NieuwWielrennen

Limburg organiseerde al in 1942 een wielerklassieker

De Amstel Gold Race is de enige Nederlandse wielerklassieker, maar vanwege de corona wordt die dit weekend virtueel gereden. In 1942 begon in Bunde de Grooten Limburgschen Bergprijs, aangekondigd als een klassieker. De Slingerberg stond twáálf keer op de route. Gratis artikel, maar vrijwillige bijdrage welkom – onderaan deze pagina.

Het Cauberg-Criterium van 1946 met winnaar Cas Kleefstra bij de amateurs. Er is geen beeld van de Groot Bergprijs van 1942

Het Nederlandse wielrennen kende eind jaren dertig een enorme internationale achterstand. Dat kwam vooral door de Motor- en Rijwielwet van 1905. Die wet was eigenlijk bedoeld om het toenemende aantal auto’s en motoren in banen te leiden, maar daarin was ook een algemeen verbod opgenomen voor wielerwedstrijden op de openbare weg, ‘tenzij er verlof is gegeven’. Slechts bij hoge uitzondering werd zo’n verlof gegeven, waardoor er tientallen jaren bijna geen wegwedstrijden in Nederland waren. Als vanzelfsprekend kende ons land in die tijd geen wielerklassiekers, zoals de Ronde van Vlaanderen toen al genoemd werd.

Neerlands nieuwe, groote klassieker

Vooral in Limburg werd er jaloers gekeken naar de Belgische wielercultuur, die niet door zo’n stomme wet werd belemmerd. Tijdens de oorlogsjaren werd in die provincie zelfs een wedstrijd gehouden, die werd omschreven als een klassieker. Ze speelde zich gedeeltelijk af op een circuit en gedeeltelijk op de open weg. Dat was inmiddels dus mogelijk, alhoewel er wel weer een verordening uit 1941 was dat zulke wedstrijden niet meer dan honderd kilometer lang mochten zijn – vooral vanwege het gebrek aan voedsel voor de renners.

Begin augustus 1942 was de aankondiging voor ‘Neerlands nieuwe, groote klassieker, gehouden op 6 september en wél langer dan honderd kilometer. De Limburger Koerier gebruikte hiervoor grote woorden: ‘Een internationale wedstrijd, de grootste van Nederland van het seizoen.’ Met als uitsmijter: ‘Zelfs het buitenland zal ons er om benijden.’ In onze tijd noemen we dat sportmarketingproza, waarin het wemelt van de unieke ervaringen. Daar hadden ze toen dus ook al last van.

Twaalf keer de Slingerberg

‘Precies zit het zoo’, aldus Het Nationale Dagblad, het partijblad van de NSB. ‘De start vindt plaats in Bunde, een lief dorpje op de Belgische grens, iets ten Noorden van Maastricht. De renners rijden op het Bundensche circuit tien ronden, die ongeveer veertig minuten in beslag nemen. Dan gaat het naar Geulle, een afstand van 3500 meter. In Geulle ligt immers de beroemde Slingerberg, die twaalf keer genomen moet worden. Deze Slingerberg, die werkelijk moordend is, zal bijna twee uren tijd vragen. Dan weer terug naar Bunde, waar op het eerste circuit de eindstrijd wordt geleverd, die ongeveer een uur zal vragen. De wedstrijd zal dus ongeveer vier uur duren.’

De route van 1942

Vanuit Nederland meldde zich zo’n beetje de hele wielertop. In aanloop naar deze koers werd verder bekend dat er Belgische rijders mee zouden doen, en misschien zelfs Franse. Een radioverslag zou het wedstrijdverloop volgen. ‘Nooit hebben we zooiets in Nederland gehad,’ volgens Het Nationale Dagblad. ‘Het is een klassieker, waarop zelfs de Belgen gebrand zijn.’

Op de dag zelf stonden er duizenden mensen langs de route, maar het aantal Belgische deelnemers viel tegen, onder meer omdat de douane een groot aantal rijders weigerde door te laten. Van Fransen was al helemaal geen sprake en dan mislukte de radio-uitzending door falende apparatuur ook nog eens.

Toch was het een spectaculaire koers met een overwinning voor John Braspennincx, die in die tijd niet allen zeges verzamelde, maar ook de prachtigste bijnamen als D’n Bras, D’n Flap, Koning der Kermiskoersen, Koning der Smokkelaars en Koning der Pantserwagens.

Jean Schweitzer uit Maastricht was de bergkoning van de dag, want van de twaalf beklimmingen van de Slingerberg kwam hij acht keer als eerste boven. Het was voor hem de doorbraak als renner.

Enige editie

Het seizoen erop moest er daarom opnieuw een editie komen, op 29 juli 1943. Daar is het nooit van gekomen, net zoals in het jaar daarna. Zo bleef het bij deze ene editie, waarmee we niet bepaald kunnen spreken van een wielerklassieker op het internationale podium. Maar goed, het is in ieder geval geprobeerd en dat ook nog eens onder uitzonderlijk moeilijke omstandigheden.

Hoe snel dit avontuur alweer was vergeten, bleek op 28 april 1946 toen de Ronde van Limburg werd gereden onder de naam M.P.M.-koers, ofwel Maas-Peel-Mijnstreek. Het werd aangekondigd als de eerste Nederlandse wielerklassieker, zonder verwijzing naar de Bergprijs van 1942. Met slechts drie jaargangen kwam ook deze koers nooit tot bloei, zoals Benjo Maso uitgebreid beschreef in Nederland heeft de gele trui: over wielrennen in de lage landen.

Weer geen klassieker dus, waarop ons land daarom moest wachten tot de eerste Amstel Gold Race in 1966.

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je je waardering laten blijken met een kleine financiële bijdrage.

 
Mijn gekozen waardering € -

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Meest recente boek: 'Door Wilskracht Zegevieren' over sport in de Tweede Wereldoorlog. Schreef ook boeken over - onder meer - Amsterdam 1928 en de Elfstedentocht, net als de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Al bijna 25 jaar de enige Amsterdammer, die is afgestudeerd op Feyenoord.