Voetbal

Sportieve doorbraak in 1913: Nederlands elftal verslaat Engeland voor de eerste keer

Op 24 maart 1913 won het Nederlands elftal voor de eerste keer van Engeland. Zelfs de deftige kranten plaatsten voetbal op de voorpagina.


Op 24 maart 1913 werd op het Haagse Houtrust de voetbalinterland Nederland – Engeland gespeeld. Tijdens eerdere ontmoetingen was Oranje volkomen kansloos geweest tegen deze spelers uit het land, waar het voetbal was uitgevonden. Het dieptepunt was in december 1907 toen Nederland met 12 – 2 werd verslagen – nog steeds een recordnederlaag.

Het Engelse team, met louter amateurs, was heersend olympisch kampioen, en niemand in ons land geloofde op voorhand in een overwinning. Bondscoach Chadwick had de euvele moed om te geloven in een gelijkspel, wat al neigde naar overmoed. Toch puilde het stadion uit, en hadden de spoorwegautoriteiten tot in Amsterdam toe de handen vol aan het vervoeren van de stromen voetballiefhebbers.

Heel opvallend was de grote belangstelling vanuit de hoogste politieke kringen, wat de voetbalsport in die tijd niet gewend was. Het tijdschrift Revue der Sporten schreef hierover op 25 maart 1913: ‘Ministers, generaals, waren aanwezig.’

De elf dapperen

Ook Het Sportblad was dit niet ontgaan: ‘Ministers waren bij den wedstrijd tegenwoordig, ze hebben zich thans met eigen oogen kunnen overtuigen van de geestdrift, welke ons spel verwekt en van de wilskracht en opoffering, die het van zijn beoefenaars eischt.’

Wellicht, zo dacht het tijdschrift verder, waren door deze wedstrijd definitief de ogen geopend van de politici, om eens wat meer subsidiegeld vrij te maken ter bevordering van de sport in het algemeen, en van het voetbal in het bijzonder.

In ieder geval hadden al die officials wel de goede wedstrijd uitgekozen, want de Engelsen werden voor de eerste keer verslagen door het Nederlands elftal. Leo Lauer jubelde daarover in Revue der Sporten tien pagina’s lang: ‘Hoera! Hoera! Hoera! Laat ik er dat eerst uitgooien! ‘t Lucht wat op. Ik heb gedanst, gehost, gecanconeerd, gezongen en gejubeld …. ‘t wil maar niet stil worden daarbinnen. Maar ‘t is me ook een dag geweest! De leermeesters geslagen, de Engelschen geklopt, rood-wit-blauw boven, Holland aan den top.’

Het Sportblad – met negen pagina’s verslag – was natuurlijk ook blij: ‘Aan deze elf dapperen, onze hulde! Gij hebt den fieren Hollandschen naam weer eens doen klinken door voetballend Europa, want weest er van overtuigd dat Maandagavond, toen de telegraaf het bericht van de Hollandsche overwinning verspreidde, de voetballers in Berlijn in Weenen, Budapest, Kopenhagen en Stockholm, ja overal waar het bruine monster maar rolt, met eerbied voor uwe verrichtingen waren.’

Alhoewel het stijlmiddel van overdrijving in de sportjournalistiek van 1913 ook al gemeengoed was, zijn bovenstaande lyrische commentatoren een goede beschrijving van de vreugde-explosie, die deze zege veroorzaakte. ‘Tot laat in den nacht was het vrijwel in alle plaatsen van Nederland een ware feeststemming onder de sportmenschen,’ aldus Het Sportblad.

Deze eerste zege op de Engelsen was voor het Nederlandse voetbal namelijk niets minder dan een sportieve doorbraak, te vergelijken met een kind dat voor de eerste keer harder kan lopen dan zijn ouders. Zo voelde het Nederlandse voetbal zich in 1913: eindelijk was de grote leermeester verslagen.

Het was in ieder geval belangrijk genoeg voor een krant als Het Vaderland om het bericht op de voorpagina te zetten. Wellicht kwam dat ook door de aanwezigheid van al die ministers en generaals, die dat dagblad tenslotte zelf lazen. Nadat de populaire kranten als de Telegraaf en het Algemeen Handelsblad al meer dan tien jaar uitbundig over sport schreven, werd dat in 1913 dus ook onderwerp voor deftige bladen als de Nieuwe Rotterdamsche Courant en Het Vaderland.

Sportief heldendicht

En dan was er nog de literaire explosie van dichter August Heyting, die zich door de Nederlandse zege liet verleiden tot ‘een modern sportief heldendicht’ van zo’n tachtig pagina’s (!) lang. De duizenden dichtregels openden met:

Dat Engeland is geslagen, dit ‘s de mare,
Die juublend schalt langs Hollands lentevelden,
‘t Is Pasen en de stem van ‘t blijde feest
Wordt dubbel hoog door dees viktorieroep.
Zon, daal omlaag, wij zullen met u ballen,
Uw gouden bal zal onzen roes behagen,
Laat dan het vuur vrij uit uw kogel spatten,
Als met uw blindend goud we op ‘t doel afstormen,
Ja, zulk een bal is Hollands geestdrift waardig,
Hoera! Oranje-truien, luid Hoera!

Een dichter, die zich bezighield met voetbal was ongehoord in die tijd. (Alhoewel Herman Gorter zelf ook een actief sportman was geweest.) Heyting had er zo’n vijf maanden voor nodig gehad om zijn vreugde op papier vast te leggen. In het tijdschrift De Kunst van 23 augustus 1913 werd er waardering voor uitgesproken – waarschijnlijk ook omdat Heyting één van hun medewerkers was. ‘Het werk tracht een brug te bouwen tusschen kunst en sport.’

Dit literaire pionierswerk kreeg desondanks een matig onthaal in de voetbalwereld. De recensent van de Revue der Sporten schreef: ‘Of ik ‘t mooi vind? Neen, driewerf neen. Het zegt mij niets. Het doet mij niets. Het begeistert niet. Het ontroert niet.’ Toch was er tegelijkertijd waardering in zijn eindoordeel: ‘Voor den arbeid gewis, doch tevens ook, wijl hier nieuwe banen geopend zijn, en dat op meer dan ongewone wijze.’

Het was tenslotte allemaal nieuw: voetbal op de voorpagina van een deftig dagblad, tachtig pagina’s dichtwerk. Maar hoe dan ook, zoals Leo Lauer vandaag exact een eeuw geleden schreef: ‘De 24ste Maart 1913 is voor den Nederlandschen sportsman een dag om nooit te vergeten….’

 

Advertentie

Reserveer bij bol.com

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Jurryt van de Vooren is sporthistoricus. Auteur van 'Amsterdam 1928' en de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Bezig met boekenserie over Amsterdam en sport. Nog steeds de enige Amsterdammer die is afgestudeerd op Feyenoord.