Wielrennen

Trainen in Harderwijk voor de Omloop der Slagvelden

Urbain Anseeuw werd in 1919 tweede in de Omloop der Slagvelden, een wielerkoers langs de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog. Tijdens de Eerste Wereldoorlog zat hij als Belgische vluchteling in Harderwijk.

Urbain Anseeuw, Foto via Revue der Sporten

Door Wim Zonneveld

De Eerste Wereldoorlog. Als in het najaar van 1914 Duitsland België binnenvalt op doortocht naar Frankrijk, stromen grote aantallen vluchtelingen Nederland binnen, zowel burgers als militairen. Ze worden ondergebracht in interneringskampen.

Frank Becuwe schrijft in Omloop van de Slagvelden dat coureur Urbain Anseeuw, die in april-mei 1919 als tweede eindigt in deze bizarre, monsterlijke rittenkoers, een van de vele militairen is die zich na de capitulatie van Antwerpen in oktober 1914 bij deze vluchtelingenstroom voegt. Terloops voegt hij toe: “Hij werd geïnterneerd in het kamp van Harderwijk. Pas op 14 december 1918 kon hij naar België terugkeren.”

Dat maakt nieuwsgierig. Er blijkt een verband tussen Harderwijk en Urbains formidabele prestatie in de Omloop.

Urbain Anseeuw wordt geboren op 5 januari 1892 in het West-Vlaamse Wingene, onder Brugge. Familie voedt hem als wees op een eindje verderop in Lotenhulle vlakbij Aalter in Oost-Vlaanderen, en hij begint zijn wielerloopbaan op 22-jarige leeftijd in 1914 of vlak daarvoor. Hij wordt in het voorjaar van 1914, als Gavrilo Princip nog de zoon van een postbode is, tweede in de Ronde van België bij de onafhankelijken.

In de voorzomer van 1914 is Urbain een jonge beloftevolle coureur, maar in juli wordt hij onder de wapenen geroepen. De Duitsers vallen België op 4 augustus binnen, en als Antwerpen op 10 oktober capituleert, voegt hij zich bij de grote stroom vluchtelingen naar Nederland. 33.000 Belgische soldaten, die Nederland vanwege zijn ‘neutraliteit’ moet ontwapenen en interneren, maar ook het onwaarschijnlijke aantal van zo’n half miljoen burgers.

Alles wordt benut voor huisvesting. Fabriekshallen, kantoorgebouwen, postkantoren, bibliotheken, kerken. Aanvankelijk worden de gevluchte militairen ondergebracht in kazernes, maar die barsten al snel uit hun voegen. Er worden grote kampen ingericht bij Harderwijk en Zeist, eerst met tenten, vanaf december met houten barakken die de vluchtelingen zelf moeten bouwen.

Urbain komt terecht in het kamp bij de Galgenberg ten zuidoosten van Harderwijk. De omstandigheden zijn treurig met 250 man per onverwarmde barak. Strenge regels en prikkeldraad houden de militairen binnen.

Hoewel de omstandigheden nooit florissant worden, wordt het regime langzaamaan versoepeld. Het kamp groeit uit tot een kleine stad met wasvoorzieningen, een kerk, een ziekenzaal, postkantoor, verwarmde kantines, winkels, Harderwijks eerste frietkot, en een school waar aan analfabeten taalonderwijs wordt gegeven. Er mag gewerkt worden in de omgeving, eerst met begeleiding, daarna zonder, sommige ‘Harderwijker Belgen’ vinden zelfs emplooi in de Limburgse mijnen.

Vlaamse wielerbaan in Harderwijk

Er zijn geen eerstehands gegevens over Urbains verblijf in Kamp Harderwijk, maar dit weten we wel: er zijn meerdere coureurs bij de geïnterneerde militairen, ze vervelen zich dood en zijn dus bijzonder in hun sas als in de zomer van 1917 het sportcomité van het kamp, onder leiding van korporaal Leon van Gestel, het initiatief neemt tot de aanleg van een heuse wielerbaan, van aangestampt koolas. Zie hiervoor ook Stuyfsportverhalen met ‘Vlaamse Wielerbaan in Harderwijk’.

De baan wordt een groot succes, er zijn gedurende twee jaar in de zomer wedstrijden die duizenden toeschouwers trekken, ook omdat topcoureurs van buiten het kamp graag voor die mensenmassa’s komen rijden.

Urbain Anseeuw kan gaan fietsen. Maar uit Nederlandse krantenberichten blijkt dat hij daar al in maart 1916 mee begonnen is, ruim een jaar voor de aanleg van de baan. Hij en Jean Somers, een andere geïnterneerde coureur, vermaken het kamppubliek op de home-trainer als tussennummer bij bioscoopvoorstellingen.

In april 1916 heeft Urbain zich ingeschreven voor de ‘Betrouwbaarheidsrit’ Groningen-Amsterdam, op Tweede Paasdag, over 204 kilometer. Een prachtige wedstrijd wordt gewonnen door het 17-jarige talent Klaas van Nek uit Gouda, twee: Erkelens, drie: Van der Wiel, vier: Cor Blekemolen, vijf: de 22-jarige Piet Moeskops, dan al Nederlands kampioen amateur sprint. Urbain is niet terug te vinden in de uitslag. Er zijn nogal wat afzeggingen, misschien waren de kampregels nog niet zo soepel.

Vanaf voorjaar 1917 krijgt Urbain het druk, heel druk. Hij rijdt wedstrijd na wedstrijd op de baan en op de weg, als ‘Anseeuw, geïnterneerde, Harderwijk’. En lang niet alleen op de thuisbaan, maar ook daarbuiten. Half mei 1917 wordt hij derde in een klassementswedstrijd op de baan van Blerick bij Venlo. Eind mei op de Juliana-baan in Groningen, aangekondigd als “Urbain Anseeuw, de beroemde Belg”, tweede in een koppelwedstrijd over 15 km. met de Amsterdammer Van Engelen, en derde op de 1 km. individueel, winnaar Van Eck uit Den Haag. Begin juni Den Haag-Haarlem-Amsterdam-Utrecht-Den Haag over 170 km., winnaar C.J. Snoek, Anseeuw vierde maar tweede in de klasse profs en onafhankelijken, achter Frits Wiersma, de Nederlands wegkampioen van 1913.

Den grootsten sportdag op het gebied der wielersport

In het weekend van 30 juni en 1 juli start Urbain in de groots aangekondigde 24-uurs koppelwedstrijd op de Raayberg-wielerbaan van Bergen-op-Zoom, “den grootsten sportdag, die Nederland op het gebied der wielersport heeft beleefd”, schrijft de Tilburgsche Courant bescheiden. De Alberts Frères zullen filmopnamen maken voor in de bioscoop.

Na een dag op de fiets kunnen Blekemolen en Van Nek gehuldigd worden als winnaars van het spektakel. Tweede is een Belgisch koppel, bestaand uit Jules Wouters en Alfons Spiessens, een gerenommeerd renner uit Mechelen die vaak in Nederland rijdt, driemaal top-tien in de Tour de France van 1912-1914 en later zesdaagsewinnaar. Urbain valt na 200 ronden en staakt de strijd.

In september wordt hij op de Harderwijk-baan derde in een race over 100 km., winnaar Spiessens. Later die maand is Van Nek op deze baan winnaar over 30 km., geïnterneerde Coppieters wint bij de amateurs. Een enerverend wielerjaar eindigt voor Urbain eind oktober met een vijfde plaats in Den Haag-Halfweg v.v., winnaar Jorinus van der Wiel. Urbain krijgt een speciale medaille als “eerstaankomende militair”.

Urbains wielerjaar 1917 was nog maar een aanloop vergeleken met 1918. Dat speelt zich vooral af in Brabant, in de wielertop. Het jaar start op 7 juli met een koppelkoers op de Vitesse-baan van Valkenswaard: tweede met als kompaan de pas 19-jarige Piet van Kempen uit Ooltgensplaat, die later vanuit Brussel een fenomenale baancoureur wordt met een waslijst aan zeges, ook als ‘Big Pete’ in de Verenigde Staten. Winnaars zijn Alfons Spiessens en Florent Luyckx, een andere Harderwijkse kampcoureur.

In september opnieuw Valkenswaard, Urbain derde met Spiesens over 100 km., winnaars Van Kempen en Didier. Eind van die maand op Harderwijk derde weer met Van Kempen, winnaars Spiessens-Moeskops voor Van Nek-Straat, een absoluut eersteklas veld. Op 6 oktober wint Frits Wiersma de wedstrijd om de Van Iersel-beker over 140 km. door Oost-Brabant met start en finish in Eindhoven, vijfde ‘Anseeuw, Harderwijk’. (De vorige dag was Roland Garros in een luchtgevecht boven St. Morel in de Franse Ardennen neergeschoten, maar dat haalt de kranten niet.)

Het wielerjaar 1918

Op 11 november 1918 beëindigt een wapenstilstand de Eerste Wereldoorlog. Frank Becuwe vertelt kort hoe het verder gaat met Urbain Anseeuw. In december 1918 keert hij terug naar België. In het voorjaar van 1919 start hij in de Omloop van de Slagvelden, waarin hij tweede wordt. Drie etappes en het eindklassement worden gewonnen door Charles Deruyter, een Flandrien uit Noord-Frankrijk, een van de sterkste Belgische coureurs tussen 1910 en 1925. In de oorlog werkte Charles als vliegtuigmecanicien, maar hij bleef ook wielrennen, met meerdere grote overwinningen, zoals Parijs-Tours in 1917.

We weten nu wat ten grondslag ligt aan Urbains formidabele tweede plaats in de Omloop: hij ging ook door en kwam goed getraind terug uit Harderwijk. FB: “In hetzelfde jaar werd hij in de Grote Scheldeprijs vierde. Hij nam [in 1919 en 1920] deel aan de Ronde van Frankrijk, maar reed die nooit volledig uit. […] In 1923 al hield hij het wielrennen bekeken. Hij trouwde met Marie Buysse, de zus van de illustere Flandriens Lucien, Marcel, Cyriel en Jules Buysse. Het echtpaar startte een fietsenzaak op in Aalter. […] Hij overleed in Aalter op 70-jarige leeftijd op 9 maart 1962.”

Er kan meer gevonden worden. Urbain wordt op 22 maart 1919, drie maanden na zijn terugkeer en een maand voor de Omloop, 18de in de Ronde van Vlaanderen, winnaar is Henri van Lerberghe, die vlak achter hem zal eindigen in de Omloop, vierde Frits Wiersma. In maart 1920 wordt hij achtste in de Ronde, eerste en tweede zijn Jules van Hevel en Albert Dejonghe, die in de Omloop al vroeg opgaven, in de derde etappe in het kaalgeslagen landschap tussen Brussel en Amiens. En in augustus vierde in de monsterrit Bordeaux-Parijs-Bordeaux over 1208 km., 11 uur achter de winnaar, de Waalse crack Louis Mottiat die er 56 uur over doet.

In Parijs-Roubaix in 1921 32ste ex aequo met o.a. zijn zwager Cyriel Buysse, winnaar Henri Pélissier. In 1922 36ste, winnaar Albert Dejonghe. In zijn woonplaats is Urbain midden jaren ’20 de initiatiefnemer tot de wedstrijd Brussel-Aalter op Hemelvaartsdag.

Hij draagt bij aan de toekomst van het Belgische wielrennen door het begeleiden, na de Tweede Wereldoorlog, van het Aalterse talent Roger Wijckstandt, die in 1953 zijn topjaar heeft met het winnen van de landenploegenwedstrijd Omloop der Zes Provinciën, de latere Ronde van de Toekomst, en de Ronde van België voor onafhankelijken.

Advertentie

Reserveer bij bol.com