NieuwVoetbal

Voetbal is de spiegel van Nederland in de Tweede Wereldoorlog

Op Voetbalmonument.nl staan meer dan 2600 namen van voetballers, die zijn omgekomen tijdens de Tweede Wereldoorlog. De website Traces of War stelde een aantal vragen over dit project, dat inmiddels groter is dan een onderzoek naar alléén het voetbal.

Foto via het Haags Gemeentearchief

Op het terrein van de KNVB in Zeist bevindt zich een monument met de namen van 2122 leden van de KNVB, die omkwamen tijdens de Tweede Wereldoorlog. U heeft inmiddels al veel meer namen verzameld. Hoe is dit verschil in aantallen te verklaren en wanneer en waarom besloot u om een complete lijst van omgekomen voetballers samen te gaan stellen?

In mijn boek Door Wilskracht Zegevieren over sport in de Tweede Wereldoorlog van 2020 besteed ik onder meer aandacht aan de tastbare nalatenschap van die tijd. Daarom beschreef ik het KNVB-monument in Zeist, dat maar weinig mensen kennen.

Vanwege die 2212 namen is het voor mij niet alleen een monument, maar ook een historische bron met de grootste namenlijst van omgekomen sporters in oorlogstijd in Nederland. Bij de KNVB is er alleen geen informatie meer hoe die namen op de lijst zijn gekomen, waarbij overigens alleen de achternaam en initialen worden genoemd zónder de betreffende club en plaatsnaam. Ik vond gelukkig in tijdschrift De Sportkroniek van de KNVB in 1949 alle namen mét clubs en plaatsen, omdat de bond zo aan de clubs de mogelijkheid gaf om te controleren op fouten.

Die lijst wilde ik eigenlijk in mijn boek plaatsen, maar dat zouden meer dan zestig pagina´s worden, een soort telefoonboek voor overleden mensen. Om ze toch te openbaren heb ik online een zoeksysteem laten bouwen, waarbij mensen zelf konden kijken. Daar was in mei 2020 ontzettend veel belangstelling voor van zowel nationale media als het NOS Journaal en het ANP als regionale media. In een week waren er meer dan 100.000 zoekopdrachten.

Dat leverde weer ontzettend veel reacties en vragen op van nabestaanden en clubs, waarna ik mede door de eerste golf in corona mij hier steeds meer in ging verdiepen. Zoveel onbekende namen, zoveel onbekende verhalen, foto’s, herinneringen ­– het was echt een openbaring. Ik kreeg een zicht op voetbal in oorlogstijd zoals ik nog niet eerder had gehad.

En dan was in februari 2020 ook nog de lancering van Oorlogslevens.nl, waardoor ik razendsnel bij namen kon zoeken naar meer gegevens. Zonder dit site was mijn onderzoek nooit iets geworden, want daarmee traceerde ik in korte tijd de gegevens van honderden omgekomen voetballers. In ruil krijgt Oorlogslevens weer al mijn gegevens, zodat ook dit voetbalverleden meteen zichtbaar wordt bij die oorlogsslachtoffers, vaak een onbekende invalshoek en informatiebron voor onderzoekers en nabestaanden.

Zónder Oorlogslevens was ik al blij geweest als ik nu vijftien voetballers had kunnen herleiden, maar het zijn er nu al zo’n 1500. Ook zijn er honderden nog onbekende omgekomen voetballers gevonden, waardoor we inmiddels bijna 2700 namen hebben verzameld, waarvan dus zo’n 1200 nog zonder verdere gegevens buiten hun achternaam, club en plaats. Dat betreft vooral Joodse slachtoffers en mensen in voormalig Nederlands-Indië, omdat die informatie in 1949 vaak nog niet bekend was.

En wat ook vaak het geval was, was dat de Joodse slachtoffers niet werden genoemd, omdat ze formeel gezien tijdens hun moord geen clublid meer waren. Dat klopt inderdaad, maar dat was natuurlijk niet vrijwillig. Dat was simpelweg het resultaat van alle verboden voor de Joodse mensen. Die naoorlogse clubs die om die formele reden de Joodse namen niet noteerden, handelden dus nog steeds in de geest van de antisemitische wetgeving. Onbewust weliswaar, maar toch. Veel clubs zagen later alsnog in dat dit niet klopte en voegden toen die Joodse leden alsnog toe aan hun eigen monumenten, maar wel ná 1949. En daarom staan er zoveel mensen niet op het KNVB-monument.

Ook zijn er compleet uitgeroeide Joodse clubs, die niet op het KNVB-monument staan, omdat er niemand meer was om ze aan te melden. In Groningen gaat dat om Atilla en in Dordrecht om Hakadoer met tientallen vermoorde voetballers, die nog nergens waren genoteerd.

Er moeten er nog veel meer zijn, ook vanwege de chaos vanaf 1944, en daarom verwacht ik uiteindelijk minstens een verdubbeling van het aantal. In provincies als Gelderland, Groningen en Drenthe is dat inderdaad al het geval geweest. Het zou me zelfs niet verbazen als ik ruim boven de 5000 namen kom.

 

Hoe heeft u alle aanvullende namen gevonden? Heeft u hiervoor bepaalde bronnen of archieven geraadpleegd of kreeg u de namen aangedragen, bijvoorbeeld van voetbalclubs of nabestaanden?

Ik krijg veel reacties, vooral als ik weer eens nadrukkelijk de media opzoek. Mijn mediastrategie is namelijk integraal onderdeel van mijn zoekstrategie, in mijn geval ook omdat ik zelf al 25 jaar werk voor opdrachtgevers als de VPRO, Andere Tijden Sport, Trouw, het Parool en NRC Handelsblad. Ik ken dus wel wat journalisten.

Sinds anderhalf jaar zoek ik zoveel mogelijk per provincie, omdat ik dan samen met de lokale archieven en media enkele maanden lang heel gericht en campagnematig kan werken – als laatste in Zeeland. Aan het begin van die periode wordt er een gezamenlijk persbericht verstuurd door de archieven en mij, dat in de meeste gevallen veel aandacht krijgt in die provincie, met altijd de oproep erbij om te reageren met vragen, opmerkingen en aanvullingen. Binnen twee jaar heb ik zo al meer dan 200 mediaoptredens gehad, vooral in lokale media. Die zijn voor dit onderzoek eigenlijk veel belangrijker dan de grote nationale praat- en nieuwsprogramma’s, want ik kom zo heel dicht bij de mensen, via huis-aan-huisbladen of radiozenders in een plaats als Usquert, Schagen of Hulst.

En zo heb ik weer heel veel waardevolle informatie gekregen. Complete clubgeschiedenissen worden soms overhoop gehaald, omdat er namen opduiken, die vaak ter plekke nog onbekend waren. Het is zelfs al gebeurd dat een stad via mijn onderzoek namen worden ontdekt, die zij zelf nog niet kenden, zoals een half jaar geleden bij Janus en Arij de Kubber uit Middelburg. De stad kondigde daarop meteen een nieuw onderzoek aan, omdat ze zich realiseerde dat er dus gaten in de kennis zijn. Mijn voetbalonderzoek overstijgt zo het voetbal – precies wat ik wil.

Ook zoek ik, samen met andere vrijwilligers, in digitale archieven, vaak met resultaat. Mijn nieuwste hobby nu is om elke week naar een stadsbibliotheek te gaan (die zijn nog wél open) om daar in de stadscollectie te zoeken naar jubileumboeken. Daar staan nog heel veel onbekende namen, soms wel vijftien in één keer, zoals bij DFC in Dordrecht.

Van elk slachtoffer probeert u een korte biografie samen te stellen. Hoe verhouden de doodsoorzaken zich tot elkaar: zijn er bijvoorbeeld veel vermoorde Joodse voetballers of verzetsmensen bij? Kunt u een voorbeeld noemen van een recent beschreven voetballer van wie het verhaal u goed bijgebleven is?

Het is soms onthutsend te zien hoe groot de overeenkomsten zijn in het patroon van de sterfdagen van oorlogsslachtoffers in het algemeen en in het voetbal. Met gegevens van Oorlogsbronnen heb ik een grafiek gemaakt van het tijdstip van overlijden van alle Nederlandse oorlogsslachtoffers, geordend op het aantal doden per maand. Het is vreselijk klinisch, maar het geeft wel inzichten. Bij die tabellen en grafieken moeten we er altijd van bewust zijn dat dit gaat om overleden mensen en niet om de kiloprijs van appels.

In mei 1940 waren er in heel Nederland relatief veel dodelijke slachtoffers, maar in de eerste maanden erna niet meer. In de herfst van 1942 begon de Holocaust met een enorme piek is in het aantal Nederlandse oorlogsslachtoffers, allemaal Joods natuurlijk. Daarna volgen er nog twee van die pieken in 1943 en 1944, want de Holocaust-moordmachine draaide niet elke dag even hard. Vanaf september 1944 zien we tijdens de complete chaos permanent hoge cijfers in deze grafiek door de Holocaust, de executies, de bombardementen en de Hongerwinter.

Inmiddels heb ik zo’n 1500 sterfdata van Nederlandse voetballers en kan daarvan een vergelijkbare grafiek maken om te vergelijken. Wat meteen opvalt is dat dit patroon bijna hetzelfde is als bij Nederland in het algemeen, op enkele uitzonderingen na.

Wat hier namelijk meteen opvalt is dat het voetbal in mei 1940 relatief veel zwaarder is getroffen dan Nederland in het algemeen. En dat is volkomen logisch, omdat de gesneuvelde soldaten allemaal mannen waren, grotendeels tussen de 17 en 40 jaar oud – belangrijke eigenschappen van een voetballer. De piek in de herfst van 1942 is hetzelfde als bij Nederland algemeen: toen werden de Joodse voetballers vermoord. En de chaos vanaf september 1944 is zowel in het voetbal als algemeen te zien.

Een beter bewijs dat voetbal een volkssport is, is er niet, want deze bijna gelijkwaardige patronen zijn duidelijk. Toen ik die grafieken twee jaar geleden voor de eerste keer maakte en met elkaar vergeleek, wist ik niet wat ik zag. Dit bewijst dat ik met mijn onderzoek geen niche in kaart breng, maar dat voetbal een spiegel is van Nederland in oorlogstijd, een vreselijke spiegel in dit geval. We vinden allemaal onbekende, individuele verhalen, heel belangrijk voor nabestaanden en plaatselijke onderzoekers en journalisten, maar in zijn totaliteit levert dit onderzoek met data-analyses ook op een abstract niveau belangrijke nieuwe inzichten op – al helemaal als we dit in internationaal perspectief doen. De breedheid is dus enorm: van het individu tot en met academische analyses.

Met die grafieken kan ik inmiddels zelfs andersom redeneren, zoals bleek toen ik begon in de provincie Groningen. Met de beschikbare gegevens van dat moment kreeg ik een grafiek zónder piek in de herfst van 1942. Dat kon maar twee dingen betekenen: óf mijn gegevens waren onvolledig óf deze provincie onttrok zich in oorlogstijd aan algemene nationale patronen. Na twee maanden onderzoek hadden we tientallen nieuwe namen gevonden, onder meer van die voetballers van Atilla. En wat bleek: het patroon van het sterfteverloop van omgekomen voetballers in die provincie kwam weer overeen met het nationale beeld. Door die data-analyse kan ik vooraf dus al een inschatting maken hoe compleet mijn gegevens zijn en waar ik moet zoeken.

En zo krijg ik via het voetbal een onwaarschijnlijk gedetailleerd beeld van het verloop van de oorlog. Als er ergens minstens tien doden vielen, zat er bijna altijd wel een voetballer bij. Ik heb zo een chronologische lijst kunnen maken van honderden van die gebeurtenissen: bombardementen, massale executies, neerstortende raketten, torpedo-aanvallen in Indië, represailles, enzovoort. In het geval van Sobibor merkte ik op dat er om de zeven dagen een groot aantal voetballers werd vermoord. Inderdaad vertrok er één keer per week een trein vanuit Westerbork. Sowieso zag ik al snel via de Joodse voetballers hoe effectief de Holocaust in Nederland is uitgevoerd: binnen anderhalf jaar was ongeveer 75% vermoord.

Enkele persoonlijke gevallen waar ik nu mee bezig ben gaat onder meer over een recent ontdekte foto van een deportatie van een voetballer tijdens een wedstrijd. Die werd gewoon van het veld gehaald! Die foto stond gewoon in een jubileumboek, maar is uitzonderlijk, omdat ik geen enkele foto ken van een voetbalwedstrijd waarin dat is gebeurd. Ik kende alleen een geschreven ooggetuigenverslag vanuit Amsterdam van twee Joodse voetballers die tijdens een wedstrijd door de politie van het veld werden geplukt, géén foto. Dat maakt die foto heel confronterend. En dan ben ik ook nog wat namen op het spoor, die buiten het voetbal zeer bekend zijn en daarom vast veel aandacht zullen trekken. Daar zeg ik nog niets over.

Hoe zijn de reacties binnen de voetbalwereld op dit initiatief? Zijn voetbalclubs, voetballers en supporters nog wel bezig met dit oorlogsverleden? Waarom en hoe zouden ze naar uw mening moeten omgaan met dit verleden?

Heel veel clubs hebben mij informatie gestuurd, of erom gevraagd. De historische commissie van Kampong uit Utrecht heeft een complete lijst voor mij gemaakt, net als de Koninklijke UD uit Deventer. Ik ben uitgenodigd door de Koninklijke HFC om de namenlijsten naast elkaar te leggen. Clubs uit Vorden en Brummen (uit de regio waar ik zelf oorspronkelijk vandaan kom) kwamen met nieuwe info of vragen. In Zwolle is een gedenksteen onthuld op het stadion van PEC Zwolle, mede met gegevens uit dit onderzoek. In Nijmegen wil Quick dit ook gaan doen, maar is daar door al die coronagolven nog niet in geslaagd. AFC Amsterdam gaat de nieuwe gegevens verwerken in de jaarlijkse toespraak op 4 mei bij de clubherdenking. PSV heeft de naam van hun gesneuvelde lid in mei 1940 in de prijzenkast geplaatst als eerbetoon. En ik weet dat er nog onderzoeken lopen bij clubs, die dat binnenkort zelf bekend zullen maken.

Er is dus heel veel belangstelling, omdat clubs vaak niet wisten dat de namen van hun leden in Zeist op het monument staan. Dat is ook niet zo gek, omdat die mensen lid zijn van een voetbalclub en niet van een historische vereniging. Sowieso is het in coronatijd al zo zwaar dat het niet vanzelfsprekend is dat ze een diepgaand onderzoek starten. Bij MSC in Meppel hebben ze dat wél gedaan, maar dat zijn uitzonderingen. Ik ben dan ook erg blij als een club mij helpt of met vragen komt, maar vind het volkomen begrijpelijk als daar niet zoveel van komt.

Door het zoeksysteem op Voetbalmonument.nl hoeven die clubs ook niet meer zelf de archieven in als ze meer willen weten over de oorlogsjaren. Ik wil het zo makkelijk mogelijk maken, om met één zoekopdracht te achterhalen welke namen we hebben gevonden.

Dit onderzoek naar voetballers is dan weer wél belangrijk genoeg voor de plaatselijke archieven en herdenkingscomités, omdat het een ideale mogelijkheid is om de jongste generatie te betrekken bij het besef over de Tweede Wereldoorlog: via hun eigen club. Een idee is om op de middenstip bij de plaatselijke profclub gesprekken te voeren over vrijheid en oorlog, met gebruik van de verhalen van de clubs zelf. Als een jongen of meisje van veertien jaar hoort dat bij de eigen club een leeftijdgenoot is omgekomen, is dat niet meer een verhaal over een opa die ze nooit hebben gehad, maar een verhaal over een clubgenoot in een andere tijd. En als dat gesprek is afgelopen, krijgt iedereen een bal en mogen ze zelf voetballen op het hoofdveld van hun favoriete club. Dat vergeten ze nooit meer.

Breng dat ook naar het onderwijs. Laat leerlingen bij de geschiedenislessen uitzoeken wat er met hun club is gebeurd in de oorlog, waarbij de leraar en leerlingen allemaal in sportkleren in de klas zitten – kan natuurlijk ook hockey, zwemmen of schaatsen zijn. Geschiedenis wordt zo veel persoonlijker, komt veel dichterbij.

En dat is ook precies de invalshoek van de komende jaren met het onderzoek naar de omgekomen voetballers, waarover gesprekken worden gevoerd met Oorlogsbronnen (‘voetbal’ staat inmiddels in de top drie van zoektermen op die site!), het Nationaal Comité 4 en 5 Mei en NOC*NSF. Via de sport krijgt het enorme grote verhaal van de Tweede Wereldoorlog een ingang om een nieuwe generatie aan te spreken, die dan op een eigen manier moet bepalen wat ze ermee willen.

Zijn er ook ‘foute’ voetballers omgekomen in de Tweede Wereldoorlog en zo ja, worden zij op de website ook genoemd?

Die zijn er inderdaad, alhoewel die heel moeilijk zijn te vinden. Ze staan natuurlijk niet op monumenten en worden liever niet genoemd, in ieder geval niet meteen na de Bevrijding. Ze komen zeker in de overzichten, maar wel duidelijk met hun verhaal erbij. Het is niet de bedoeling dat ze alsnog een eerbetoon krijgen, want het waren nazi´s en landverraders. Voor het historisch onderzoek is het echter wél belangrijk om hiervan te weten, want er waren nu eenmaal ook nazi´s en landverraders. Overigens kunnen door nieuwe onderzoeken sommige gevallen opeens een nieuwe invalshoek krijgen en blijkt iemand helemaal niet een landverrader te zijn geweest, maar juist onder dwang naar het Oostfront te zijn gestuurd.

Ik heb inmiddels ook een overzicht gemaakt van alle omgekomen leden van de Nationale Jeugdstorm, de officieuze jongerenorganisatie van de NSB, zoals die werden genoemd in het blad Stormmeeuw. Ook in dit geval niet om er een bloemetje voor te leggen, want dit waren zo´n beetje de ergste van allemaal, maar omdat dit ook hoort bij Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De jongens gebruikten sport om zich voor te bereiden op het front en de meisjes voor de vruchtbaarheid en het moederschap, wat een compleet andere sporttraditie is dan we nu gewend zijn. Voor sporthistorisch onderzoek is dat ook van belang.

Hoe kunnen mensen bijdragen aan dit project en waartoe moet dit uiteindelijk leiden, als de lijst compleet is? Komt er naast een digitaal monument ook een nieuw, fysiek monument?

Alle informatie is welkom, dus iedereen met een jubileumboek thuis moet dat even bekijken of er iets staat over de oorlogstijd, vooral namen met extra gegevens. Maak een foto van die pagina’s en stuur die op. Vragen, opmerkingen, aanvullingen en tips zijn altijd welkom.

Natuurlijk kunnen mensen ook zelf onderzoek doen met gebruik van de gegevens van nu. Alle informatie delen we onmiddellijk, en verwachten dat ook terug. Zo zijn er al wat vrijwilligers geweest, die ontzettend veel nieuwe informatie hebben gevonden voor eigen verhalen in kranten of nog te verschijnen boeken. Het is namelijk geen enkel probleem als je met die onderzoeken omzet draait – integendeel zelfs. Dat kan tenslotte een extra stimulans zijn om hiermee aan de slag te gaan als zelfstandig onderzoeker.

Hoe het uiteindelijk wordt afgerond, merken we wel. Een groot overzichtsboek ligt voor de hand vanwege de gigantische hoeveelheid informatie die we vinden. Een digitale variant van het KNVB-monument is ook een logische afronding, die altijd weer aangevuld kan worden of verbeterd, indien nodig. Het originele monument moet in ieder geval in deze staat blijven, want dat was nu eenmaal de stand van informatie van 1949. Eigenlijk zorgt dit onderzoek ervoor dat een 20e-eeuws monument wordt verplaatst naar een 21e-eeuwse omgeving, op veel meel manieren inzetbaar vanwege het digitale karakter.

En dan wil ik tot slot een grote nationale expositie over voetbal in de Tweede Wereldoorlog, vol persoonlijk materiaal van deze slachtoffers. Want er is heel veel, weet ik inmiddels. Ik heb een jubileumboek van een voetbalclub gevonden dat een gevangene van een Japans kamp bij zich had als laatste hoop, vol gaten van knagende insecten. Er is die foto van de deportatie van een voetballer tijdens een wedstrijd. Er zijn tekeningen van sportwedstrijden in concentratiekampen. Laatste briefjes van leden van een voetbalclub, vanuit een trein gegooid in de hoop dat die bij de club aankwam. Een laatste brief van een dodencel van een sportman. Als we dat allemaal samenvoegen met de gevonden informatie maken we dit onderzoek helemaal tastbaar.

 

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je dat laten blijken met een kleine financiële bijdrage.

 
Mijn gekozen waardering € -

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Meest recente boek: 'Door Wilskracht Zegevieren' over sport in de Tweede Wereldoorlog. Schreef ook boeken over - onder meer - Amsterdam 1928 en de Elfstedentocht, net als de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Al 25 jaar de enige Amsterdammer, die is afgestudeerd op Feyenoord.