NieuwWielrennen

De Goudsche Wielerbaan, de thuisbaan van Arie van Vliet

De wielerbaan in Gouda heeft maar vijf jaar bestaan. Typerend voor het baanrennen van de jaren dertig.

De geschiedenis van de Nederlandse wielrensport is beslissend beïnvloed door politieke besluiten – vooral de invoering van de Motor- en Rijwielwet van 1905. Die wet was eigenlijk bedoeld om het toenemende aantal auto’s en motoren in banen te leiden, maar er was ook een algemeen verbod opgenomen voor wielerwedstrijden op de openbare weg, ‘tenzij er verlof is gegeven’.

Slechts bij hoge uitzondering werd zo’n verlof gegeven, waardoor er tientallen jaren lang bijna geen wegwedstrijden in Nederland waren. Het WK wielrennen van 1925 in Apeldoorn en de Olympische Spelen van 1928 in Amsterdam kregen zo’n incidentele vergunning, maar dat was het dan ook wel zo’n beetje.

In zijn boek Pioniers van de wielersport beschreef Ron Couwenhoven de gevolgen van de Motorwet: ‘De wegrensport in Nederland was voor jaren de nek omgedraaid, terwijl in omringende landen deze sport naar ongekende populariteit groeide.’

De overheid was daarmee de grote vijand van de Nederlandse wegrenners en zo zit er een enorm gat tussen de successen van de Limburger Mathieu Cordang eind negentiende eeuw en de Tour de France van 1936 waaraan voor de eerste keer Nederlanders meededen. Het Nederlandse wielrennen veranderde in die tijd in een baansport, omdat de wielerbanen buiten de Motor- en Rijwielwet vielen. Het publiek stroomde toe, er waren wedstrijden bij de vleet en internationaal deed Nederland goed mee. Begin jaren dertig van de vorige eeuw stonden er ongeveer honderd van die banen in ons land, het absolute hoogtepunt van het baanwielrennen in ons land. Dirk Stuurman werd zelfs bekend als wielerbaanarchitect met een half dozijn bouwwerken in het land.

Gouda

In die hoogconjunctuur van het Nederlandse baanrennen kwam het bericht van de aanleg van een nieuwe baan in Gouda. De plaatselijke ondernemers Andries Bunnik en Willem Molenaar begonnen in augustus 1932 met hun project aan de Bodegraafsestraatweg. ‘De plannen hebben reeds vasten vorm aangenomen. Er zal een baan gebouwd worden, die 200 meter lang is en plaats biedt voor 5000 á 6000 toeschouwers.’ De onderhandelingen met het gemeentebestuur verliepen goed, want enkele maanden later stemde de gemeenteraad ermee in dat er een perceel te beschikking werd gesteld. ‘Met dit besluit staat vast dat Gouda een wielerbaan krijgt.’ Ook hier kreeg Stuurman de opdracht.

Op 4 april 1933 werd de nieuwe baan geopend door de burgemeester zelf, de heer E. G. Gaarlandt. De eerste reacties van sportjournalisten waren gematigd positief: heel modern, maar niet heel veilig. ‘Het is zeer snel en voor sprint- en koppelwedstrijden buitengewoon geschikt,’ oordeelde Het Volk, dagblad voor de arbeiderspartij bijvoorbeeld. ‘Alleen heeft men hier de plaatsen voor het publiek vlak tegen de eigenlijke baan gebouwd. En waar deze niet al te breed is, bestaat het gevaar, dat rijders in aanraking komen met bezoekers, die over de balustrade hangen. Bij ‘t minste of geringste, dat het op de baan misgaat, hebben ook bezoekers op de eerste rij van den tweeden rang kans verwondingen op te loopen.’

Ook aan de veiligheid voor renners schortte wel wat, vervolgde de krant. ‘Tegenover de startplaats is een soort vlonder gebouwd, die stevig in elkaar zit, maar voor de renners een doorloopend gevaar oplevert. Als in de tweede bocht een band springt, vliegt de renner onherroepelijk tegen het plankier.’ En dat bleek al meteen op de eerste dag bij Cesar Bogaert, die een geweldige smak maakte. ‘Zijn valhelm behoedde hem voor ernstige gevolgen, Bogaert moest worden weggedragen, doch bleek later niet ernstig gekwetst te zijn. De directie kan in de komende weken nog veel verbeteren.’

Dat gebeurde dan ook, zodat Stuurman nog in diezelfde maand een opdracht kreeg voor banen bij de Arnhemse rennersclub R. E. T. O en bij N.V. Sportconcern te Aalsmeer. In de jaren erna werd de Goudse Baan populair onder de toprenners, die er graag kwamen rijden. De valpartijen in het begin waren slechts opstartproblemen.

Arie van Vliet

De bekendste renner van deze baan was Arie van Vliet uit het nabijgelegen Woerden. Hier begon de jonge renner in 1933 zijn loopbaan om een jaar later op het WK de zilveren medaille te winnen bij de sprintwedstrijden voor de amateurs – net achttien jaar oud. In zijn woonplaats kreeg hij een huldiging. ‘Wij kregen den indruk,’ schreef De Telegraaf, ‘dat onze Van Vliet liever een eererondje op zijn fiets maakt dan in optocht door zijn geboorteplaats in een rijtuig te moeten rijden.’

De renner nodigde na alle poeha de feestvierders uit om de volgende dag naar de Goudse Baan te komen om hem te zien rijden in een wedstrijd. De tribunes zaten daarom vol toen de renner uit Woerden alles won, maar pas wel nadat hij ook daar een ereronde had moeten rijden en plechtig was toegesproken door een official van de wielerbond.

In de tweede helft van de jaren dertig merkte het baanrennen de gevolgen van de economische crisis. Veel mensen konden geen toegangskaartjes meer kopen en de ene baan naar de andere ging dicht. Tussen 1935 en 1940 verdwenen er zo maar liefst 65, waaronder ook die van Gouda. Eind 1937 werd de baan verkocht aan een sloper, die nog voor de feestdagen begon met zijn werk. Slechts vijf jaar na de opening was het alweer voorbij in Gouda – typerend voor de situatie van deze sport in die tijd. De Goudse Ren- en Toerclub Excelsior, die in 1932 vanwege deze baan werd opgericht, bestaat nog wel.

 

Advertentie

Koop bij bol.com

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Jurryt van de Vooren is sporthistoricus. Auteur van 'Amsterdam 1928' en de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Bezig met boekenserie over Amsterdam en sport. Nog steeds de enige Amsterdammer die is afgestudeerd op Feyenoord.