Wielrennen

14 juli 1936: de eerste Nederlandse etappezege in de Tour

Op 14 juli 1936 won Theofiel Middelkamp als eerste Nederlander een etappe in de Tour de France. Grote kans dat hij die dag vijf flessen wijn had leeggedronken, want dat was routine.

In 1936 deden voor de eerste keer Nederlandse rijders mee aan de Ronde van Frankrijk na een initiatief van wielerjournalist Joris van den Bergh. Ook Middelkamp werd gevraagd om deel uit te maken van de Nederlandse ploeg, maar die zag het aanvankelijk niet zitten. Op enkele wedstrijden in België na was hij nog nooit in het buitenland geweest. En hoe een berg eruit zag, wist hij al helemaal niet. Toch ging hij naar Frankrijk, samen met Albert en Antoon van Schendel en Albert Gijzen. “We zullen het maar eens probeeren.”

Groote voldoening

Nota bene in één van de zwaarste etappes toonde Middelkamp zijn natuurtalent. En dat op 14 juli: de nationale feestdag in Frankrijk. ‘De zevende etappe van de Ronde van Frankrijk, leidende van Aix-les Bains naar Grenoble, een afstand van 230 K.M., is gewonnen door onzen landgenoot Middelkamp,’ schreef het Leidsch Dagblad. De krant kwam daarna met het understatement van het jaar: ‘Deze overwinning heeft vanzelfsprekend groote voldoening gewekt in het Nederlandsche kamp.’

Dat pakte Het Vaderland heel anders aan, want vanaf de voorpagina schreeuwde het dagblad: ‘Een gedenkwaardiger rit als deze zevende etappe is niet denkbaar. In de allereerste plaats, omdat een landgenoot, Middelkamp, in prachtigen stijl gewonnen heeft, waarmede hij het meest vereerende wapenfeit in de geschiedenis van het Nederlandsche wegrennen op zijn naam heeft gebracht.’

Voor iemand die nog nooit een berg gezien had, was het tenslotte fabuleus dat hij een etappe won met beklimmingen tot boven de 2.000 meter. In Grenoble maakte hij het af met een sprint: ‘Middelkamp, na 230 km van een uiterst inspannend parcours nog bewonderenswaardig frisch, reed dezen sprint zoo intelligent, dat hij den drager van het geele shirt met een wielbreedte overtuigend sloeg.’

Een mysterie

Dat een Zeeuw heerste in het hooggebergte zette De Limburger Koerier aan het denken: ‘Die prestatie van Middelkamp heeft iets zeer kostbaars bewezen en wel dat klimcapaciteiten niet aangeleerd worden, maar aangeboren zijn. Men is nu eenmaal klimmer, of men is het niet en Middelkamp is het wel. Waar dat in zit? Mysterie van het menschelijk vermogen!’

Dat is goed nieuws voor alle Nederlandse renners, luidde de opwekkende conclusie: ‘Het bewijst wel, dat het klimmen aangeboren moet zijn en wanneer het Middelkamp aangeboren is, waarom zou het dan andere Hollandsche renners ook niet aangeboren zijn? Waarom zou Middelkamp een groote uitzondering zijn en waarom zouden er in ons land niet meer van die knapen zitten, die vóór zij een berg in het buitenland zagen toch ook niet wisten wat het was en nu tot de groote, tot de elite-klimmers behooren.’ Kortom: door deze zege steeg het nationale wielrenvertrouwen zienderogen.

Ik had er het nu eens echt op gezet om die Franschen te laten zien dat wij, Hollanders, het ook wel konden.

Geen bijloopertjes

Een winnaar trekt alle aandacht – ook in 1936. Het publiek wilde graag het geheim van Middelkamp weten. Dat bleek onder meer te schuilen in zijn zelfvertrouwen:

“Ik had er het nu eens echt op gezet om die Franschen te laten zien dat wij, Hollanders, het ook wel konden. We werden voortdurend als zoo iets van bijloopertjes beschouwd, die voor spek en boonen mochten meedoen. Toen ik nu zag dat de klimmerij zeker niet erger voor ons was dan voor de anderen, voelde ik, dat er dien dag wel wat te doen zou zijn. Toen ik dan ook aan het eind van het traject een sprint kon inzetten, wist ik, dat de zaak gewonnen was. Ik wil natuurlijk niet zeggen, dat het heelemaal berekend is geweest. Een beetje geluk is er zeer zeker eveneens bij gekomen, maar dat hebben we allemaal noodig.”

Zeg ze maar in Nederland, dat we zoo gauw niet sneuvelen.

Het succes van Middelkamp wordt nog indrukwekkender als we weten wat hij tijdens de Tour van 1936 verstouwde – als we tenminste de aanwezige journalist op zijn woord moeten geloven: ‘Theofiel slaagde er in elken dag vijf flesschen wijn, benevens vijf flesschen water, naar binnen te krijgen.’ Als hij dat drie weken heeft volgehouden, had hij dus honderd flessen wijn gedronken voordat hij weer in Parijs was!

Het moraal van Middelkamp had er in ieder geval niet onder te lijden. “Zeg ze maar in Nederland, dat we zoo gauw niet sneuvelen.” Inderdaad haalde hij Parijs, samen met de gebroeders Van Schendel. En zo speelt Nederland sinds 1936 dus zijn rol in de Tour de France.

In 2005 is Middelkamp overleden, 91 jaar oud. In het Belgische Kieldrecht zit nog het café met zijn naam. Wanneer je daar eens bent, moet je een wijntje bestellen. Of beter: meteen vijf flessen. En proost dan op Fiel. De andere kroegtijgers zullen het waarderen.

 

Advertentie

Koop bij bol.com

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Jurryt van de Vooren is sporthistoricus. Auteur van 'Amsterdam 1928' en de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Bezig met boekenserie over Amsterdam en sport. Nog steeds de enige Amsterdammer die is afgestudeerd op Feyenoord.