NieuwVoetbal

Philips zorgt al meer dan eeuw voor stadionverlichting

Philips legde in 1916 voor de eerste keer een installatie aan voor kunstlicht tijdens een voetbalwedstrijd. De eerste keer dat een wedstrijd van begin tot eind werd verlicht was in 1929 in het Olympisch Stadion – óók door Philips. 

Kunstlicht in 1919. Foto Nationaal Archief

Op 23 oktober 1929 was in het Olympisch Stadion een voetbalwedstrijd met kunstlicht, als hoogtepunt van de Edison Lichtweek in Amsterdam met illuminaties en schijnwerpers in de hele stad. Dat gebeurde met lampen aan staaldraden boven het terrein met een onderlinge afstand van vijf meter. Deze draden waren aan de tribune-overkappingen bevestigd en hingen op een gemiddelde hoogte van twaalf meter. Achter de goals stonden nog twee masten. Op het veld stonden een Amsterdams team en PSV, toen de regerende kampioen van Nederland. Onder leiding van scheidsrechter Hans Boekman won PSV met 2-3.

Deze gebeurtenis wordt sindsdien beschouwd als de eerste lichtwedstrijd in ons land – van het hele Europese vasteland zelfs. Dat klopt niet helemaal, want in 1916 was er al eens kunstlicht bij een deel van een wedstrijd. Negentig jaar geleden echter gebeurde dit wél voor de eerste keer tijdens een complete wedstrijd.

Tijdens mijn onderzoek voor de Bosatlas van het Nederlandse voetbal in 2017 vond ik namelijk nieuwe informatie over de geschiedenis van stadionverlichting en de rol van Philips. Om te beginnen was er vóór 1929 al op het Europese vasteland met kunstlicht gespeeld, zo weten we via Het Algemeen Handelsblad van 28 december 1900. ‘Een voetbal-wedstrijd bij kunstlicht behoort zeker nog wel tot de nieuwigheden op dat gebied. In het Hippovélodrome te Parjjs werd dit Woensdagavond vertoond en wel tot groote voldoening van het talrijke publiek, dat de ontmoeting van de Parijsche beroepsspelers met belangstelling volgde. Groote hilariteit werd opgewekt als de bal enkele malen tusschen de toeschouwers terecht kwam.’

Philips

Ook in Nederland zelf was er vóór 1929 al een en ander gebeurd, want op 30 juli 1916 was in Het Nederlandsch Sportpark, de voorganger van het Olympisch Stadion, een voetbalwedstrijd tussen Belgische en Engelse geïnterneerden. Ze zaten vast in ons land vanwege de Eerste Wereldoorlog en als afleiding kregen deze mensen in de loop van de oorlog steeds meer gelegenheid zich met sport bezig te houden. Deze wedstrijd was voor het Nederlandse publiek ook leuk, omdat ze zo weer eens een internationale wedstrijd konden zien, wat sinds het uitbreken van de oorlog niet meer was voorgekomen. Er waren zo’n 2.000 toeschouwers in het stadion aanwezig.

Deze wedstrijd eindigde in 1-1 maar dat is niet de reden waarom dit historisch is geworden. Het Algemeen Handelsblad schreef de volgende dag namelijk het bericht met deze opmerkelijke slotalinea: ‘Memoreeren we nog, dat het laatste deel der wedstrijd bij kunstlicht werd gespeeld; waarschijnlijk een unicum op dit gebied.’

Een juiste conclusie, want dit was nog nooit eerder gebeurd in Nederland! En het bleef niet bij deze ene gelegenheid, want op 31 augustus 1917 speelden AFC en ’t Gooi  in hetzelfde stadion de tweede helft met kunstlicht.

‘Het spelen met kunstlicht, zooals we dat zagen in de tweede helft van den eindstrijd, levert weinig bezwaren voor de spelers op,’ zo oordeelde Het Sportblad. ‘Vooral de witte bal ruimt veel moeilijkheden uit den weg. Alleen moeten spelers en scheidsrechter oppassen niet een der lichtbollen met hun blik te treffen: de tijdelijke verblinding kan dan noodlottig zijn.’ De Sportkroniek was dan weer wat minder positief: ‘Midden op het veld heerschte duisternis.’

Toen al was Philips verantwoordelijk voor de verlichting, het bedrijf dat nu wereldleider is in stadionverlichting. Op 1 september 1916 stond er zelfs een advertentie in verschillende Nederlandse kranten.

En dan was er in augustus 1919 een 24-uurswedstrijd baanrennen in Het Nederlandsch Sportpark. Om half tien ’s avonds gingen de lampen aan, aldus De Maasbode. Om het effect nog mooier te maken werden ook nog eens vier potten bengaals vuur ontstoken op de toren van dit stadion – ‘een fantastische belichting’.

Overigens heeft Engeland de absolute wereldprimeur gehad, want Sheffield F.C. ontstak al op 14 oktober 1878 voor de eerste keer de lampen bij een voetbalwedstrijd.

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je je waardering laten blijken door een kleine bijdrage te doen

Mijn gekozen waardering € -

Advertentie

Bestel bij Bol.com

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Jurryt van de Vooren is sporthistoricus. Auteur van 'Amsterdam 1928' en de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Bezig met boekenserie over Amsterdam en sport. Nog steeds de enige Amsterdammer die is afgestudeerd op Feyenoord.