Home > Balsporten > Voetbal > Onderzoek naar luisterdichtheid in 1938: voetbal haalt 80% tot 90%
Voetbal

Onderzoek naar luisterdichtheid in 1938: voetbal haalt 80% tot 90%

Altijd maar voetbal op radio en tv. Tachtig jaar geleden haalde die sport al gigantische luistercijfers op de radio, nog voor de introductie van de tv.

Op 26 april 1938 plaatsteDe Telegraaf een artikel over de populairste radioprogramma’s. ‘Wanneer en waarnaar luister men?’ vroeg het dagblad zich af, in de tijd dat inmiddels meer dan een miljoen mensen de beschikking hadden over een eigen toestel, verdeeld over 400.000 abonnees.

De krant kon deze gegevens bemachtigen door een technische ingreep. ‘Hoe meer luisteraars inschakelen, hoe meer electrische energie op elk programma wordt verbruikt. In milli-ampères wordt hier het radio-luistergeheim der luisteraars ontleed. De wijzers slaan uit en springen terug tegelijk met de toe- en afnemende belangstelling van de vierhonderdduizend abonné’s voor dat wat er in den aether is.’

Zo werd genadeloos gemeten wat wél en wat niet werd gewaardeerd door de luistervinken. ’s Avonds luisterde eigenlijk iedereen naar de radio, ‘zijn de honderdduizenden present’. Opvallend was dat zo’n dertig procent van de mensen de radio ’s nachts liet aanstaan in de hoop dat er de volgende ochtend weer iets leuks was te horen.

Want het moest leuk zijn, concludeerde De Telegraaf. ‘Wat de luisteraars in de eerste plaats van de radio verlangen is vroolijkheid. De opgewekte grammofoonplaat heelt de eereplaats.’ Bij een lezing holde de luisteraar in paniek weg, aldus de uitslaande wijzers, maar als de minister-president sprak zat tachtig tot negentig procent aan zijn toestel gekluisterd.

De enige programma’s die de concurrentie aankonden met de minister-president waren de bonte avonden en de voetbalreportages, zo schreef De Telegraaf. ‘Zij trekken 80 á 90 procent van de totale belangstelling en alle andere programma’s verzinken dan in het niet.’ Kort daarachter volgden andere reportages en nieuws. Op de derde plaats ‘vroolijke muziek’ met een gemiddeld bereik van zeventig procent – mits er niet een bonte avond, voetbaluitzending of nieuwsreportage was. Korte hoorspelen kwamen tot ruim zestig procent.

Kortom: wie in 1938 de luisteraar wilde trekken, deed er goed aan voetbal uit te zenden. Toen al.

 

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Jurryt van de Vooren is sporthistoricus. Auteur van 'Amsterdam 1928' en de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Bezig met boekenserie over Amsterdam en sport. Nog steeds de enige Amsterdammer die is afgestudeerd op Feyenoord.