Voetbal

“Vertel nog eens over de Bommengooier van Oss”

Op 28 oktober 1987 ontplofte een bom bij Nederland – Cyprus. Daarover sprak ik met Jaap Breugem, die als vijftienjarige jongen de man aangaf die het projectiel had gegooid.

Andere Tijden zond in 2008 een reconstructie uit van de voetbalbom van 1987, die er bijna voor zorgde dat Nederland zich niet plaatste voor het EK van 1988. We zien hierin hoe John Staal – alias De Bommengooier van Oss – een explosief wierp. Mede dankzij een verklaring van Jaap Breugem – broer van tv-personality Tooske maar dit terzijde – kon Staal worden veroordeeld. Breugem kwam niet voor in de uitzending van Andere Tijden Sport, maar sprak in 2008 wel met mij. Zo kon ik zijn herinneringen aan 28 oktober 1987 alsnog vastleggen.

Hij stak met zijn sigaret de bom aan en wierp de bal met een grote zwaai op het veld.

Jaap Breugem vertelt

“In 1987 was ik vijftien jaar oud en woonde in Zwolle. Ik ging wel eens naar thuiswedstrijden van PEC Zwolle, maar was nog nooit naar een wedstrijd van het Nederlands Elftal geweest. Mijn vader vond dat dit wel eens tijd werd en samen met mijn broer en een vriend gingen we naar de Kuip voor de wedstrijd tegen Cyprus.

We waren iets te laat in de Kuip. Die zat veel te vol, zodat we met onze kaarten voor Vak G niets konden. Omdat daar geen plaats meer was, liepen we naar F. Overal waren de zit- en staanplaatsen al bezet, dus stonden we op de trappen tussen de rijen in. Ook John Staal stond daar, want we konden nergens zitten. Later hoorde ik dat hij in een file had gestaan en daarom ook te laat in het stadion was.

Slecht gevoel

Overal werd om me heen werd verschrikkelijk gezopen door grote kerels, en daardoor had ik meteen al een slecht gevoel. Het was ook wel weer spannend, want ik was pas vijftien jaar, kwam uit Zwolle en was niets gewend. Het maakte zeker een geweldige indruk – alleen die volle en lawaaiige Kuip al.

John Staal stond dus voor me. Al snel maakte John Bosman de 1-0, waarna de vlam in de pan sloeg. Het feest in de Kuip was begonnen. Nog geen minuut later gebeurde het. Staal haalde een tennisbal uit zijn rechterzak en trok aan zijn sigaret. Daarna draaide hij zich om en keek naar mij. Hij boog over zijn bal heen, zodat niemand kon zien wat hij deed. Hij stak met zijn sigaret de bom aan, draaide zich weer om en wierp de bal met een grote zwaai op het veld. Eén of twee seconden later ontplofte die met een knal, die enorm resoneerde in het stadion. Hij keek meteen weer naar mij, waarop ik me realiseerde dat hij van mij wist dat ik alles had gezien. Dat beangstigde me natuurlijk.

Even later werd de wedstrijd stilgelegd. Na een tijdje kregen de mensen in onze omgeving door dat die bom ergens bij ons vandaan was gekomen. We werden daarom van achteren uitgescholden en er werd ook wat gegooid. De mensen vóór ons voelden zich daardoor aangesproken, omdat zij er niets mee te maken hadden. Die werden boos en wilden daarom naar boven om die mensen daar te pakken. Ik zat er precies tussenin, net als John Staal. De spanning voor mij werd daarom erg groot.

Ik heb me gemeld bij de eerste agent die ik tegenkwam, en die heeft me naar de politiepost gebracht. Daar heb ik meteen mijn hele verhaal verteld.

Ja-pie! Ja-pie!

Mijn vader wist nog niet dat ik alles had gezien. Ik zei tegen hem dat ik even in een ander vak wilde staan, vanwege die spanning. Daarna ben ik iets verder gaan staan en ben daar gebleven, waardoor mijn vader niet meer wist waar ik was. Samen met mijn broer en vriend is hij naar de politie gegaan om naar mij te zoeken. Die heeft toen laten oproepen dat ik me beneden moest melden bij de politiepost. Dat was heel vreemd: de wedstrijd was net gestaakt en toen werd mijn naam opeens door het stadion geroepen. Omdat de toeschouwers zich verveelden, riepen ze allemaal mijn naam: “Ja-pie. Ja-pie.” Heel apart om je eigen naam uit zestigduizend kelen te horen komen.

Ik heb me gemeld bij de eerste agent die ik tegenkwam, en die heeft me naar de politiepost gebracht. Daar heb ik meteen mijn hele verhaal verteld, zowel aan mijn vader als aan de politie. Meteen moest ik naar een busje voor het stadion, waarin een aantal rechercheurs me verhoorde. Er stonden toen veel persmensen om die bus, die doorhadden dat er iets aan de hand was. Ze snapten meteen dat ik iets met het verhaal te maken had. Eén van die journalisten had zelfs meegelezen met mijn verklaring, over de schouder van een agent heen, en mijn naam en gegevens overgeschreven.

Daardoor hoorde Ruud Gullit later over mij en dat ik in die politiebus was afgevoerd. Hij dacht dat ik de dader was! In een interview had hij het daarom over een vijftienjarige jongen, dat voor al die problemen had gezorgd. En dat terwijl ik juist degene was geweest, die de echte dader had aangegeven!

Oog in oog

De agenten vonden mijn verklaring zo betrouwbaar dat ik naar het bureau ging. Daar heb ik opnieuw mijn verklaring afgelegd. Ook zag ik vijf mannen staan. Of ik misschien de dader kon aanwijzen, vroegen de agenten me, en dat kon ik. John Staal stond er namelijk tussen, die toen al bleek te hebben toegegeven dat hij het had gedaan. Omdat ik hem aanwees, wist de politie zeker dat hij het was. Toen mocht ik terug naar De Kuip om daar de laatste tien minuten van de wedstrijd te zien. Die heb ik op een tv-schermpje gezien in de catacomben. Uiteindelijk was ik om twee uur in de nacht thuis.

De volgende dag belde opeens het ANP, omdat die journalist van de vorige avond mijn gegevens had overgeschreven en had doorgegeven. Ook waren er verschillende tv-programma’s, die me allemaal vragen stelden. Die wilde ik beantwoorden, maar op voorwaarde dat mijn achternaam niet werd genoemd. Dat was op advies van de politie, maar ook omdat ik zelf bang was dat ik last zou krijgen met de bommengooier of met één van zijn vrienden. En zo stond ik dan in alle kranten, op alle voorpagina´s: ‘Jaap B., de vijftienjarige gymnasiumscholier uit Zwolle.’ Zo heb ik altijd mijn achternaam voor de zekerheid verborgen gehouden, tot vandaag – de eerste keer dat ik dit onder mijn eigen naam vertel.

Op school wist iedereen het natuurlijk, want door mijn vriend ging het de volgende dag als een lopend vuurtje rond. Het is daarna altijd een sterk verhaal gebleven op familiefeestjes. “Jaap, vertel nog eens over die bommengooier.”

Het EK van 1988 is voor mij extra bijzonder, omdat ik in de aanloop een kleine en beslissende rol heb gespeeld. Tenslotte heb ik de bommengooier aangewezen, wat in de latere strafbepaling een gunstige invloed heeft gehad.

De KNVB

Na de wedstrijd heb ik heel lang niets gehoord van de KNVB. Voorzitter Jo van Marle kwam ook uit Zwolle en hoorde na een tijdje van mijn verhaal. Hij kreeg van mensen uit Zwolle de tip om bij me langs te komen voor een bedankje. Tenslotte heeft mijn aangifte een belangrijke rol gespeeld in de beroepszaak tegen de uitspraak dat Nederland de wedstrijd tegen Cyprus reglementair met 0-3 had verloren. Dat besluit werd teruggedraaid omdat iemand uit het publiek behulpzaam was geweest bij het aanhouden van de dader. Omdat ik diegene was geweest, vonden veel mensen dat de KNVB me daarvoor wel eens mocht bedanken.

En zo zat opeens Jo van Marle een avond bij ons op de koffie. Hij kwam met bloemen en kaarten voor de EK-wedstrijd tussen Nederland en Engeland. Zo heb ik de hattrick van Van Basten tegen de Engelsen met mijn eigen ogen gezien. Ik zat naast Thijs Libregts, die iets later voor korte tijd bondscoach van Oranje zou worden. Ik heb die kaarten en bloemen altijd als een heel aardige geste van de KNVB beschouwd.

Natuurlijk zijn het de voetballers zelf geweest, die ervoor gezorgd hebben dat in 1988 het EK werd gewonnen. Maar dat toernooi is voor mij extra bijzonder, omdat ik in de aanloop een kleine en beslissende rol heb gespeeld. Tenslotte heb ik de bommengooier aangewezen, wat in de latere strafbepaling een gunstige invloed heeft gehad. Daarom was dat EK voor mij heel bijzonder en niet alleen omdat de KNVB mij kaarten had gegeven voor een wedstrijd.

Toen de finale werd gewonnen, zat ik thuis bij mijn oma. Het hele gebouw trilde, omdat iedereen over de balkons heen stond te schreeuwen. Ik was uitzinnig, zoals iedereen. Maar omdat ik er eerder op zo’n aparte manier bij betrokken was geraakt, heeft dat EK voor mij een heel aparte betekenis gekregen.”

Advertentie


Reserveer bij bol.com

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Jurryt van de Vooren is sporthistoricus. Auteur van 'Amsterdam 1928' en de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Bezig met boekenserie over Amsterdam en sport. Nog steeds de enige Amsterdammer die is afgestudeerd op Feyenoord.