Slowbiking is een hele hippe en jonge sport, maar de spelregels zijn al 140 jaar oud
In de meeste sporten wint iemand die als eerste de finish passeert. Bij slowbiking is dat juist niet de bedoeling.
Pim Kiderlen wilde meedoen aan de eerste wedstrijd Langzaam Rijden, maar die werd afgelast na slecht weer. Foto uit het publieke domein
Tijdens een bezoek aan Peking in 2006 werd de Nederlandse kunstenaar Kaspar König uitgedaagd om mee te doen aan een wedstrijd langzaam fietsen. Hij eindigde als tweede en won een pak melk. Het was het begin van slowbiking.
Wanneer een mededinger door zijn val dien van een ander veroorzaakt, mag deze laatste overrijden
Vélocipèdisten
Zonder dat hij het zelf wist haalde König zo een vergeten onderdeel uit de oertijd van de wielerwedstijden onder het stof vandaan. De eerste wedstrijden Langzaam Rijden in Nederland werden in 1885 gehouden, nog in de tijd van de vélocipèdisten. Het principe van 140 jaar geleden was hetzelfde als bij het huidige slowbiking.
Het was niet toevallig dat dit net in 1885 gebeurde, merkte Wim Zonneveld op Sportgeschiedenis al eens op: ‘Als ‘officieel’ begin van het Nederlandse wielrennen wordt gewoonlijk de vélocipède-wedstrijd op 6 april 1885 aangehouden, georganiseerd op de Wassenaarseweg in Den Haag door de wielervereniging De Ooievaar, in samenwerking met de in 1883 opgerichte A.N.W.B.‘
Er stonden die dag verschillende onderdelen op het programma, waaronder langzaam rijden over een afstand van vijftig meter. Voor de winnaar was er een zilveren medaille.
Vlaggen en wimpels
Het was een groot wielerevenement met deelnemers van clubs uit Den Haag, Haarlem, Rotterdam, Leiden, Leeuwarden, het Gelderse Brummen, Arnhem en Zwolle. Voordat de wedstrijden begonnen, liepen ze in optocht achter de muzikanten van het derde regiment huzaren te voet. ‘De gansche weg vertoonde een levendigen aanblik, versierd met vlaggen en wimpels’, aldus een verslaggever.
Aan de organisatie lag het niet, maar helaas trok het weer zich hier niets van aan. ‘Omstreeks drie uren was de steeds meer betrekkende lucht een waarschuwing voor velen om het terrein te verlaten. Eenige oogenblikken later ontlastte zich plotseling een zware plasregen, hetwelk eenige verwarring te weeg bracht in het vrij houden van de baan, die in een oogenblik in een modderweg was herschapen.‘
Zo werd de eerste wedstrijd in het langzaam rijden afgelast, waardoor deze rijders hun afspraak met de geschiedenis hebben gemist.

E. (Pim) Kiderlen is de bekendste naam van deze rij, die normaal gesproken altijd de snelste was. En ook A.R.W. Kerkhoven uit Arnhem liet zich in die begintijd veel zien, ook bij latere wedstrijden langzaam rijden.
Maastricht
Een maand later, op 10 mei 1885, was het echte debuut op het Vrijthof in Maastricht. Het was opgenomen als vierde onderdeel van de internationale wielerwedstrijden, óók al de eerste die ooit in Nederland werden gehouden.
De afstand van vijftig meter werd het langzaamst afgelegd door Joseph Delin uit het Belgische Leuven in een tijd van drie minuten en twaalf seconden. Hij was secretaris van La Fédération Vélocipédique de Belgiqué. Een bijzonder man, want in 1891 opende hij een fietsfabriek in zijn woonplaats en stapte daarna als eerste in zijn stad over naar de fabricage van auto’s. Na zijn dood in 1901 werd zijn bedrijf weer ontmanteld.
De tweede prijs werd niet uitgereikt, dus echt spannend was het niet. Dat neemt niet weg dat we hier de oudste melding hebben gevonden van een wedstrijd Langzaam Rijden in Nederland.

A.R.W. Kerkhoven uit Arnhem, foto via ‘Een halve eeuw wielersport’ van George J.M. Hogenkamp
Spelregels
In datzelfde jaar waren er nog meer, zoals in juni en augustus in Nijmegen. Volgens het blad De Kampioen – toen al het lijfblad van de ANWB – werd er zo’n evenement gehouden in Bussum.
Datzelfde blad plaatste verder een verslag van de Algemene Vergadering van de ANWB van 29 november 1885, waaruit blijkt dat de eerste regels voor langzaam rijden waren vastgelegd. ‘Wanneer een mededinger door zijn val dien van een ander veroorzaakt, mag deze laatste overrijden.’
Veel meer dan dit is er niet te vinden, waarmee het lijkt alsof de eerste wedstrijdbepalingen heel simpel waren:
1. De afstand is vijftig meter.
2. Wie hier het langste over doet zonder met de voeten de grond te raken, heeft gewonnen.
3. Als een rijder buiten zijn schuld van zijn voertuig valt, mag die het nog een keer proberen.
Tot aan de eeuwwisseling werden regelmatig zulke wedstrijden gehouden, net als kunstrijden of rijden zonder handen. Daarna was het afgelopen, en werd het vooral nog als curiositeit op Koninginnedag georganiseerd.
Bijna anderhalve eeuw later heeft deze sport dus een wedergeboorte, maar dan als slowbiking.


