Tijdens de Holocaust zijn minstens duizend leden van Nederlandse voetbalclubs vermoord
Tijdens het onderzoek voor het Voetbalmonument is gebleken dat Nederlandse clubs door het hele land leden hebben verloren tijdens de Holocaust. Tot nu toe zijn er 877 namen gevonden.
Carla de Groot, directeur Olympisch Stadion, en Louis van Gaal tijdens de Nationale Sportherdenking van 2022
De Internationale Herdenkingsdag voor de Holocaust is altijd op 27 januari. Ook in de voetbalwereld loopt al enkele jaren een onderzoek naar de gevolgen van deze genocide
Via de sport is namelijk veel inzicht te krijgen in het verloop van de Jodenvervolging. Sinds 2020 heb ik daarom samen met Joris Kaper duizenden namen onderzocht van de oorlogsslachtoffers in het Nederlandse voetbal. De dodenlijst met 2212 namen op het KNVB Monument was het startpunt, maar inmiddels zijn nog eens honderden slachtoffers gevonden, die onbekend waren.
Zo zijn tot nu toe de gegevens achterhaald van 877 Joodse slachtoffers in het voetbal, afkomstig uit het hele land. Een jaar geleden waren dat er nog 631, wat dus een enorme groei is. Die stijging komt door nieuwe gegevens over Sparta uit Rotterdam, dat met honderden slachtoffers zeer zwaar werd getroffen – óók door de Holocaust.
Onderstaande kaart laat zien dat deze Joodse voetballers door heel het land hebben gespeeld.

Onbekend
De belangrijkste conclusie na zes jaar onderzoek is dat we vooral nog heel veel niet weten. Dat werd nog eens pijnlijk duidelijk na dat onderzoek bij Sparta, waarbij honderden nieuwe namen van slachtoffers werden gevonden. Van die 877 namen in totaal staan er maar liefst 399 niet op het KNVB Monument vermeld!
Ook kennen we in veel gevallen de achtergrond niet van de genoemde slachtoffers op het KNVB Monument. SMV uit Rotterdam bijvoorbeeld staat er met 34 namen op, waarvan er slechts zes zijn herleid. Met grote mate van waarschijnlijkheid is het overgrote deel van deze club in de concentratiekampen vermoord.
Hetzelfde geldt voor de Joodse voetbalclub De Ooievaars uit Den Haag, die met 126 namen op het KNVB Monument staat. Van slechts zes weten we wie het zijn geweest en dat ze tijdens de Jodenvervolgingen zijn vermoord.
Van de 118 omgekomen voetballers van het Amsterdamse AED – ook Joods – hebben we er tot nu toe zeven getraceerd. Van stadsgenoot BPC precies één van de 25.
En dan zijn er Joodse clubs waarvan we echt helemaal niets weten. Tijdens het onderzoek bleek dat Hakadoer uit Dordrecht zo goed als uitgemoord was. In Groningen gold dat voor Hakoah. Toch wordt niemand van deze clubs genoemd op het KNVB Monument.
Dat geldt ook voor andere Joodse voetbalclubs. De Databank Sport van ING Huygens meldt in ieder geval het bestaan van ILFRA en Maja, waarover bij het Voetbalmonument niets bekend is.
Zo kunnen we ervan uitgaan dat we alleen al door deze clubs minstens 300 namen van Joodse voetballers moeten optellen bij die 877, van wie het al wisten. Daarmee zitten we opeens met méér dan duizend Joodse leden van voetbalclubs, die zijn vermoord.
Jubileumboeken
Maar ook daarmee zijn we er nog niet. Na een onderzoek in Amsterdamse jubileumboeken heb ik bewijs gevonden dat er nog veel meer voetballers zijn vermoord – meestal naamloos.
Zoals KMZV, een voetbalclub voor kantoorpersoneel, schreef in het jubileumboek van 1979. ‘Onze zusterorganisatie MVZ werd zwaar getroffen; veel joodse werknemers voetbalden uiteraard op zondag. MVZ overleefde de oorlog niet.’ Er werden geen namen genoemd, zodat we niet weten om wie het gaat en om welke aantallen.
Zo hebben we na al die jaren heel veel namen kunnen herleiden, maar weten we ook dat dit aantal veel en veel hoger ligt.

