Wielrennen

Monique Knol en de vooroordelen van het wielrennen

Monique Knol was in 1988 de eerste Nederlandse vrouw die een olympische medaille won bij het wielrennen.

Het sportjaar 1988 zat vol Nederlands succes. We bleven maar juichen met de Winterspelen van Yvonne van Gennip, de Europa Cup van PSV en natuurlijk het EK voetbal van Oranje.

En dan waren er ook nog de Olympische Spelen in Seoul. Voor de eerste keer won een Nederlandse vrouw een medaille bij het wielrennen.

Ruim een kwart eeuw later denken we dat onze wielrensters heel veel winnen – vooral dankzij Leontien van Moorsel en Marianne Vos. Zo vanzelfsprekend is dat alleen niet geweest, want eigenlijk hield Nederland helemaal niet van fietsende vrouwen.

Knol had dat in aanloop naar de Spelen van 1988 zelf in ieder geval duidelijk gemerkt. In 1991 zei ze tegen het NCRV-programma Sport op 1: “Nou, voor de Olympische Spelen vond ik dat we soms echt belachelijk warden gemaakt. Maar toen ik die plak haalde, toen sprak ik met veel profwielrenners. En ik vertelde ze ook wat ik ervoor deed. Je komt ze toevallig tegen en dan wordt erover gepraat. En dan merk je echt dat ze je respecteren en dat ze weten waar je mee bezig bent. Het is dus wel veranderd, maar er zijn natuurlijk altijd nog mensen die het niets vinden.”

Aldus Knol in 1991. Dit Nederlandse vooroordeel dat vrouwen niet mogen fietsen gaat echt heel ver terug. Koningin Wilhelmina bijvoorbeeld vond het heerlijk om te fietsen, maar kreeg in 1898 een heus fietsverbod opgelegd, door de minister-president zelf uitgesproken! Pas 35 jaar later durfde Wilhelmina zich voor de eerste keer op een fiets te tonen, nota bene in Katwijk waar de plaatselijke bevolking omviel van verbazing.

Gelukkig was Monique Knol niet iemand die zich veel aantrok van zulke vooroordelen. Integendeel. “Als zij mij wat hadden geflikt,” zei ze in 2008 in het tv-programma Vinger aan de pols, “nou, je kwam mij drie keer tegen. Vergis je niet. Als je me één keer flikte, dan pakte ik je. En dat was op de fiets ook zo.”

En dat is meteen een goede mentaliteit om kampioen te worden, bleek op de Spelen van 1988. Maar ondanks deze roldoorbrekende zege van Knol was de Nederlandse mentaliteit nog steeds niet veranderd. Toen Knol een eigen vrouwenploeg wilde beginnen om deze sport te ontwikkelen, kwam er geen enkele reactie van de wielerbond.

“Ze hebben ontzettend veel brieven van ons gekregen,” deed ze haar beklag bij Sport op 1. “Maar ik heb daar niets van gehoord dus ik neem aan dat het niet gelukt is. En dat doet best zeer. Ik heb er ontzettend veel voor gedaan. Het duurt allemaal zo lang. Duurt het nog niet tien jaar, dan fietst Knol niet meer, dat is logisch.”

Zo lang hoefde ze gelukkig niet te wachten, want in 1991 kreeg Knol dan eindelijk haar eigen ploeg. Zoals Rintje Ritsma de schaatswereld in die tijd opschudde, deed Knol dat dus in de wielerwereld.

Monique Knol is daarmee de koningin van het wielrennen! Maar dan wel een zónder fietsverbod.

Advertentie


Reserveer bij bol.com

Jurryt van de Vooren
http://Sportgeschiedenis.nl
Jurryt van de Vooren is sporthistoricus. Auteur van 'Amsterdam 1928' en de Bosatlas van het Nederlandse voetbal. Bezig met boekenserie over Amsterdam en sport. Nog steeds de enige Amsterdammer die is afgestudeerd op Feyenoord.