NieuwVoetbal

Waarom Ajax zelf verantwoordelijk was voor de vernedering van Johan Cruijff in zijn afscheidswedstrijd

Johan Cruijff speelde op 7 november 1978 zijn afscheidswedstrijd tegen Bayern München. Wat een feest had moeten worden, werd een boze droom: 0-8. Hans Janssen maakte in 2006 een terugblik met diverse betrokkenen – de ultieme reconstructie.

Door Hans Janssen / De Ajacied

Het was tijdens een Europees kampioenschap hockey zo’n tien jaar geleden, dat Johan Cruijff, of hij het nu wilde of niet, even herinnerd werd aan de veelbesproken wedstrijd tegen Bayern München. Cruijff was als toeschouwer bij het toernooi, dat in zijn woonplaats Barcelona werd afgewerkt. Het Nederlandse mannenteam won die dag met 8-0 van Italië, een opmerkelijke uitslag bij een opmerkelijke interland, want het was de 250e van de nummer 14 (ook dat nog) van de nationale hockeyploeg, Teun de Nooijer.

De jubileumwedstrijd en het resultaat deden Cruijffs gedachten afdwalen naar het beruchte duel met Bayern, waarover hij zich zelden of nooit in het openbaar heeft uitgelaten. “Dat was niet zo leuk. Als ik ze nog eens tegenkom, maak ik ze af”, klonk het al even quasi serieus als de complimenteuze woorden van Karl-Heinz Rummenigge tijdens een seminar in Amsterdam.

De huidige voorzitter van Bayern München, die in ’78 meespeelde in ‘Johan Cruyff Farewell’, toonde zich zo trots als een pauw dat hij als enige buitenlander was uitgenodigd voor het symposium, dat werd gehouden bij gelegenheid van het – daar heb je het weer – afscheid van Michael van Praag als voorzitter van Ajax. Rummenigge repte van jarenlange, vriendschappelijke banden tussen Ajax en Bayern. Hier en daar werd besmuikt gelachen om het praatje van Rummenigge. Vriendschappelijke banden? Ja, ja, dat zal best.

Smoor

Op 6 en 7 november 1978 was daar in ieder geval niets van te merken. Sepp Maier, toentertijd keeper van Bayern én de ‘Mannschaft’, wilde enkele jaren na de 0-8 wel kwijt dat zijn collega’s en hij er die dinsdagavond flink de smoor in hadden. Op Schiphol was niemand namens Ajax aanwezig om de Beierse delegatie te ontvangen en het hotel dat door de Amsterdamse gastheer was gearrangeerd, was tweederangs. En dat had kennelijk nog meer kwaad bloed gezet bij de Zuid-Duitsers, die net als wij Nederlanders sommige dingen niet gauw vergeten. Zoals de 0-5 nederlaag die Bayern in augustus ’72 op eigen veld leed tegen Ajax en het 4-0 verlies in hetzelfde seizoen in de kwartfinale van het Europacuptoernooi in Amsterdam. Het woord revanchegevoelens wilde verdediger Paul Breitner niet in de mond nemen, maar toch:

‘Tijdens de warming up werd vanaf de tribune al ‘Nazi-Schweine’ geroepen. En de spelers van Ajax negeerden ons volkomen, alsof we een noodzakelijk kwaad waren. Op weg naar de aftrap werden we andermaal door het publiek beschimpt. Toch hebben we met vier man afgesproken dat we Cruijff zouden laten gaan. Maier, Müller, Oblak en ik hebben zich daar ook aan gehouden. Ik geef toe dat we een snelle jongen als Rummenigge niet helemaal in toon hebben kunnen houden. Maar dat lag ook aan Ajax. Moeten we dan niet scoren, als we zo gemakkelijk vrij voor het doel konden komen? Ik vraag mij in oprechtheid af wie eigenlijk de avond voor Cruijff heeft verpest’.

Martin Jol onderschrijft die woorden een kwart eeuw later. Hij was toen reserve bij Bayern en hij mocht na rust zijn opwachting maken. “Wij namen de wedstrijd best serieus en wilden Ajax een poepje laten ruiken, ondanks dat Bayern toen geen topteam was. Net zo min als Ajax in die tijd. Overigens ervoer Bayern het echt als een eer dat het gevraagd was dit afscheid op te komen luisteren.

Mede daarom hadden we onderling ook afgesproken dat we Cruijff zouden laten voetballen. Dat we hem te kort zouden hebben gedekt, klopt helemaal niet. In die tijd paste Bayern geen mandekking toe, het was meer een vorm van ruimtedekking.

Ik weet ook nog dat er vanaf het begin eigenlijk een anti-Duitse stemming heerste op de tribunes. Er werd flink gefloten als we aan de bal waren en de sfeer werd er niet beter op toen we al snel op voorsprong kwamen. De toeschouwers kregen in de gaten dat we gaandeweg toch niet zoveel rekening hielden met de grote naam die Cruijff nog had. Ook Cruijff reageerde af en toe wat geagiteerd”, aldus Jol.

De beladen confrontatie in het Olympisch Stadion greep Jol, bij Bayern niet zeker van een basisplaats, aan om zich in de kijker te spelen. Onder meer het Amerikaanse Washington Diplomats heeft nog een serieuze poging ondernomen hem te kopen.

‘Er schalt maar één naam door het stadion. Niet ‘Cruijf-fie, Cruijf-fie!’, maar ‘Aan-tjes, Aan-tjes’. Dat is de fractievoorzitter van het CDA, Willem Aantjes, van wie een dag tevoren bekend is geworden dat hij fout is geweest in de oorlog’.

De 0-3 voorsprong bij de rust was voor Bayern geen reden om gas terug te nemen. De club zag de kans schoon haar marktwaarde op te vijzelen na twee jaar van zwakke (inter)nationale prestaties. Jol: “We wilden er juist een schepje bovenop doen, van een vriendschappelijke wedstrijd is in feite geen sprake geweest. Soms werd het zelfs wat grimmig op het veld.

Of ik me als Nederlander heb geschaamd voor het spel van mijn ploeggenoten of dat van Ajax? Nee, daar heb ik niet bij stil gestaan. Ik heb gewoon meegedaan en leverde zelfs nog twee assists. Kijk, in het veld ben je gewoon prof, pas na afloop bekroop me een wat narrig gevoel. Zo’n uitslag is toch een anti-climax. Het deed me wel wat dat ik Cruijff als laatste speler in zijn laatste wedstrijd een hand mocht gegeven. Ik voelde me op dat moment niet op mijn gemak. Gelukkig is Cruijff later nog voor onder meer Ajax én Feyenoord gaan voetballen. Volgens mij heeft hij nog wat recht willen zetten in die periode.”

Het idee van de afscheidswedstrijd kwam van de inmiddels overleden Jack van Zanten. Hij was voormalig chef d’equipe van het Nederlands elftal én grondlegger/organisator van de diverse Amsterdam-toernooien. Aanvankelijk zou het feest in De Meer én tegen Barcelona worden gevierd. De Spaanse club was Cruijffs laatste werkgever en in mei van dat jaar had ‘El Salvador’ voor het laatst in het shirt van Barca gespeeld tegen Ajax. Barcelona werd het niet, toch ontstond een zodanige run op de kaartjes dat al snel werd besloten om de wedstrijd in het Olympisch Stadion te laten spelen.

De organisatie berustte bij een commissie met onder anderen Van Zanten, Cruijfs schoonvader Cor Coster en Cees van Nieuwenhuizen, van wie de laatste als verslaggever van Het Parool al jaren goede contacten onderhield met Cruijff. Ook hij erkent dat Bayern, achteraf, geen slimme greep is geweest.

“Maar ik weet zeker dat er ook met enkele Engelse clubs is gesproken. Van Zanten heeft dat deel van de voorbereidingen voor zijn rekening genomen. Uiteindelijk is de keus op Bayern gevallen, mede omdat het drie jaar achtereen de Europacup had gewonnen en dus een tegenstander van formaat was. Maar die hadden denk ik de pest aan Cruijff en dachten aju paraplu, we hebben geen boodschap aan het Nederlands voetbal. Er was niemand die van tevoren bang was dat het géén leuke avond zou worden. Ik denk overigens dat alle betrokkenen deze wedstrijd gauw zijn vergeten. Cruijff heeft dit niet verdiend. Gelukkig leverde het duel, na aftrek van de kosten, nog zo’n vier ton op voor een goed doel…”, aldus Van Nieuwenhuizen.

De wedstrijd werd rechtstreeks uitgezonden op tv, door de TROS. Dat gebeurde in de zendtijd van de VARA, want de dinsdagavond was in die tijd de vaste VARA-televisieavond. De twee omroepen lagen lang met elkaar overhoop over die uitzending, uiteindelijk kreeg de TROS dus zijn zin.

Het programma werd in enkele landen integraal overgenomen, elders was dezelfde avond of een dag later op tv een samenvatting te zien. Naar schatting honderd miljoen mensen hebben de wedstrijd uiteindelijk op tv bekeken. De ongeveer vijftigduizend toeschouwers in het stadion, met op hun schoot of in hun hand het speciale programmaboekje ‘Johan, ‘t is mooi geweest’, én nog meer voetballiefhebbers thuis gingen er rond acht uur ‘s avonds voor zitten.

De aftrap liet even op zich wachten, omdat de toenmalige KNVB-voorzitter Wim Meuleman aan Cruijff het bondsridderschap wilde uitreiken. Namens Ajax kreeg de man die al heel vroeg een legende werd uit handen van voorzitter Ton Harmsen een gouden horloge met inscriptie en een kleurentelevisie. Vooral dat laatste cadeau leidde tot hilarische reacties op de tribune, maar de toeschouwers wisten niet dat dit Cruijffs wens was, dat Ajax de tv had gekocht in overleg met zijn vrouw Danny.

Alle Ajax-trainers met wie hij ooit heeft gewerkt zijn aanwezig: Jany van der Veen, Vic Buckingham, Keith Spurgeon, Rinus Michels en Stefan Kovacs. Alsmede de coaches van het Nederlands elftal: George Kessler, Frantisek Fadhronc, George Knobel en Jan Zwartkruis.

Als enige heeft Rinus Michels bij Ajax, Barcelona én Oranje (het WK ’74) te maken gehad met de voormalige nummer 14. Maar de afscheidswedstrijd in het Olympisch Stadion zat hem niet bepaald vers meer in zijn geheugen. “Mijnheer, ik heb eigenlijk niks met die wedstrijd. Toen die gespeeld werd, zat ik in het buitenland. Ik was toen net trainer van Los Angeles Aztecs en ik vraag me zelfs af of ik die avond wel in Amsterdam was. Nogmaals, ik had er geen enkele affiniteit mee. En ook nadien heb ik er met niemand over gesproken.”

Viggo Waas was toen zestien jaar en jeugdspeler van Ajax. En nog vol goede hoop op een carrière in Ajax-één. Hij was er bij die avond, want de geboren Amsterdammer was één van de ballenjongens. En dat nog wel bij het laatste optreden van zijn idool, zijn voorbeeld.

“Het was een speciale avond voor me, dat kun je wel begrijpen. Dat ík daar bij kon zijn, vond ik geweldig. Alleen liep het wat anders dan waarop iedereen rekende. Ik weet nog heel goed dat ik drie of vier keer de bal uit het net heb moeten halen, na weer een Duits doelpunt. Dat kon je op tv ook goed zien dat ik dat deed. Het was echt verschrikkelijk.

En ook ik was aan de ene kant erg kwaad op die Duitsers, dat ze zo weinig respect hadden, maar aan de andere kant kon ik het evenmin begrijpen dat de spelers van Ajax het allemaal toelieten. Het had volgens mij allemaal te maken met de instelling, waarmee de twee ploegen aan de wedstrijd waren begonnen. Gelukkig weet ik er niet veel meer van, het is allemaal heel snel uit mijn systeem verdwenen”.

Waas zou graag eens namens Cruijff revanche willen nemen. “Als ik een keer afscheid mag nemen, dan hoop ik dat tégen Cruijff te mogen doen of tegen de Drie van Milaan (Rijkaard, Van Basten en Gullit, red.). Maar misschien is het beter om hiervoor juist een paar spelers van Bayern München, die er in 1978 bij waren, uit te nodigen. En dan denk ik aan Breitner, Hoeness en die eh, ja Schwarzenegger (hij bedoelt Schwarzenbeck, red.). Voor die ene keer zou ik eigenlijk dan ook wel die Hölzenbein bij de tegenstander willen laten spelen. Dan kunnen we nog iets anders recht zetten…”

Nog zo’n Cruijff-adept en Ajacied “tot op het bot” was en is Stefan Stasse. Hij is presentator/samensteller van onder meer de KRO-radioprogramma’s Theater van het Sentiment en Goudmijn. De epiloog van Cruijffs successtory had een apotheose moeten worden; keihard was de klap van de nederlaag en vooral de wijze waarop die tot stand kwam.

Stasse over die ‘kroondag’: “Ik was achttien. Onvoorwaardelijk voor Ajax en voor de rest vrijwel overal tegen. En Johan, ik geloof dat ik hem wel eens Jopie noemde, die betekende alles voor mij. En ik droomde dat het andersom ook zo was. Alleen wist hij dat niet, omdat hij mij niet kende.

De mooiste droom was – en dat droom ik soms nog wel – dat hij mij bij toeval ontmoet en dat we vrienden worden. Dat ik een soort broer voor hem word en dat-ie er al snel achter komt dat ik geweldig kan voetballen. Ach, deze droom kent veel varianten. Onlangs heb ik een week bij hem gelogeerd in Barcelona…

Terug naar die wedstrijd tegen Bayern, dat was dus een nachtmerrie. Je held wordt vernederd. Wat had ik een hekel aan die Duitsers, maar vooral aan die keeper, ik wil zijn naam niet eens noemen. Dat-ie op een bepaald moment tegen een doelpaal ging zitten. Een akelig mannetje.

Wat was ik ook boos op de spelers van Ajax. Niets deden ze, helemaal niets! Het was een complot, een complot van die wereld waar ik zo tegen was. Eeuwige schaamte voor hen die zo respectloos afscheid namen van één van de machtigste voetballers aller tijden.

Toen was ik achttien en nu, vijfentwintig jaar later, heb ik vooral medelijden met die jochies die even dachten dat ze van Johan gewonnen hadden. Maar ze weten inmiddels dat dat slechts een droom was, want ook al verliest Johan Cruijff, dan nog heeft-ie gewonnen. Of ook al wint Johan niet, verliezen doet-ie nooit…”.

Afscheidswedstrijd Johan Cruyff , Ajax tegen Bayern Munchen 0-8; Sepp Maier met …
Schuld

Allemaal leuk en aardig, maar de 0-8 blijft in de boeken staan als de grootste nederlaag die Ajax ooit heeft geleden. Het was vooral een hellevaart voor Piet Schrijvers, die die avond onder de lat stond. “Ik zie het meer als één van de dieptepunten in de loopbaan van Cruijff. Zelf ben ik er die avond al vrij snel uitgestapt (in de 70e minuut voor Peter Jager, red.). Waarom? Nou, we hadden afgesproken dat iedereen die avond zou worden ingezet, ongeacht de uitslag. Och en voor Peter was het een prima gelegenheid om wat ervaring op te doen.

Ik kan er verder niet zo mee zitten. Het was Ajax’ eigen schuld dat het zo is gelopen. Dat je voor zo’n wedstrijd geen Engelse, maar een Duitse club uitnodigt, is gewoon de goden verzoeken. Engelse ploegen weten hoe je met dit soort wedstrijden moet omgaan, die maken er een show van. En dan kun je nog best verliezen, maar het wordt nooit nul-acht of zoiets, eerder zes-vier.”

Schrijvers verdedigde in een kleine vierhonderd officiële duels het doel van Ajax; hem is nooit een afscheidswedstrijd aangeboden. “Dat klopt, alleen de supporters hebben afscheid van me genomen. Dat was tijdens mijn laatste competitieduel voor Ajax (in De Meer tegen Fortuna Sittard in mei ’83, red)”.

Sjaak Swart nam in augustus ’73 met een wedstrijd tussen Ajax en het Engelse Tottenham Hotspur afscheid van het topvoetbal. Dankzij de coöperatieve houding van de ‘Spurs’ en magistraal spel van Cruijff werd het een onvergetelijke avond, in positieve zin wel te verstaan.

Pikant detail: het duel in het Olympisch Stadion in Amsterdam werd gespeeld twee weken voordat Cruijff zijn tot dan toe allerlaatste competitieduel voor Ajax zou afwerken. Swart: “Voor een afscheids- of benefietwedstrijd heb je twee ploegen nodig, die er iets van willen maken. Het gaat bij zo’n ontmoeting niet om de punten. Ik heb wat dat betreft geluk gehad. Bij het duel met Bayern zat ik me continu kwaad te maken op de tribune. Volgens mij begon Cruijff heel sterk, maar die Duitsers speelden gewoon achterlijk hard en wilden puur wraak nemen vanwege de nederlagen die ze in het verleden tegen ons hadden geleden. Schandalig gewoon, al moet ik er aan toevoegen dat Ajax zich wel makkelijk liet afslachten.”

Kees Zwamborn vormde op die in menig opzicht kille avond samen met Ruud Krol het verdedigingscentrum van Ajax. Ook hij had op een galavoorstelling gerekend. “Ik was behoorlijk ontgoocheld, want we hadden graag wat terug willen doen voor Johan, die geregeld met ons meetrainde en een enorm grote voetballer was in zijn tijd. Wij lieten ons echter meevoeren door alle festiviteiten rondom het duel, zoals de voorwedstrijd, de toespraken en de cadeau’s die Johan vóór het begin kreeg.

Bayern daarentegen, was van top tot teen geconcentreerd en vooral Augenthaler liet zich gelden. Ajax hinkte te lang op twee gedachten: moet het een happening worden of moeten we meegaan in de strijd? Dat had duidelijk zijn weerslag op ons spel. Ik heb er geen nachtmerries aan overgehouden, maar ik schaamde me behoorlijk. Zeker toen we na afloop aan mochten schuiven voor een groot buffet. We hebben gewoon voor lul gestaan, hoe je het ook wendt of keert. Ik zie het als een smetje op mijn periode bij Ajax, dat helaas niet weg te poetsen valt”, aldus Zwamborn.

Politiek Nederland wilde natuurlijk ook getuige zijn van ‘de laatste van Cruijff’, want waar schijnwerpers staan, daar willen politici zich in de regel ook graag lieten zien. Vice-premier Wiegel en minister van cultuur, recreatie en maatschappelijk werk, Gardeniers, geven namens de regering acte de présence.

Toch mag je van Ed van Thijn, indertijd Tweede-Kamerlid voor de PvdA, niet zeggen dat hij uit publiciteitsoverwegingen de wedstrijd bezocht. De ras-Amsterdammer is al sinds jaar en dag supporter van Ajax en voelde zich gewoon verplicht om er die avond bij te zijn. Ook hij kreeg er bijna spijt van. “Ik herinner me weinig of niets van de wedstrijd. Behalve mijn gevoelens van reddeloosheid en schaamte. Nog nooit eerder, en ik bezocht al tientallen jaren elke thuiswedstrijd van Ajax, had ik zo een erbarmerlijke vertoning gezien. Een grotere belediging had men de grootste voetballer aller tijden niet mogen aandoen. De uitslag was er ook naar.

Dat kon je Bayern München niet kwalijk nemen. Voetbal is oorlog en dan doe je geen concessies. Maar de Ajacieden moeten zich diep schamen. Omdat het zo gênant was, ben ik alles vergeten: wie er meededen. Wie er scoorden, de juiste uitslag, wie er balverlies leed. Wel weet ik dat Johan al vroeg in de tweede helft onder groot applaus het veld verliet. Onbegrijpelijk, achteraf, dat ik zelfs toen nog ben blijven zitten”.

Cruijff hield het overigens iets langer vol dan Van Thijn zich kon herinneren. In de 85e minuut (pas) vond hij het welletjes om plaats te maken voor Ray Clarke. Nico Scheepmaker kon stoppen met zijn traditionele turfwerk. De schrijver, die in 1990 veel te vroeg zou overlijden, had als geen ander oog voor details, zoals de (inmiddels oudere) lezers van zijn columns in onder meer Het Parool en Vrij Nederland kunnen beamen.

‘Johan Cruijff was in de eerste helft 38 keer aan de bal, daarvan deed hij er 29 keer iets goeds mee. In de tweede helft van 40 minuten was hij 36 maal aan de bal, 22 keer deed hij er iets goeds mee. In totaal dus 74 keer aan de bal, men kan dus moeilijk staande houden dat Bayern München hem het spelen onmogelijk heeft gemaakt. De eerste keer dat ik Johan turfde was in 1970 bij Ajax – FC Utrecht. (…)de derde keer was in de Europacupfinale Ajax – Inter Milan in 1972. Toen was hij slechts 36 maal aan de bal, maar hij maakte wel de beide Ajax-doelpunten. Een oude volkswijsheid wil dan ook, dat je beter maar 36 keer aan de bal kan zijn en met 2-0 winnen, dan 74 keer aan de bal en met 8-0 verliezen!’

Afscheidswedstrijd Johan Cruyff , Ajax tegen Bayern Munchen 0-8; Cruyff wordt om…
Nuchter

Cruijff verliet het veld zeven minuten nadat Rummenigge de eindstand op 0-8 had bepaald. Voor het totaal onthutste publiek, ongeveer de helft had het toen al voor gezien gehouden, was die achtste treffer reden om ‘tien, tien’ te roepen. Die ultieme vernedering (voor zover 0-10 nog erger is dan 0-8) bleven Cruijff en Ajax bespaard.

De toeschouwers wuifden hun idool ondanks alles, wat kon hij er nu aan doen, enthousiast uit. Cruijff kreeg een krans, alsof hij de Elfstedentocht had gewonnen, ging op de schouders en verliet het veld. Om nuchter als altijd en met een sigaret in zijn mond zijn vaste stekje op te zoeken in de kleedkamer. Nuchter was ook Cruijffs commentaar toen de spelers na het laatste fluitsignaal één voor één afdropen en even later op weg gingen naar het banket, dat klaar stond. Of hield hij zich op dat moment groot?

‘Jammer voor het publiek. Ik had het ze gegund, dat de doelpunten beter verdeeld zouden zijn geworden. Het is de grootste nederlaag uit mijn carrière, dat klopt. Alleen heb ik één keer met 9-4 van Feyenoord verloren en toen heb ik ook niet gescoord. Over een maand vertrek ik naar Spanje waar ik dan zeker zes maanden zal blijven wonen. Ik heb er geen spijt van dat ik dit duel heb gespeeld. De publiciteit die mij gegeven is de afgelopen weken, heeft me veel meer plezier gedaan dan deze wedstrijd. Ik zal er nog enkele dagen over nadenken en dan vergeet ik het wel weer. Het is nu definitief afgelopen’.

We weten intussen wel beter, Cruijff is nooit weggeweest uit de voetballerij. Ruud Verdonck, toen en nu een kritisch scribent bij dagblad Trouw, stelde aan de vooravond van de show in november ’78 die geen show werd al hardop de vraag of het duel met Bayern München echt wel het definitieve einde zou betekenen van de loopbaan van Cruijff.

‘Johan Cruijff treedt vandaag voor de laatste keer in wedstrijdverband in Nederland op. Daar ziet het althans naar uit. De wedstrijd tussen het aangepast Ajax en Bayern München wordt officieel gezien als het einde van de voetbalcarrière van Cruijff. Hooguit volgen er nog een paar benefietwedstrijden. Denkt Cruijff. Nu’.

Precies een half jaar hield de ook na zijn ‘afscheid’ onnavolgbare Cruijff het leven zonder voetbal uit. In mei ’79 maakte hij zijn rentree op de voetbalvelden, in de Amerikaanse profcompetitie bij Los Angeles Aztecs, waar hij werd herenigd met Michels.

Wat zijn drijfveren waren om toch weer de voetbalschoenen aan te trekkken? Op de eerste plaats had hij een groot deel van zijn vermogen verloren aan zijn malafide compagnon Michel Georges Basilevitch en waren er problemen met de Spaanse fiscus. Wat minstens zo belangrijk was: Cruijff kon het spelletje eenvoudigweg niet missen. En hij wilde zich natuurlijk revancheren. Na de Aztecs zou hij zou zijn loopbaan voortzetten bij de Washington Diplomats (VS), Levante (Spa) en weer de ‘Dips’ voordat hij in december 1981 in de thuiswedstrijd tegen Haarlem met onder meer een fenomenale boogbal zijn comeback maakte als speler van Ajax.

Pas nadat hij als speler van Feyenoord (!) landskampioen was geworden, ondanks een 8-2 nederlaag tegen … Ajax, zette Cruijff voor altijd een punt achter zijn actieve loopbaan. Dat was in 1984, zeven jaar na die 0-8.

De cursief afgedrukte citaten zijn overgenomen van ‘El Cruijff’ (Bert Hiddema), ‘Ajax en de kunst van het voetballen’ (Nico Scheepmaker), De Gelderlander, Trouw en Algemeen Dagblad. Dank aan al de personen die aan dit artikel hebben meegewerkt en die hierboven aan het woord komen.

Afscheidswedstrijd Johan Cruijff: Ajax-Bayern München (uitslag 0-8). Johan Cruij…

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je je waardering laten blijken met een kleine financiële bijdrage.

 
Mijn gekozen waardering € -