NieuwWielrennen

Met dank aan de Eerste Wereldoorlog: de wielerbaan van Harderwijk

Tijdens de Eerste Wereldoorlog lag in Harderwijk de grootste wielerbaan van Europa. Er is niets meer te zien van dit bouwwerk van Belgische oorlogsvluchtelingen.

De wielerbaan van Harderwijk in 1918. Foto’s via De Revue der Sporten

In Harderwijk woonden aan het begin van de Eerste Wereldoorlog 7500 mensen. Na de bouw van een interneringskamp voor Belgische militairen kwamen er in korte tijd maar liefst 15.000 inwoners bij – een verdrievoudiging van het aantal inwoners! De nieuwelingen waren allemaal soldaten, die na de Duitse inval en de val van Antwerpen in oktober 1914 over de grens waren gestapt naar het neutrale Nederland, waar ze volgens het oorlogsrecht werden ontwapend en ondergebracht in de Gelderse stad.

Deze Belgen namen hun gewoontes en liefhebberijen mee, waar Harderwijk zijn eerste friettent aan overhield. Verder was er een Algemeen Sportverbond met maar liefst vijftig verenigingen, onder meer voor gymnastiek, atletiek, boogschieten, schermen en voetbal. De vluchtelingen namen natuurlijk ook hun wielercultuur mee naar Harderwijk, met als eerste activiteit een wegwedstrijd op 28 februari 1915.

De geïnterneerden bouwden in 1917 zelfs eigenhandig een wielerbaan van 400 meter lang – de grootste van Europa! Er is alleen niets meer van terug te vinden, maar door het werk van Robert van Willigenburg en Nico Oudhof worden we opnieuw gewezen op deze bijzondere bijdrage aan de sportgeschiedenis. Van Willigenburg schreef het boek Hier lag een wielerbaan over de tientallen velodrooms die ons land heeft gehad, vooral in de jaren vóór de Tweede Wereldoorlog, inclusief de oorlogsbaan in Harderwijk. Eerder had Oudhof al speurwerk verricht voor de website Het Is Koers.

Een eigen wielerbaan

De Belgische wielerinvasie in Harderwijk kreeg nationale belangstelling. Op 28 juni 1916 bijvoorbeeld schreef De Telegraaf over de wielervereniging van het interneringskamp, De Veloclub, die een sportfeest had georganiseerd met een afvalrace en een ploegenachtervolging. Alhoewel er niet expliciet werd gesproken over een wielerbaan, is die wel nodig voor zo’n evenement. Deze baan was een voorloper van die uit 1917.

Ook Oudhof vond een verwijzing naar die rudimentaire wielerbaan. Het kampblad Inter Nos Revue schreef over baanwedstrijden tussen Nederlanders en Belgen op 2 oktober 1916 met maar liefst 2500 toeschouwers. De Belgen wonnen terwijl het publiek uit zijn bol ging. Het was een welkome afleiding van de dagelijkse oorlogsellende en aangezien elke kampleiding van rust houdt, werd besloten om de 400-meterbaan te bouwen. Dat gebeurde na succesvolle wedstrijden op 12 juli 1917, waarna de Belgische genie precies twee weken nodig had voor de aanleg onder verantwoordelijkheid van onderofficier Vital van Camp. ‘De aanloop van renners wordt daardoor nog groter,’ schreef Oudhof. ‘Het Belgische wielrennen in Nederland is een succes.’ De sfeer in het kamp werd zo een stuk beter.

Urbain Anseeuw

Wielrenner Urbain Anseeuw was één van de grote gangmakers in Harderwijk. ‘De man was voor den oorlog in België een routier [Frans woord voor wegrenner, JvdV] van uitnemende kracht,’ schreef De Revue der Sportenin november 1918, ‘een man, die een schoone sporttoekomst tegemoet ging.’ De oorlog verhinderde dat echter, want in juli 1914 moest Anseeuw in dienst. Weer een maand later werd zijn land overlopen door de Duitsers en kwam hij als gevlucht militair in Harderwijk terecht. Daar trainde hij veel en reed er ook wedstrijden. Het was voor hem daarom goed nieuws toen die baan in zijn eigen kamp werd aangelegd.

Anseeuw was één van de rijders die in actie kwam tijdens de inwijding van de nieuwe baan op 19 augustus 1917 met wedstrijden waaraan overigens alleen maar Belgen mochten meedoen. Nederlandse toeschouwers mochten dan weer wel komen voor dertig cent per persoon. ‘Opening der poorten om 12.15 uur’, meldde de advertentie in Het Overveluwsch Weekblad.

Enkele weken later mochten de Nederlanders meedoen, waarna op deze locatie de beste baanrenners uit het land in actie kwamen. Piet van Kempen was als Nederlands soldaat in Harderwijk gelegerd en legde daar de basis voor zijn succesvolle loopbaan als baanrenner. Ook Piet Moeskops reed in Harderwijk, nog voordat hij wereldberoemd werd als vijfvoudig wereldkampioen op de baan.

Het leven van deze wielerbaan was maar heel kort. Met het einde van de oorlog keerden de Belgen terug naar hun land en dat was ook het einde van de velodroom, mede vanwege concurrentie van de baan in het Nederlandsch Sportpark in Amsterdam, het eerste stenen stadion van Nederland. Het Stadsmuseum Harderwijk heeft nog wel een ansichtkaart in de collectie van 13 oktober 1918 met een afbeelding van het afscheid van deze baan.

Anseeuw keerde in december 1918 terug naar België, waar hij in het voorjaar van 1919 meedeed aan de Omloop van de Slagvelden – een bizarre etappewedstrijd door het voormalige oorlogsgebied. Terwijl de lichamen in de loopgraven nog werden opgeruimd reed het peloton langs. Anseeuw werd tweede in het eindklassement, een prestatie die hij mede had te danken aan zijn trainingen in Nederland tijdens de oorlogsjaren. En aan de wielerbaan van Harderwijk, die maar zo kort heeft bestaan.

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je je waardering laten blijken door een kleine bijdrage te doen

Mijn gekozen waardering € -

Advertentie


Reserveer bij bol.com

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Jurryt van de Vooren is sporthistoricus. Auteur van 'Amsterdam 1928' en de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Bezig met boekenserie over Amsterdam en sport. Nog steeds de enige Amsterdammer die is afgestudeerd op Feyenoord.