Voetbal

Pim Mulier rijmt op pionier

Mijn persoonlijke herinneringen aan Pim Mulier, de sportpionier die ik nooit persoonlijk heb gekend.

Mulier en ik zullen de geschiedenis nooit veranderen – dat is inmiddels wel zeker.

Nooit heb ik Pim Mulier zien voetballen, schaatsen of vergaderen. Toch hebben onze wegen elkaar enkele malen gekruist. Om te beginnen heb ik jarenlang enkele persoonlijke bezittingen van Mulier bewaard en daarnaast ben ik sportpionier geweest in de tuin van deze sportpionier.

(Goed ezelsbruggetje trouwens: sportpionier rijmt op Mulier.)

Deze persoonlijke relatie is zelfs verstopt in vijf voetnoten in de biografie van Daniël Rewijk. Mijn verhaal staat er alleen niet bij, zodat ik nu een voetnoot van een voetnoot ben.

Op pagina 372 van Captain van Jong Holland staat namelijk de lijst van de door Rewijk gebruikte afkortingen. Met PvdE wordt bedoeld: ‘particuliere collectie, verzameld door de Haagse journalist Piet van der Eijk’. En op pagina 364 staat als uitleg bij voetnoot 90 van hoofdstuk 7: ‘PvdE, brief Van Voorst Vader – Haitsma Mulier aan Piet van der Eijk’. Bij elkaar gaat het om vijf noten in deze studie, waarin Rewijk deze collectie heeft genoemd.

Deze verzameling van Van der Eijk, in 1994 onder meer auteur van de biografie over Bertus de Harder, heeft enkele jaren bij mij in huis gestaan – ziedaar mijn voetnoot van de voetnoot. In juli 2006 bood hij mij ‘de legendarische schoenendoos (maat 45)’ aan, vol met artikelen van Pim Pernel – de alias van Mulier. ‘Inclusief een eigenhandig getekende inlander.’

Van der Eijk ruimde op vanwege een verhuizing en in ruil voor enkele flessen wijn in de kleur van Ajax – rood én wit – wilde hij zijn privécollectie wel aan mij overhandigen. Vond ik een goed idee, maar alleen als die flessen in de kleur van Feyenoord mochten zijn: rood én wit. En zo sloten we een deal.

Daarmee werd ik de beheerder van enkele dozen vol met persoonlijk materiaal van Mulier: brieven, tekeningen, knipsels en ander papierwerk. Ik heb deze spullen allemaal bekeken, maar nooit echt grondig bestudeerd. Gelukkig meldde Daniël zich enkele jaren later om deze bijzondere collectie wél goed te analyseren. Het leidde tot vijf voetnoten in de biografie van Mulier en de afkorting PvdE. Als ik het goed heb begrepen, is deze verzameling door Daniël inmiddels overhandigd aan het Mulier Instituut, waarmee het op de beste plek is gekomen.

Mijn bijdrage aan de sportgeschiedenis is in dit geval beperkt gebleven tot doorgeefluik, maar meer is ook niet nodig. Van der Eijk verzamelde het materiaal, Daniël analyseerde het en het Mulier Instituut borgt het. Ik ben al reuze tevreden met deze column.

Mulieren rijmt op sportpionieren

Als ik paus was geweest, had ik op 1 juli 2010 het gras gekust in de tuin van Sportservice Noord-Holland in Haarlem. Op deze plek organiseerde ik toen met enkele andere mensen een bijeenkomst van de LinkedIn-groep Olympisch Plan 2028. Het was de eerste keer dat we via de sociale media zo’n bijeenkomst organiseerden, waarop zo’n veertig mensen waren afgekomen. We waren in die tijd nog aan het pionieren voor de olympische ambities, die enkele jaren later achteloos werden gesloopt tijdens de kabinetsonderhandelingen van PvdA en VVD.

Wat die bijeenkomst helemaal bijzonder maakte, was de historische band met Mulier. Het huidige gebouw van Sportservice Noord-Holland is zijn oude woonhuis!

Dat vond de organisatie zelf ook heel bijzonder, liet ze weten op haar website: ‘Mulier is een van de grondleggers van de vaderlandse sport, en zo komen historie en een modern digitaal sociaal netwerk elkaar tegen in het gebouw waar thans Sportservice Noord-Holland de provinciale sport ondersteunt. Ook de Olympische gedachte richt zich op de toekomt en wordt gedragen door historie. Gastgever Sportservice Noord-Holland ziet ondersteuning van deze bijeenkomst daarom als een schot in de roos.’

Daarmee kruiste mijn weg voor de tweede keer de weg van Mulier. In de tuin waarin ik sprak over de olympische ambities had hij héél lang geleden met een voetbal gespeeld. Vanaf daar was hij met zijn schaatsen naar het ijs gelopen. En in dat huis had hij vergaderd met een of ander sportbestuur. Ik kon het niet meer zien, maar wel voelen.

Zo waren we met de LinkedIn-groep aan het sportpionieren in het huis van de sportpionier. Dat is toch echt de overtreffende trap van pionieren, waarvoor een compleet nieuw woord nodig is: mulieren.

(Ezelsbruggetje voor de uitspraak: rijmt op pionieren.)

Vijf jaar later is er alleen niets meer over van die olympische ambities – volgens de fluisterende wandelgangen omdat Opstelten de voorbereidende stukken niet had gelezen en daardoor niet wist dat het Olympisch Plan was geschrapt. Of dat inderdaad zo is, moet een politiek journalist nog maar eens uitzoeken, maar hoe dan ook: het Olympisch Plan is inmiddels een voetnoot van een voetnoot.

Mulier en ik zullen de geschiedenis nooit veranderen – dat is inmiddels wel zeker.

Advertentie

Reserveer bij bol.com

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Jurryt van de Vooren is sporthistoricus. Auteur van 'Amsterdam 1928' en de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Bezig met boekenserie over Amsterdam en sport. Nog steeds de enige Amsterdammer die is afgestudeerd op Feyenoord.