Na twee verhuizingen binnen drie jaar speelde ADO Den Haag eindelijk in het Zuiderpark
Op 18 oktober 1925 werd het Zuidersportpark geopend, waar ADO Den Haag tot 2007 heeft gespeeld. Exact honderd jaar later keert de club terug naar het park.

Het Zuiderparkstadion in 1928, foto Dienst voor de Stadsontwikkeling via het Haags Gemeentearchief
ADO Den Haag opent in het Zuiderpark een vernieuwd trainingscomplex. Dat is op de dag af exact een eeuw na de opening van het Zuidersportpark.
De club riep eerder al zijn supporters op om hiervoor een passende naam te verzinnen. Die wordt tijdens de plechtigheid bekendgemaakt.
Voor ADO was ’t wel een feestdag
120.000 vierkante meter
De samenstellers van het boek Gemeentewerken van ’s-Gravenhage legden in 1933 nog één keer uit hoe de werkzaamheden waren verlopen van het Zuiderparkstadion, zoals dat later zou worden genoemd.
‘Het sportterrein werd aangelegd in 2 gedeelten, n.l. eerst het Zuidelijk gelegen deel ter grootte van 48.570 vierkante meter, waarvan met den aanleg begonnen werd omstreeks October 1922, terwijl de voltooiing plaats vond op 16 Mei 1923. Met den aanleg van het Noordelijk gelegen gedeelte sportterrein, ter grootte van 71.430 vierkante meter werd omstreeks Febr. 1924 begonnen en kwam gereed in Oct. 1924.’
Kort samengevat: in een periode van twee jaar werd er 120.000 vierkante meter aan grond beschikbaar gemaakt voor de Haagse sport. Die nieuwe faciliteiten kwamen geen dag te vroeg, want de stad snakte naar ruimte voor de opkomende sport. Een ambitieus plan uit 1919 voor een enorm stadion werd nooit gerealiseerd, waarna de sportwereld met een kater achterbleef.
Elk nieuw plan werd dan ook met vreugde onthaald, zoals op 20 september 1922 bleek op een bestuursvergadering van de Haagsche Voetbalbond. ‘De voorzitter doet eenige mededeelingen in zake zijne conferenties met het gemeentebestuur over de inrichting van het Zuidersportpark. Hem is verzocht een regeling daarvoor te ontwerpen.’
Tekeningen
Via het Haags Gemeentearchief zijn verschillende tekeningen van het Zuiderpark te zien. Op 20 mei 1921 werd het gepresenteerd aan de Haagse gemeenteraad.

De schets voor de gemeenteraad, via het Haags Gemeentearchief
Het tijdschrift Sportkroniek had zeer lovende woorden toen het ontwerp in 1925 werd opgeleverd. ‘Het is een groot complex mooie terreinen, geheel omgeven door een hoog hek van open traliewerk, waaromheen jong gewas is geplant. Er zijn twee hoofdingangen, één voor de velden van ADO, wiens eerste elftal het hoofdterrein zal bespelen, de andere voor de overige zes vereenigingen.’
De verslaggever maakte een rondje langs de voetbalclubs, die op de nieuwe locatie werden ondergebracht. ‘Zuyderveld van SVC, Boas van de Ooievaars, Loos van HDV, Jansen van VCS enz., om voorzitter Leurs van ADO niet te vergeten, allen waren blij, dat zij nu eindelijk eens een eigen home gevonden hadden, waarop zij altijd zouden kunnen blijven spelen, zonder in voortdurenden angst te verkeeren, dat hun terrein weer plaats moest maken voor stratenaanleg en huizenbouw.’
Verhuizingen
Er waren inderdaad nogal wat woeste jaren geweest voor die clubs. In het jubileumboek Een kwart eeuw voetbal-idealisme, dat ADO in 1930 uitgaf, schetste de club hoe er in korte tijd twéé verhuizingen waren geweest. ‘Het begin van het vereenigingsjaar 1922—1923 stond in het teeken van terreinverandering.’
De club speelde aan de Nieuwe Parklaan, maar werd door de Gemeente verjaagd. ‘Het Bestuur werd tenslotte dan ook voor de noodzakelijkheid gesteld elders een heenkomen te zoeken.’ Dat werd gevonden op een weiland aan de Wassenaarseweg in Benoordenhout. ‘Moeite noch kosten werden ontzien dit zooveel mogelijk naar de eischen in te richten.’
Op 24 september 1922 was de ingebruikname, waarvoor wethouder Pieter Droogleever Fortuyn de officiële handeling verrichte.

Uit het jubileumboek van ADO uit 1930 via Delpher
ADO heeft er precies drie jaar plezier van gehad. ‘Doordat het terrein aan den Wassenaarscheweg verkocht werd en voor huizenbouw gebruikt zou worden, was het bestuur genoodzaakt naar een andere gelegenheid om te zien.’
Dat was zeer ingewikkeld, omdat steeds méér voetballers gebruik maakten van steeds minder accommodaties. Zoals ADO zelf schreef: ‘Eenerzijds werden de voor voetbal geschikte terreinen in de onmiddellijke nabijheid der stad hoe langer hoe schaarscher, anderzijds werden voor de nog beschikbare velden bespottelijk hooge bedragen gevraagd.’
Gelukkig was de Haagse Voetbalbond inmiddels op de hoogte van de eerste plannen voor de aanleg van een voetbalaccommodatie in het Zuiderpark. Na lange onderhandelingen met de betrokken partijen werd bepaald dat ADO de beschikking kreeg over drie speelvelden – een enorme verbetering.
Twee openingen van het ADO-terrein, afbeeldingen via het jubileumboek van ADO
Drooglever Fortuyn
‘Voor ADO was ’t wel een feestdag,’ merkte het weekblad De Sport op over de opening van het nieuwe stadion. Dat gebeurde – opnieuw – door Drooglever Fortuyn, die inmiddels een nieuw baantje had gevonden als lid van de Tweede Kamer. Zijn aanwezigheid was zeer gewenst, omdat juist deze notabele er alles aan had gedaan om de bouw van het nieuwe onderkomen mogelijk te maken.
Drooglever Fortuyn kende de materie, omdat hij zelf een verleden had als voetballer in de oerjaren. In 1889 was hij zelfs betrokken geweest bij de oprichting van de Voetbalbond.
ADO heeft dus veel aan deze man te danken, die dan ook een eigen pagina kreeg in het jubileumboek van 1930. ‘Ik voldoe gaarne aan dat verzoek, omdat ik de belangstelling, welke ik in mijn Haagschen tijd voor deze energieke club heb gekregen, nog niet heb verloren.’
Hij wees op de twee verhuizingen in korte tijd, die hij begeleidde. ‘Het is dus niet te verwonderen, dat ik den groei van ADO tot een eerste klas club van beteekenis met groot genoegen heb gevolgd en dat ik hierbij mijn beste wenschen voor haar toekomst wil uitspreken.’
Sportgeschiedenis heeft daarom nog wel een mooie naam voor het nieuwe onderkomen: het Pieter Droogleever Fortuyn Trainingscomplex. Helaas leefden wij afgelopen maand weer eens teveel met ons hoofd in het verleden, zodat we te laat waren om dat voorstel in te dienen.


