NieuwWielrennen

De thuisbaan van wielrenner Arie van Vliet lag in Gouda

Arie van Vliet is één van de beste baanrenners, die Nederland heeft gehad. Zijn thuisbasis was de wielerbaan van Gouda, maar die bestond slechts vijf jaar.

Op 18 maart 1916 werd Arie van Vliet geboren in Woerden. Twintig jaar later werd hij als baanrenner olympisch kampioen in Berlijn en werd zo feestelijk ontvangen in zijn stad. De beelden hebben we nog.

In een ander land was Van Vliet wellicht een vreselijk goede wielrenner op de weg geworden, maar in Nederland waren hiervoor zo’n honderd jaar geleden geen mogelijkheden. Er bestond namelijk een officieel verbod op deze sport, vastgelegd in de Motor- en Rijwielwet van 1905. Hierin was officieel vastgelegd dat er geen wielerwedstrijden op de openbare weg mochten worden gehouden, ‘tenzij er verlof is gegeven’.

Slechts bij hoge uitzondering kwam er toestemming voor een wegwedstrijd, waardoor er tientallen jaren lang bijna niets te beleven was in ons land. Het WK wielrennen van 1925 in Apeldoorn en de Olympische Spelen van 1928 in Amsterdam kregen zo’n incidentele vergunning, maar dat was het dan ook wel zo’n beetje.

In zijn boek Pioniers van de wielersport beschreef Ron Couwenhoven de gevolgen van de Motorwet: ‘De wegrensport in Nederland was voor jaren de nek omgedraaid, terwijl in omringende landen deze sport naar ongekende populariteit groeide.’ Er restte de Nederlandse wielrenners dan ook weinig anders dan wedstrijden op de baan. En dat gold dus ook voor Arie van Vliet.

Gouda

Precies op het moment dat zijn sportieve loopbaan vorm begon te krijgen, waren er maar liefst zo’n  honderd wielerbanen in ons land, het absolute hoogtepunt. Dirk Stuurman werd zelfs bekend als de wielerbaanarchitect met een half dozijn bouwwerken in het land.

In die hoogconjunctuur van het Nederlandse baanrennen kwam er ook een baan in Gouda, aangelegd door de plaatselijke ondernemers Andries Bunnik en Willem Molenaar aan de Bodegraafsestraatweg. ‘De plannen hebben reeds vasten vorm aangenomen. Er zal een baan gebouwd worden, die 200 meter lang is en plaats biedt voor 5000 á 6000 toeschouwers.’ Ook hier kreeg Stuurman de opdracht.

Op 4 april 1933 werd de nieuwe baan geopend door de burgemeester zelf, de heer E. G. Gaarlandt. In de jaren erna werd de Goudse Baan populair onder de toprenners, die er graag kwamen rijden. De bekendste renner was Arie van Vliet uit het nabijgelegen Woerden. Daar begon de jonge renner zijn loopbaan om een jaar later op het WK de zilveren medaille te winnen bij de sprintwedstrijden voor de amateurs – net achttien jaar oud.

In zijn woonplaats kreeg hij een huldiging, één van de vele. ‘Wij kregen den indruk,’ schreef De Telegraaf, ‘dat onze Van Vliet liever een eererondje op zijn fiets maakt dan in optocht door zijn geboorteplaats in een rijtuig te moeten rijden.’

De renner nodigde na alle poeha de feestvierders uit om de volgende dag naar de Goudse Baan te komen om hem te zien rijden in een wedstrijd. De tribunes zaten daarom vol toen de renner uit Woerden alles won, maar pas wel nadat hij ook daar een ereronde had moeten rijden en plechtig was toegesproken door een official van de wielerbond.

Crisis

In de tweede helft van de jaren dertig merkte het baanrennen de gevolgen van de economische crisis. Veel mensen konden geen toegangskaartjes meer kopen en de ene baan naar de andere ging dicht. Tussen 1935 en 1940 verdwenen er zo maar liefst 65, waaronder ook die van Gouda. Eind 1937 werd de baan verkocht aan een sloper.

Slechts vijf jaar na de opening was het dus alweer voorbij in Gouda en moest Van Vliet omzien naar een andere plek. Voor zijn verdere loopbaan had dat geen verdere consequenties, want naast olympisch goud won hij ook nog nog eens vier wereldtitels. In 2001 is Van Vliet overleden.

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je je waardering laten blijken met een kleine financiële bijdrage.

 
Mijn gekozen waardering € -

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Meest recente boek: 'Door Wilskracht Zegevieren' over sport in de Tweede Wereldoorlog. Schreef ook boeken over - onder meer - Amsterdam 1928 en de Elfstedentocht, net als de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Al 25 jaar de enige Amsterdammer, die is afgestudeerd op Feyenoord.