NieuwWielrennen

Roger de Vlaeminck en Parijs – Roubaix

Parijs – Roubaix, de Hel van het Noorden, is de koers waarin volgens de legendarische wielervolger Antoine Blondin niet alleen de renners, maar ook de fietsen tien jaar ouder worden. De Belg Roger de Vlaeminck kwam vier keer als eerste aan op de wielerbaan van Roubaix.

Quel enfer

Parijs – Roubaix is vanwege het unieke parkoers een wedstrijd voor specialisten. De benaming Hel van het Noorden ontstond in 1919, toen de renners over de modderwegen van het Noord-Franse landschap moesten ploeteren, dat in de Eerste Wereldoorlog kapotgeschoten was. ‘Quel enfer!’, schreef één van de journalisten. ‘Wat een hel!’.

Langzaam maar zeker werden de wegen beter. “In naam van de vooruitgang deden de teermachines hun werk”, is te lezen in het oorspronkelijk Franse boek ‘De Klassiekers’. De kasseien in Noord-Frankrijk werden meer en meer vervangen door asfalt, zodat Peter Post Parijs – Roubaix in 1964 kon winnen in een recordsnelheid van boven de 45 kilometer per uur. Tegenwoordig ligt de gemiddelde snelheid van de winnaar weer een stuk lager, zo tussen de 39 en 42 kilometer per uur.

Het bos van Wallers-Arenberg

In 1968 werd het roer namelijk omgegooid. De start verhuisde van Parijs naar Compiègne, en de doorgaande wegen werden verlaten. Er werd gezocht naar vergeten landweggetjes die nog bezaaid waren met kasseien. Ook het bos van Wallers-Arenberg werd in het parkoers opgenomen, na een tip van de bekende Franse renner Jean Stablinski. Natuurlijk won Eddy Merckx in 1968 de eerste uitgave ‘nieuw stijl’. Een jaar later stond de eenentwintigjarige neo-prof Roger de Vlaeminck voor het eerst aan het vertrek.

In 1969 was De Vlaeminck door de grote poort het profpeloton binnengekomen. Hij won meteen de Omloop Het Volk. In zijn eerste Parijs – Roubaix behaalde hij een knappe zevende plaats. Het jaar daarop werd hij al tweede. De Vlaeminck kon eigenlijk alles, behalve grote ronden winnen. Hij kon zelfs een beetje klimmen. Voordat hij in 1972 voor de eerste keer Parijs – Roubaix won, had hij allebei de Waalse klassiekers al op zijn naam geschreven.

Solo

De Vlaeminck won Parijs – Roubaix solo in 1972, 1974 en 1977. In 1975 klopte hij tot zijn grote genoegen onder meer Eddy Merckx in de sprint. “De momenten dat ik Eddy kon verslaan behoorden tot de hoogtepunten van mijn carrière”, aldus De Vlaeminck. Naast zijn vier overwinningen werd hij ook nog eens vier keer tweede in Roubaix. In 1978 omdat hij de vlucht van zijn ploeggenoot Francesco Moser beschermde. In 1981 stuitte De Vlaeminck op Bernard Hinault, die een hekel had aan die ‘strontkasseien’, maar wel voor één keer wilde laten zien wie er nu eigenlijk de beste was.

Met vier zeges overtreft De Vlaeminck andere specialisten zoals Rik van Looy, Eddy Merckx, Francesco Moser en Johan Museeuw, die allen drie keer wonnen. Alleen landgenoot Tom Boonen wist de koers eveneens vier keer te winnen.

Tussen 1969 en 1982 startte De Vlaeminck veertien keer in Parijs – Roubaix. Hij eindigde dertien maal bij de eerste tien. Alleen in 1980 gaf hij op na een val, terwijl hij voorop lag met Francesco Moser, Didi Thurau en Gilbert Duclos-Lassalle.

 

Advertentie

Koop bij bol.com