Voetbal

Op 14 april 1907 speelde Oranje voor de eerste keer in het oranje

Heeft het Nederlands elftal altijd al in een oranje shirt gespeeld?

Oranje is de kleur van het Nederlandse voetbal. Alhoewel we het nu als vanzelfsprekend beschouwen, is het toch gek dat dit is gebeurd, omdat het Nederlandse koningshuis begin vorige eeuw absoluut niet geïnteresseerd was in deze sport. Integendeel, toen koningin Wilhelmina in 1898 tijdens een nationale sportbetoging bij een wedstrijd aanwezig was, snapte ze er helemaal niets van. Dat ze er niets aan vond, bleek in de decennia erna, want pas in 1921 ging ze weer eens kijken – bijna een kwart eeuw later!

Deze koninklijke desinteresse grensde aan het onbeleefde, meende een toonaangevend tijdschrift als De Revue der Sporten. In 1914 schreef het een vlammend commentaar: ‘Zoolang niet H. M. de Koningin met Z. K. H. den Prins der Nederlanden een onzer groote wedstrijden heeft bezocht, hebben de voetballers van Nederland het recht zich verongelijkt te achten. Voetballend Nederland heeft het recht de Landsvrouwe in zijn midden te ontvangen: moge dit binnenkort geschieden!’

De voetballers hadden in 1914 in ieder geval al laten zien dat zij zich verbonden voelden met het Koningshuis. De eerste keer dat het Nederlands elftal een officiële wedstrijd speelde, was op 30 april 1905, maar nog in het rood, wit en blauw. Op 14 april 1907 speelde het in een uitwedstrijd tegen België voor de eerste keer in het oranje. ‘De Hollanders waren gekleed in het nieuwe nationale costuum, oranje shirt en witte broek,’ aldus het Algemeen Handelsblad in zijn verslag.

Het nieuwe tenue maakte overigens geen verpletterende indruk op de Nederlandse volgers. Het Sportblad bleef wat zuinigjes in zijn oordeel: ‘Het effect van dit costuum, bij den eersten aanblik niet al te schitterend, was in het veld niet onaardig.’  De introductie van het oranje dwong dan wel weer geluk af, want Nederland won na verlenging met 3-1.

De meegereisde supporters waren dronken van geluk, aldus Het Sportblad: ‘Nog steeds galmt me het donderend gejuich, dat over het veld daverde toen Feith het winnende punt langs Hustin trapte, in de ooren en als ik m’n oogen sluit zie ik ‘n dolzinnig springende menigte, door de lucht vliegende hoeden en wuivende zakdoeken. ‘t Was in één woord ‘n oogenblik om nooit te vergeten.’

Advertentie

Reserveer bij bol.com

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Jurryt van de Vooren is sporthistoricus. Auteur van 'Amsterdam 1928' en de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Bezig met boekenserie over Amsterdam en sport. Nog steeds de enige Amsterdammer die is afgestudeerd op Feyenoord.