Voetbal

Vooralsnog geen eerste rugbywedstrijd in Enschede in 1865

Op deze site stond het verhaal De eerste rugbywedstrijd was in 1865 in Enschede van  Nick den Uijl. Jan Luitzen en Wim Zonneveld, auteurs van Kicksen en Wickets en Hoe voetbal verscheen in Nederland reageren hier nu op. Zij concluderen dat het artikel niet voldoet aan minimale eisen van onderzoeks-verslaglegging, met name niet aan een zorgvuldig-kritische benadering van de bronnen. Het centrale jaartal van ‘rugby’ – als vroege vorm van voetbal – al in 1865 in Enschede wordt onvoldoende onderbouwd. 

Door Jan Luitzen en Wim Zonneveld

Op zaterdag 6 oktober 2018 vond in Enschede, in het kader van de jubileumviering ‘130 jaar fusieclub EFC PW’, een nostalgische voetbalwedstrijd plaats op een al even nostalgisch ingericht veld op het fraaie gazon van Villa Zonnebeek, door twee teams in pseudo negentiende-eeuwse outfit. We waren erbij, het was in het najaarszonnetje een uiterst gezellige middag. Alleen: de directe aanleiding was gebaseerd op een misverstand.

Bedoeld werd, zoals aangekondigd in de speciale jubileumkrant De Prinses, een wedstrijd na te spelen die zou hebben plaats gevonden op 6 september 1886 tussen de toen nog aparte clubs ‘Enschedesche Football Club’ en ‘Prinses Wilhelmina’. Als deze datum klopt, en dat was het hele punt van de onderneming, kan hij doorgaan voor die van de allereerste Nederlandse ‘voetbalmatch’, drie maanden eerder dan de gewoonlijk als zodanig veronderstelde wedstrijd tussen H.F.C. en het Amsterdamse “Sport” in Haarlem op 21 november 1886. (Zoals bijvoorbeeld uitgebreid besproken en onderbouwd in ons een jaar eerder als special van het voetbaltijdschrift Hard Gras verschenen Kicksen en Wickets. Van cricket naar voetbal in Nederland 1845-1888, #115, augustus 2017).

Het misverstand behelst, kort uitgelegd, het volgende. Op 6 september 1885 vond op de grasweide van het buiten De Kotten een voetbaldemonstratie plaats van twee teams van jonge spelers van de op 30 juni opgerichte Enschedesche Football Club. De jongelui waren enthousiast gemaakt door de jonge textielfabrikantenzoon Jan Bernard van Heek, die kennis over de nieuwe sport had opgedaan op stage in Engeland.

In 1886 wordt er een poging gedaan tot een eerste wedstrijd tussen EFC en de inmiddels tweede Enschedese club Prinses Wilhelmina, opgericht op 31 augustus 1885. Maar na een uitdaging door PW op 22 augustus, volgt uitstel per brief van 8 september en daarna verder niets waarover iets is terug te vinden – hoogstwaarschijnlijk dus afstel. Op 25 september 1887 wordt er wel gespeeld tussen EFC en PW, met als uitslag 1-0.

De details van deze gebeurtenissen werden al uitvoerig uit de doeken gedaan in Jan Luitzen, ‘Burnley, Bernard en Boonestokken’, Hard Gras#112 (februari 2017), inclusief nieuwe feiten over de rol van textielfabrikantenzoon Jan Bernard van Heek in en vanaf 1885, en zijn Engelse connecties.

Eén vage bron

Deze gang van zaken is symptomatisch voor recente pogingen vanuit Enschede om de geschiedenis van het vroege voetbal naar zich toe trekken: enthousiasme voor regionaal (sport)erfgoed, nooit slecht, maar dat wel gecombineerd met zwakke aandacht voor de feiten. Dat blijkt ook, en wel heel erg, uit het hier besproken artikel van Nick den Uijl getiteld ‘De eerste rugbywedstrijd was in 1865 in Enschede’, met ‘rugby’ daarin als vroege voorloper van, en nauwelijks te onderscheiden van, ‘voetbal’. Op grond van een stapel bronnen onderbouwt de auteur de claim die in die titel is verwoord, maar het effect is het omgekeerde: de veelheid aan geciteerde verwijzingen laat een geschiedenis van een kleine eeuw zien van elkaar napratende en overschrijvende bronnen, die terug te voeren zijn tot slechts één oorsprong. Die zelf zo vaag is, dat hij zonder nader onderzoek niet serieus kan worden genomen.

We laten hier zitten dat de auteur nog eens het bovenstaande misverstand herhaalt. We bespreken de belangrijkste van de in ‘De eerste rugbywedstrijd’ opgevoerde bronnen (allemaal is niet te doen en hoeft ook niet), plus hier en daar een aanvulling, in chronologische volgorde, want dat geeft het gewenste inzicht.

In Het Boek der Sporten, een kloek encyclopedisch werk uit 1900, uitgegeven onder redactie van Jan Feith, stelt journalist-sportbestuurder B.J. Zuijderhoff in het hoofdstuk ‘Voetbal’ deze vraag: ‘Waar heeft het leder voor het eerste in ons land minnaars gevonden?’ het antwoord: ‘De traditie leert ons, dat ergens in Haarlem het voetbalvuurtje het eerst is aangelegd, ongeveer in den jare 1879-’80. Aldus Mulier, de waardige Vader van den Hollandschen Voetbalsport’. En hij vervolgt: ‘Ofschoon beweerd is, dat ook het oosten als punt van uitgang moest beschouwd worden, achten wij toch de verklaring van den verdienstelijke eere-voorzitter van den bond [Mulier] voor het betrouwbaarst.’

Afgezien van de on-betrouwbaarheid van de uit Muliers werk Athletiek en Voetbal van 1893 geciteerde jaartallen (‘najaar 1881’ is door ons uitvoerig onderbouwd in Hoe Voetbal verscheen in Nederland, een special van de SPORTWERELD, #87-88, najaar 2018), is de aanduiding van Haarlems concurrentie in het gegeven citaat als ‘het oosten’ uitermate vaag. We vermoeden sterk dat dit nog weinig te maken heeft met Enschede, maar dat Zuijderhoff hier refereert aan het destijds soms voetstoots aangenomen vroege voetbal bij U.D. in Deventer, dat echter in 1875 als cricketclub werd opgericht en pas flink later ging voetballen.

In H.A. Meerum Terwogt, De betekenis van het voetbalspel en hoe het gespeeld wordt (Leiden, 1919) bespreekt de auteur het begin van ‘georganiseerd voetbal’ in Nederland. Ook hij zet Haarlem en het oosten naast elkaar, en kiest voor Haarlem, een beetje à la Zuijderhoff: ‘[M]en gelooft gaarne wat men wenscht en ik zou het den heer Mulier, die nu nog steeds op de bres staat, als de N.V.B. bedreigd wordt, zoo hartelijk gunnen de brenger te zijn van het spel in Nederland.’

Over het oosten weet hij meer: ‘Een andere hypothese vertelt, dat er al voor die [Haarlemse] Koekampsche voetballerij in Enschedé gespeeld is, waar het spel werd gebracht door Engelsche fabrieksarbeiders, die daar tijdelijk in dienst van Nederlandsche fabrikanten waren.’ Dit is de vroegst bekende vindplaats van voetballende ‘Engelse fabrieksarbeiders in Enschede’, maar er wordt (nog) geen concreet jaartal genoemd.

Een klein decennium later, bij dezelfde auteur, in H.A. Meerum Terwogt et al., Nationaal Sport Gedenkboek (Amsterdam: Koloniale Boek Centrale, 1927), is het: ‘Wel staat vast, dat er in Enschede al heel vroeg gevoetbald is door zoons van Twentsche fabrikanten, die op Engelsche kostscholen het spel hadden geleerd en het in de vacantie gingen spelen.’ En in H.A. Meerum Terwogt, Nationale sportfiguren (Middelburg: Den Boer, 1933) staat vrijwel dezelfde tekst: ‘Er is ook al heel vroeg in Enschede gevoetbald; daar waren het de zoons van de fabrikanten, die voor hun studie in Engeland waren geweest en het spel meebrachten.’

De Engelse fabrieksarbeiders verdwijnen dus weer uit Meerum Terwogts werk, blijkbaar had hij zelf later weinig fiducie in zijn oorspronkelijke ‘hypothese’. De ‘arbeiders’ zijn ‘zoons’ geworden. Dit laatste meervoud betekent waarschijnlijk niets anders dan ‘J.B. van Heek’, wiens grote bijdrage aan het vroege Enschedese voetbal vooral bekend raakt vanaf de grotere jubilea van EFC PW, zie bijvoorbeeld de speciale editie van Twentsch Dagblad Tubantia en Enschedesche Courant van 1 mei 1925 en het Jubileumboek Prinses Wilhelmina 1885-1935.

Nog geen jaartal 1865, maar dat komt met J.W. Kips, Het voetbalspel – een wegwijzer. Weten en Kunnen no. 122 (Amsterdam: Kosmos, 1924). Daarin lezen we dit: ‘Volgens overlevering zou reeds omstreeks 1865 in Enschede, door Engelschen, die daar in het textielbedrijf werkzaam waren […] zijn voetbal gespeeld.’

In Den Uijls ‘De eerste rugbywedstrijd’ wordt Jan Willem Kips autoriteit gegeven met: ‘De ingenieur Kips moet geweten hebben wat hij schreef, want hij was toen voorzitter van de Nederlandse voetbalbond.’ Dat is een wat ironische aanbeveling, want een van zijn illustere voorgangers als bondsvoorzitter was Pim Mulier, wiens slordigheid met jaartallen nu juist voor zoveel problemen zorgt bij de reconstructie van het vroege Nederlandse voetbal.

Maar dat voorzitterschap doet er ook niet toe, want Kips baseert zijn gegevens op eerder werk, toen hij nog geen voorzitter was. In augustus 1912 verschijnt bij de Pers- en Propagandacommissie van de N.V.B. de brochure De Organisatie van de voetbalsport in Nederland. Daarin staat deze passage: ‘Het voetbalspel werd hier te lande vermoedelijk het eerst gespeeld te Haarlem in 1879, toen daar door den tegenwoordigen eere-voorzitter van den N.V.B., den heer W.J.H. Mulier, de Haarlemsche Football Club werd opgericht. Volgens sommigen zou het spel reeds eerder hier gespeeld zijn, o.a. te Enschedé.’

De Pers- en Propagandacommissie bestaat op dat moment uit genoemde Jan Willem Kips, voorzitter (ook ex-bestuurder van H.B.S. in Den Haag); secretaris J.A. Wijnmalen, bestuurslid van de Amsterdamsche Voetbalbond; en lid John Coucke, sportjournalist van De Telegraaf. Geen van allen zullen zij dus van huis uit erg bekend zijn geweest met de gang van zaken in het oosten.

De ontwikkeling van dit stukje vooroorlogse sporthistorie kan dus als volgt op een rijtje worden gezet.

De N.V.B.-brochure van 1912 is de bron van ‘Enschede’.

H.A. Meerum Terwogt (1919) de bron van de ‘Engelsche fabrieksarbeiders’ (die hij in zijn vervolgwerk weer weglaat).

J.W. Kips (1924) voegt het jaartal 1865 toe, let wel: in de vorm van ‘omstreeks 1865’.

Belangrijk om te concluderen: geen van allen geeft een bronvermelding.

In (het in ‘De eerste rugbywedstrijd’ niet genoemde) C. Miermans, Voetbal in Nederland. Maatschappelijke en Sportieve Aspecten (Assen: Van Gorcum, 1955), het eerste Nederlandse sportproefschrift, noemt de auteur een aantal mogelijke gevallen van pre-Haarlems vroeg Nederlands voetbal. Hij leidt dat overigens in, voorzichtige wetenschapper die hij is, door te zeggen dat zij liggen ‘op het terrein van de niet (direct) controleerbare overleveringen.’ Hij geeft onder meer kostschool Noorthey in Veur (zie hiervoor Kicksen en Wickets) en ‘in Den Haag zouden omstreeks 1870 leden van de Engelse legatie op de Maliebaan hebben gevoetbald’. En hij doet deze voorzichtige uitspraak: ‘Vóór 1865 zou het spel in Enschedé zijn gespeeld door Engelse arbeiders, die in tijdelijke dienst stonden van Twentse textielfabrikanten.’

Hij verwijst voor Enschede naar Meerum Terwogt (1919, zie boven), en voor zijn tijdsaanduiding naar, opmerkelijk genoeg, C. Wedema, Voetbaltactiek (Amsterdam: Strengholt, [1946]). Deze laatste geeft ter plekke in zijn historisch overzicht van Nederlands voetbal deze passage over Twente: ‘naar de overlevering wil speelden Engelsche employé’s van een textielfabriek te Enschede hier zelfs in 1865 reeds voetbal.’ Wedema schrijft het vermoedelijk slordig over van Kips (1924) en Miermans schrijft het slordig over van Wedema.

Miermans geeft ook een korte samenvatting van het J.B. van Heek-verhaal, met een verwijzing naar het Jubileumboek Twentsche Voetbalbond 1939.M.J. Adriani Engels, Honderd Jaar Sport (Amsterdam: A.J.G. Strengholt Uitg., 1960) schrijft braaf Miermans’ overzichtje over.

Geen enkele bronvermelding

Hierna is het een tijd stil, maar Johan Bos komt in (het door Den Uijl niet genoemde) Het Twentse Ros op Voetbalschoenen (Oldenzaal:Twents-Gelderse Uitg. de Bruyn, 2006) op de zaak terug. Na een korte vermelding van ‘uniformering van de spelregels’ in Engeland in 1862 (moet zijn: 1863), vinden we hier: ‘In datzelfde jaar 1862 wordt ook in Nederland, in Enschede om precies te zijn, voor het eerst het moderne voetbalspel gespeeld. Daarvoor is de ontwikkeling van de moderne textielindustrie direct verantwoordelijk. […]

Voor de machinale inrichting van de textielfabrieken zijn Engelse vakmensen onontbeerlijk. Wanneer de grote stadsbrand (1862) de textielindustrie in Enschede grotendeels in de as legt, moet voor het herstel weer een beroep worden gedaan op Engelse vakmensen. Deze Engelse “gastarbeiders” brengen het voetbalspel mee vanuit hun Engelse steden. In Enschede voetballen deze Engelse gastarbeiders onderling tegen elkaar op braakliggende terreintjes in de stad.’

We belanden hier nu zelfs – uniek – in 1862. Serieus? Fantasie? Net als bij alle voorgangers: geen bronvermelding.

Tegen het eind van ‘De eerste rugbywedstrijd’ staat een korte beschrijving van het begin van het georganiseerde voetbal in Engeland, met de oprichting van de voetbalbond daar in 1863. Daarna volgt: ‘De splitsing van football in voetbal en rugby zou niet eerder plaatsvinden [dan in] 1871, met de oprichting van de Rugby Union. Jaren na de wedstrijd in Enschede.’

Hieruit wordt afgeleid dat wat in 1865 in Enschede zou zijn gespeeld, een soort proto-voetbal was, meer gelijkend op ‘rugby’. Maar de bewering over de splitsing is onjuist: er was wel degelijk sprake van een splitsing in 1863 in twee typen, met als criteria: wel of geen ‘handling’ en wel of geen ‘hacking’; alleen organiseerden de ‘handling en hacking’-spelers zich pas in 1871 in een bond.

Het idee dat er in 1865 in Enschede niet alleen aan rugby zou zijn gedaan, maar zelfs ‘een wedstrijd’ zou zijn gespeeld, moet in het artikel nog wel worden onderbouwd. Hiervoor wordt geen  Nederlandse sporthistorische bron gegeven, maar twee Engelstalige schieten te hulp.

De eerste is H. Gammelsaeter & B. Senaux, The Organisation and Governance of Top Football across Europe: an institutional perspective (New York: Routledge, 2011). Dit boek heeft als focus (volgens de website van de uitgever) ‘to provide an extensive overview of how football is organized and managed on a European level and in individual European countries, and to account for the national, international and transnational management of football over the last decades’.

Vooral recente sport management dus, geen sportgeschiedenis. Hierin, ultrakort: ‘Football was introduced in the Netherlands by English factory workers. The first recorded match took place in 1865 in the city of Enschede.’

De auteurs zijn geen specialisten in Nederlandse sport, laat staan in de vroegste stadia van Nederlandse voetbalgeschiedenis. Ze lijken gezien hun formulering de jaartallen 1865 en 1885 door elkaar te halen. Of met hun ‘match’ slordig te formuleren.

Een vergelijkbare bron is J.W. Koopmans, Historical Dictionary of the Netherlands, 3rd ed. (Lanham MD: Rowman and Littlefield, 2015) met: ‘The first match was played in Enschede in 1865’. (Joop W. Koopmans is universitair docent ‘Geschiedenis van Politiek en Media in Vroegmodern Europa’ aan de Universiteit Groningen).

Daadkrachtige jongelui

Onze conclusie over ‘Enschede 1865’ is deze. We hebben de eerste vermelding ervan gelocaliseerd in Kips (1924), die ‘omstreeks 1865’ toevoegt aan informatie uit 1912 (N.V.B.-brochure) en 1919 (Meerum Terwogt). Alles compleet zonder bronverwijzing of wat voor ander bruikbaars dan ook. Sindsdien: een kleine eeuw napraten en overschrijven, en zeker geen onafhankelijk onderzoek. Van een ‘match’ is slechts sprake in twee niet-specialistische Engelstalige bronnen, die zich simpelweg lijken te vergissen.

Een goede bijdrage aan het onderwerp moet dus nog steeds duidelijk maken waar het jaartal van 1865, en wat er toen in Enschede zou hebben plaatsgevonden, op gebaseerd is.

De benadrukking in Den Uijls stuk dat voetbal door ‘kinderen’ (zelfs het denigrerende: ‘kinderen die iets doen met een bal’) minder zou moeten meetellen in geschiedschrijving dan voetbal door ‘volwassenen’, met name voetbal door de veronderstelde Enschedese ‘fabrieksarbeiders’, gaat volstrekt voorbij aan het karakter van (veld)sportbeoefening in de betreffende periode. Die gebeurde typisch en met groot enthousiasme door leerlingen van (kost)scholen, zowel in de beginperiode in Engeland als wat later die in Nederland.

De leerlingen daarvan organiseerden zich ook jong in clubs, met besturen met voorzitters, secretarissen, penningmeesters en commissarissen, die regelmatig genotuleerd vergaderden. Pim Mulier is bijvoorbeeld 16 jaar als hij in Haarlem in 1881 mede-oprichter is van Rood en Zwart, het – in zijn latere woorden – ‘protoplasme’ van H.F.C. En de latere publicist Frans Netscheris de 19-jarige eerste voorzitter van de Nederlandsche Cricket Bond bij de oprichting in 1883. Aan deze vaak nog piepjonge sportenthousiastelingen hebben we een belangrijk deel van de vroege ‘sportificatie’ van (veld)sport in Nederland te danken.

Tenslotte. Welke rampen er met dergelijke niet-feitelijke en ononderbouwde informatie kunnen gebeuren, blijkt uit het huidige Wikipedia-artikel ‘Voetbal in Nederland’, paragraaf  ‘Geschiedenis’ (14 februari 2019): ‘In 1865 werd de eerste voetbalwedstrijd in Nederland georganiseerd. De wedstrijd werd in Enschede gespeeld tussen een team van Engelse textielarbeiders en een team met leden van de Britse delegatie uit Den Haag.’

Dat zeker niet.

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je dat laten blijken met een kleine financiële bijdrage.

 
Mijn gekozen waardering € -