NieuwVoetbal

Ook in 1918 vreesde Amsterdam de huldiging van landskampioen Ajax

De gemeente Amsterdam had een huldiging van Ajax op het Leidseplein verboden na het winnen van de landstitel. Ook in 1918 vreesde de stad zo’n feest rond station Weesperpoort, nadat Ajax voor de eerste keer landskampioen was geworden.

De omgeving van Station Weesperpoort rond 1920, luchtfoto NIMH via Wikicommons

De eerste keer dat Ajax de landstitel won was op 9 juni 1918 in Tilburg, tegen Willem II. Deze wedstrijd werd met 3-0 gewonnen, waarmee het kampioenschap was binnengehaald. Duizenden supporters, meegereisd met een extra lange trein, bestormden meteen na afloop het veld. Omdat de terugrit drie uur duurde, gingen de spelers eerst in Tilburg zelf nog wat eten, met, zoals het clubblad opmerkte, ‘tal van heildronken’.

Samen met de supporters keerde het elftal daarna huiswaarts, waarbij het treinstel in Tilburg werd bestormd door het roodwitte legioen. ‘Wij vreesden ‘n moment voor het stationsgebouwtje, dat tot in de grondvesten dreunde!!’ Dat was nog niets met wat er in Amsterdam zou gebeuren bij aankomst op station Weesperpoort, al was het zo’n beetje in het midden van de nacht.

Feestende massa

De verslaggever van Het Sportblad schreef: ‘Het gejuich der duizenden en duizenden, die in en om het station stonden opgepakt om Ajax te verwelkomen, overstemde zelfs het geratel van den trein en het gepuf der machine. ‘t Was een oogenblik overweldigend.’ De trein was veel te groot voor het perron, waardoor het heel lang duurde voordat iedereen eruit was. Ondertussen was het verkeer in en rond het station vastgelopen door de feestende massa.

‘Van eenige officieele huldiging kon natuurlijk geen sprake zijn,’ aldus Het Sportblad, wat dan maar spontaan gebeurde. ‘Het was één golvende menschenzee zoover het oog reikte.’ Hoe overweldigend dit spontane feest was, blijkt uit een ooggetuigenverslag in het clubblad van Ajax. ‘Zondagavond … Plasregen! Toch trekken we naar de W.P. [Station Weesperpoort] om Nêerland’s kampioenen te zien aankomen. Van portiek tot portiek – schuilende indien het te erg werd – kwamen we er. Wat een lawaai … welk een getier! Toeters – rood en wit – snerpten of loeiden onharmonisch door de lucht.’

Na lang wachten arriveerde eindelijk de trein. ‘In wilden haast vloog alles naar den uitgang … naar de hekken waar ze uit zouden komen. ’t Werd een duwen … een dringen! M’n likdoorns werden verpletterd … m’n teenen half gekraakt! Ik snakte naar lucht! Een knol-smeris kwam angstig dicht in mijne nabijheid… ‘k Werd opgenomen en als een schip dat onklaar geworden is heen en weer geslingerd.’

De spelers kregen ter plekke een krans en net voordat de politie echt zenuwachtig werd, begon het te regenen. Zo werd het ordeprobleem van de spontane huldiging vanzelf opgelost.

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je dat laten blijken met een kleine financiële bijdrage.

 
Mijn gekozen waardering € -

Jurryt van de Vooren
https://sportgeschiedenis.nl
Specialist in sporterfgoed. Schreef mee aan het boek "Nooit meer Qatar" over de FIFA en mensenrechten. Al 25 jaar de enige Amsterdammer, die is afgestudeerd op Feyenoord.