Home > Balsporten > Voetbal > Woordenboek uit 19e eeuw: aanhangers van Ajax heten Ajantiden
Voetbal

Woordenboek uit 19e eeuw: aanhangers van Ajax heten Ajantiden

De naam van voetbalclub Ajax verwijst naar de Griekse mythologie. Het wemelt helaas van de begripsverwarringen. In samenwerking met Trouw.

Eén ding is duidelijk: via de clubnaam wordt een verwantschap uitgedragen met Ajax de Salaminiër, zoon van Telamon, held in de Trojaanse Oorlog – ook Ajax de Grote genoemd. Nadat hij de erestrijd over de dapperste der Grieken verloor van Odysseus stortte hij zich op zijn eigen zwaard.

Het betreft dus niet Ajax de Locriër, zoon van Oileus, in Troje bekend als Ajax de Kleine. Hij was de man die zich vergreep aan de zieneres Cassandra, waarna de zeegod Poseidon hem naar de zeebodem trok.

De mythologische Ajax was een held en daarom klopt het niet als de spelers godenzonen worden genoemd. De geestelijk vader van die bijnaam is David Endt, die op 25 november 1993 het boek De Godenzonen van Ajax presenteerde.

Leden en spelers van Ajax worden ook Ajacieden genoemd, maar vanaf hier wordt het echt ingewikkeld. In 1836 verscheen namelijk Het Algemeen noodwendig woordenboek der zamenleving van Pieter Gerardus Witsen, waarin werd vastgelegd dat een Ajacied een afstammeling is van Aiakos, zoon van Zeus. Afstammelingen van Ajax de Salaminiër daarentegen worden Ajantiden genoemd.

Ofwel: Ajacied Aiakos was een godenzoon, maar naar hem is geen voetbalclub vernoemd. En de afstammelingen van de held naar wie Ajax is vernoemd zijn Ajantiden.

De club zelf is op de hoogte van dit probleem, de erfgoedcommissie althans. Desgevraagd merkt die op dat het clubblad in 1921 een existentiële vraag stelde: zijn wij Ajacieden of Ajantiden? De redactie worstelde zich eruit: ‘Ze laat het woord “Ajax” liever onverbogen en spreekt eenvoudig van Ajax-leden.’ Opmerkelijk, want nota bene in het allereerste nummer van het clubblad van 3 december 1916 stond op de voorpagina: ‘Is er niet iets van trots in het hart van den rechtgeaarden Ajacied bij de gedachte een lijfblad te hebben!’

Een Ajax-lid maakte het in 1921 nóg moeilijker toen hij zich voorstelde dat Ajax de Salaminiër uit de dood herrees en naar Amsterdam zou komen. ‘Hem zou het Rood en Wit behagen. De naam der Club aan hem gewijd.’ Waarmee deze Ajantid en heldenzoon ter plekke zou veranderen in een Ajacied en godenzoon. Kan dit ophouden?

Toch is het allemaal niet zo moeilijk. Ajantiden zijn de afstammelingen van een dode Griekse held en Ajacieden zijn de aanhangers van een levende club. Zolang Ajax geen afstammeling van Ajax de Salaminiër het veld instuurt, is er niets aan de hand.

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Jurryt van de Vooren is sporthistoricus. Auteur van 'Amsterdam 1928' en de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Bezig met boekenserie over Amsterdam en sport. Nog steeds de enige Amsterdammer die is afgestudeerd op Feyenoord.