Home > Olympische Spelen > Victorie voor de Nederlandse volleybalvrouwen
Olympische SpelenVolleybalZomerspelen

Victorie voor de Nederlandse volleybalvrouwen

Op 26 september begint het EK volleybal voor vrouwen, dat in Nederland en België wordt gehouden. Precies twee decennia terug was Nederland ook al eens gastheer van het vrouwen-EK. Oranje won toen goud. Nadien pakte Nederland nog één keer een prijs: de World Grand Prix 2007.

Door Dirk Maas

Volleybal wordt beschouwd als één van de meest competitieve sporten ter wereld. Een blik op de lijst met winnaars van olympisch en WK-goud leert dat deze bewering met feiten kan worden gestaafd. Alleen Afrika en Oceanië hebben nog nooit een olympisch of wereldkampioen voortgebracht. Van de continenten die kunnen pronken met een mondiale titel is de concurrentie binnen Europa het hevigst. Zowel bij de mannen als de vrouwen kenden de laatste drie edities van het EK steeds verschillende winnaars.

Erelijst Nederlandse mannen

Met betrekking tot prijzen en ereplaatsen staat de Nederlandse vrouwenploeg al lange tijd in de schaduw van haar mannelijke evenknie. De lange mannen veroverden eind juni 1996 hun eerste aansprekende titel door de World League te winnen. Een dikke maand later volgde het ultieme hoogtepunt met het goud op de Spelen in Atlanta. De koek was daarmee nog niet op want in september 1997 werd in Eindhoven de Europese titel bemachtigd.

Behalve die drie prijzen waren de heren in de jaren negentig ook nog goed voor een vice-wereldtitel, olympisch zilver en twee maal een tweede plaats op het EK. Daarnaast noteerden ze in datzelfde decennium regelmatig een tweede of derde plek tijdens prestigieuze toernooien als de World League, World Cup en World Grand Champions Cup.

Opmars van de vrouwen

Nochtans waren het de vrouwen die de primeur hadden om Nederland eremetaal te bezorgen op een groot toernooi. In 1985 moesten de dames tijdens het EK, voor het eerst in Nederland georganiseerd, alleen de Sovjetunie en de DDR voor zich dulden. Zes jaar later haalde Nederland na een knappe zege op gastland Italië de finale. Daarin bleek de Sovjetunie superieur. Het zilver leverde een mooie bonus op: deelname aan de Olympische Spelen in Barcelona.

Het OS-debuut doorstond Nederland goed. Te midden van het Aziatische en (Noord- en Zuid) Amerikaanse volleybalgeweld eindigde Nederland als zesde, tot dan toe de beste prestatie op het wereldtoneel.

Aan de basis van de opmars der volleybalvrouwen staat Peter Murphy, geboren in Canada maar al op jonge leeftijd verhuisd naar Nederland. Na een carrière als speler wordt hij trainer. Met Orion Doetinchem en Brother Martinus Amstelveen boekt hij het nodige succes: twee nationale bekers en een landstitel. Bij zijn aantreden in 1982 bivakkeert het damesteam in de middenmoot van het mondiale volleybal. Zijn trainingsmethoden, het combineren van het technische en tactische aspect met het kweken van groepsdynamiek, resulteren erin dat Nederland de sprong maakt naar de wereldtop.

De Europese titel

Na Barcelona 1992 volgt een terugval. Een tegenvallend EK in 1993, een zevende plaats, leidt tot het vertrek van Murphy. Hij maakt plaats voor zijn assistent Bert Goedkoop, een zeer ervaren ex-international en één van de boegbeelden van het roemruchte Brother Martinus uit de jaren tachtig.

Tijdens het WK in 1994 toont Nederland enig teken van herstel. Een top acht-plaats zit er net niet in, maar Nederland is, op Rusland en Duitsland na, het best presterende Europese land.

Dat gegeven schept de nodige verwachtingen als op 23 september 1995 in Arnhem en Groningen de strijd om de Europese titel losbarst. Het team bestaat onder meer uit gelouterde speelsters als Cintha Boersma, Erna Brinkman en Henriëtte Weersing en jeugdig talent als Ingrid Visser en Elles Leferink.

Twaalf landen, verdeeld over twee groepen, maken uit wie zich kampioen mag kronen. Nederland, dat Rusland en Duitsland ontloopt, kent een nagenoeg vlekkeloze poulefase. Enige smet is de nederlaag tegen Kroatië, een ploeg waartegen het enkele weken eerder een paar oefenduels verloor. Door het verlies tegen Kroatië moet Nederland in de halve finale aantreden tegen Rusland, dat in de voorgaande achttien EK’s altijd minimaal de finale haalde. Aan die reeks maakt Nederland een eind met een klinkende 3-1 zege. Een dag na de overwinning tegen Rusland wacht opnieuw Kroatië. Nederland heeft geleerd van de eerdere duels en verplettert de Kroatische vrouwen met 3-0. De eerste hoofdprijs is een feit.

Tijdens de Spelen van Atlanta in 1996 trekken de vrouwen de stijgende lijn door. Weliswaar neemt Rusland in de kwartfinale revanche voor het verlies van een jaar eerder, maar in de strijd om de plaatsen in de subtop behaalt Nederland het best denkbare resultaat: een vijfde plaats. Dat is een verbetering ten opzichte van vier jaar geleden. Daarna stokt het succes. De generatie uit het Murphy- en Goedkoop-tijdperk zwaait af en dat vertrek kan lange tijd niet worden opgevangen.

Bouwen aan een nieuw team

Het smeden van een nieuw team dat kan wedijveren met de top vergt enige jaren. Van het winnende team uit 1995 zijn alleen nog Riëtte Fledderus, Elles Leferink en Ingrid Visser over als Nederland in 2003 tijdens het EK sterk van start gaat. Italië, wereldkampioen geworden in 2002, krijgt alle hoeken van het volleybalveld te zien en verliest met 3-0. De drie daaropvolgende zeges hebben een eerste plaats in de poule tot gevolg. De apotheose draait uit op een teleurstelling. EK-organisator Turkije laat in de halve finale Nederland kansloos. Ook in de strijd om het brons moet Nederland het afleggen.

Hoewel de nieuwe lichting, onder meer bestaand uit de twintigers Manon Flier, Chaïne Staelens, Kim Staelens en de routiniers Francien Huurman, Fledderus en Visser, met de jaren meer ervaring opdoet in het spelen van internationale topwedstrijden, laten aansprekende resultaten nog op zich wachten. Winnen van volleybalgrootmachten gebeurt incidenteel. Een reeks winstpartijen tegen de wereldtop in korte tijd neerzetten lukt vooralsnog niet.

Mondiale hoofdprijs

Daar komt half augustus 2007 verandering in als in drie dagen tijd zeges worden geboekt op erkende toplanden als Cuba, China en de Verenigde Staten. Dankzij deze fraaie zegereeks verzekeren de speelsters zich van een finaleplaats bij de World Grand Prix, die van 22 tot 26 augustus plaatsvindt. Dit toernooi wordt ieder jaar gehouden in Oost-Azië en kan worden gekenmerkt als een mini-WK aangezien doorgaans het eliteveld zich kwalificeert voor dit evenement.

De World Grand Prix is geen onbekend terrein voor Oranje: in het verleden kwalificeerde Nederland zich al vaker voor de eindronde met zes teams. Het beste resultaat tot 2007 is een vierde plaats in 2003.

Vier van de vijf opponenten die het keurkorps van Avital Selinger ontmoet, dragen het predikaat ‘regerend kampioen’. China werd in 2004 Olympisch kampioen, Polen sleepte in 2005 de Europese titel in de wacht, Brazilië won de World Grand Prix 2006, Rusland veroverde in 2006 de wereldtitel. Italië is de enige dissonant in dat rijtje, maar die ploeg wint in september 2007 EK-goud en een maand later de prestigieuze World Cup.

De blakende vorm die Nederland half augustus al toonde heeft het zelfvertrouwen veel goed gedaan. In het openingsduel tegen China laat Nederland, na een 2-0 voorsprong in sets, het gastland tot 2-2 terugkomen, maar in de vijfde set trekt Nederland gedecideerd aan het langste eind. Italië levert minder problemen op, tegen ‘La Squadra Azzurra’ incasseert het team slechts het verlies van één set.

De wedstrijd tegen Brazilië vertoont overeenkomsten met het duel tegen China: de beslissende set wordt met gemak (15-8) gewonnen. Als Polen in ‘straight sets’ wordt verslagen, vormt alleen China nog een bedreiging voor plek één. Een zege op Rusland volstaat voor een Nederlandse eindzege.

Ook tegen de Russinnen gaat Nederland met hetzelfde elan door: een 15-8 winst in de beslissende set. Geen enkele grote mogendheid heeft vat kunnen krijgen op het oranje zestal waardoor de damesequipe voor het eerst een mondiale hoofdprijs op het palmares mag laten noteren. Wat de mannen in de jaren negentig lukte, daarin slagen de vrouwen een decennium later.

Terugkeer naar de top

Het cliché ‘aan de top blijven is lastiger dan de top bereiken’ is zeker op een sport als volleybal van toepassing. Het prachtige resultaat van acht jaar geleden heeft voor de Nederlandse volleybalvrouwen, op het EK-zilver in 2009 na, geen passend vervolg gekregen. Afgelopen augustus is door promotie naar groep 1 van de World Grand Prix de eerste stap gezet om wederom aan te haken bij de elite.

Het EK voor thuispubliek is een mooie graadmeter voor de ploeg van succescoach Giovanni Guidetti. Gelet op het aantal kandidaten voor de Europese titel zou een podiumplek voor het damesteam al een hele prestatie zijn. De historie wat betreft EK’s in eigen land biedt de vrouwen houvast.