Amsterdam de eerste spontane huldiging, waar duizenden inwoners de Limburgers toejuichten onderweg naar de Dam – ook al had Ajax verloren en ook al was ook stadsgenoot Blauw-Wit op de laatste speeldag een landstitel ontnomen. ‘Binnenshuis lieten de Amsterdamse familie hun kaarten, kopjes thee en Zaterdagavondse borrel in de steek en verschenen aan vensters en deuren en wuifden lachend de stoet van Limburgse triomfators toe,’ zo zag de verslaggever van Het Limburgsch Dagblad.

De spelers en coach werden in hun eigen woonplaats uitgeroepen tot ereburgers. En terecht, want meer dan zeventig jaar later staat deze sportieve prestatie nog steeds als een huis.

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je dat laten blijken met een kleine financiële bijdrage.

 
Mijn gekozen waardering € -

Jurryt van de Vooren
https://sportgeschiedenis.nl
Specialist in sporterfgoed. Schreef mee aan het boek "Nooit meer Qatar" over de FIFA en mensenrechten. Al 25 jaar de enige Amsterdammer, die is afgestudeerd op Feyenoord.