NieuwVoetbal

Precies honderd jaar geleden bezocht koningin Wilhelmina voor de eerste keer een voetbalwedstrijd

Op 10 september 1921 maakte koningin Wilhelmina een toer door Rotterdam. Ze kwam ook op bezoek bij Sparta, want ze was toch in de buurt. Historisch, want nooit eerder was de koningin bij een voetbalwedstrijd geweest.

Koningin Wilhelmina arriveert in het stadion van Sparta. Foto N.V. Vereenigde Fotobureaux via Nationaal Archief

In de Canon van Nederland is vorig jaar een venster over sport toegevoegd, onder de titel Oranjegevoel. De kleur oranje is van eind zestiende tot eind achttiende eeuw een politiek symbool, dat geassocieerd wordt met aanhangers van de stadhouders uit het Huis van Oranje, luidt de verklaring in dit venster. ‘De kleur raakt verbonden met de identiteit van de Nederlandse natie.’

In onze tijd is dat dan vooral zichtbaar in het voetbal, maar deze liefde voor het koningshuis bleef lange tijd onbeantwoord. Koningin Wilhelmina was in ieder geval geen liefhebber en liet zich in de eerste helft van haar ambtsperiode amper zien bij een voetbalwedstrijd. Tijdens haar inhuldiging in 1898 had ze nog wel even uit beleefdheid naar een voetbalwedstrijd zitten kijken van het Amsterdamse R.A.P. tegen het Bondselftal, maar niet langer dan een kwartier. Ze begreep er helemaal niets van en daarom fluisterden deskundigen haar in het koninklijke oor wat er zich allemaal afspeelde op het veld. ‘Men heeft braaf gelachen,’ aldus Het Sportblad.

Daarna kwam Wilhelmina nooit meer kijken bij de sport, die toch snel populair werd onder de Nederlanders. Dat het Nederlands elftal sinds 1907 al in het oranje speelde, maakte niets uit. De liefde van de voetbalwereld voor het Koningshuis werd bot genegeerd. Pas op 15 maart 1914 was koningin-moeder Emma voor het eerst bij een belangrijke voetbalwedstrijd, overigens alleen tijdens de tweede helft en zonder haar koets te verlaten.

Landgenooten!

Toch was het een belangrijk moment voor de Nederlandse voetbalsport geweest, aldus Leo Lauer in het sporttijdschrift Revue der Sporten. ‘Landgenooten, wij kunnen juichen. Eindelijk dan Koninklijke belangstelling bij een voetbalwedstrijd! H. M. de Koningin-Moeder heeft Zondag j.l. de ontmoeting tusschen het Nederlandsche en Engelsche militaire elftal met een bezoek vereerd.’ Het was volgens Lauer nog niet meer dan een begin, want het werd nou ook wel eens tijd dat Wilhelmina zich zelf liet zien. ‘Voetballend Nederland heeft het recht de Landsvrouwe in zijn midden te ontvangen: moge dit binnenkort geschieden!’

Twee jaar later, op 15 juli 1916, zag Wilhelmina inderdaad met eigen ogen een militaire voetbalwedstrijd tijdens de sportfeesten voor Land- en Zeemacht in het Amsterdamse Stadion, de voorloper van het Olympisch Stadion. Het ging om een demonstratie van een elftal uit de Stelling van Amsterdam en een team van de Haagsche Grenadiers en Jagers. Lauer was voorzichtig positief, want die wedstrijd was slechts onderdeel geweest van een breder sportevenement.

Landsvrouwe

Het duurde daarna nog eens vijf jaar voordat Wilhelmina eindelijk officieel haar opwachting maakte bij een voetbalwedstrijd. Voorwaarde was wel dat die op zaterdag werd gespeeld, en niet op zondag. Op 10 september 1921 bezocht ze Sparta – V.O.C. in het Kasteel in Rotterdam. ‘Ongeveer een half uur wijdden H. M. en Z. K. H. hun belangstelling aan het spel, waarbij de Koningin werd voorgelicht door den heer Overeynder [de voorzitter van Sparta].’ Daarna was de vorstin weer verdwenen.

Lauer slaakte een putdiepe zucht van blijdschap. ‘Ik verheug mij daarover. En dit laatste niet uit een oogpunt van decorum! Dat nu ook onze vorstin eens kennis heeft gemaakt met een spel, dat ons volk in korten tijd veroverde, dat ons volk Zondag aan Zondag bezig houdt, het stemt tot tevredenheid.’

Sparta zelf was natuurlijk vreselijk trots. ‘ Het zag er dien Zatermiddag feestelijk bij ons uit,’ blikte het clubblad De Spartaan terug. ‘Het forum behangen met korven frissche bloemen, en de treden van de trap die er heen leidt, belegd met roode en witte dahlia’s. Dat was een ware eeretrap geworden!’

Dat de koningin dan eindelijk eens de moeite had genomen om naar een voetbalwedstrijd te komen, zorgde voor veel emoties bij het clubblad. ‘Ik voelde me bleek worden en raakte ontroerd, naast me stond iemand met vochtige oogen, ik zelf had ze, geloof ik, ook. Ik hoop, dat U mij niet bespotten zult. Op oogenblikken als deze dringt het tot ons door, dat onze Koningin is de eerste Vrouwe van het Land, de Landsvrouwe die wij als tot middelpunt van de staat beschouwen; die voor ons is de verpersoonlijking van het gezagsbegrip.’

En zo ontwikkelde ook de koningin der Nederlanden eindelijk eens een Oranjegevoel, vandaag precies honderd jaar geleden.

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je dat laten blijken met een kleine financiële bijdrage.

 
Mijn gekozen waardering € -

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Meest recente boek: 'Door Wilskracht Zegevieren' over sport in de Tweede Wereldoorlog. Schreef ook boeken over - onder meer - Amsterdam 1928 en de Elfstedentocht, net als de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Al 25 jaar de enige Amsterdammer, die is afgestudeerd op Feyenoord.