Home > Nieuw > Treinramp bij Weesp in 1918 trof ook de sport
NieuwSchaatsenWielrennen

Treinramp bij Weesp in 1918 trof ook de sport

Door Wim Zonneveld

Op 13 september 1918 was bij Weesp de grootste vooroorlogse treinramp op Nederlands grondgebied. Hierbij kwam H.J. Gorter om het leven, een vooraanstaand wielrenner en eigenaar van een schaatsfabriek in Zwolle.

In Apeldoorn stapt een zakenman op de trein naar Amsterdam, maar zal daar nooit arriveren. Rond half elf ontspoort die bij Weesp, de grootste Nederlands treinramp van voor de Tweede Wereldoorlog. Er zijn 41 doden te betreuren en onder de slachtoffers is de zakenman Henri Gorter uit Apeldoorn. Ruim twintig jaar eerder was hij een vooraanstaand wielrenner en eigenaar van een schaatsfabriek in Zwolle. Op het moment van de ramp is hij bestuurslid van de Koninklijke Nederlandsche Motorwielrijdersvereeniging.

H.J. Gorter

Hendricus Jacobus Gorter wordt geboren op 19 juni 1874 in Zwolle. Zijn vader, een boekhandelaar, overlijdt in 1875. Henri brengt een deel van zijn jeugd door in Rotterdam, Amsterdam (waar hij op de ‘Kweekschool voor Machinisten’ een opleiding volgt) en Utrecht, maar keert in 1892 naar Zwolle terug.

Vanaf zomer 1891 is hij wielrenner. Hij maakt als 17-jarige zijn debuut op de ‘veiligheidswieler’, en draait meteen mee tussen de grote namen, Stroethoff, Roosdorp en Scheltema Beduin. In augustus en september behaalt hij op de baan van Amsterdam zijn eerste overwinningen als ‘nieuweling’. “Prachtig gewonnen door Gorter”, schrijft Het Nieuws van den Dag bij een ervan.

Van 1891 tot 1894 bouwt hij aan een gedegen reputatie op baan en weg, vooral op de kortere afstanden. Op de banen van Arnhem, Amsterdam, Scheveningen en Sittard behaalt hij ereplaatsen bij vrijwel elke meeting. In Arnhem wint hij in augustus 1893 een halve mijl in baanrecordtijd (1.07.8) voor Van Wely en Langeveld.

Op de weg heeft hij van 1892 tot 1894 een abonnement op winst in Muiderberg-Naarden vv. over 16 km, elke zomer georganiseerd door wielervereniging Hollandia, en wint hij in mei 1893 een wedstrijd van Immer Weiter over 25 km. rond Deventer. In de jaarlijkse race over de straatweg tussen Amersfoort en Ede over 50 km. wordt hij derde in 1892, winnaar Cees Witteveen; en tweede in 1893, winnaar Harreveld.

In het wielerseizoen 1894 rijdt Henri Gorter zich in de nationale wielertop. In mei rijdt hij zijn eerste buitenlandse wedstrijd op de baan van Antwerpen, “onder daverend gejuich” rijdt hij op de 2 km. een baanrecord van 2.58.8. In juni wint Van der Griendt de wegwedstrijd Amersfoort-Ede, maar Henri verbetert tijdens de race Jaap Edens record over 25 km naar 42.06.

In juli wordt in Arnhem het Nederlands baankampioenschap verreden. Jaap Eden, die sinds zomer 1893 al formidabele wielerprestaties toevoegt aan zijn wereldkampioenschap hardrijden op de schaats, wint alle afstanden, maar heeft op de mijl de grootste moeite Gorter te kloppen: 2.27.2 om 2.27.4. In het bijprogramma wint Henri een wedstrijd voor tandems over 3 km. met de Rotterdammer De Waardt.

Begin augustus wordt hij in een wedstrijdweekend op de baan van Arnhem winnaar van de ‘J.C. Begeer’-trofee over 1 mijl, voor de Duitse sprinter Fritz Opel (uit de fabrikantenfamilie die dan nog naaimachines en fietsen produceert); vervolgens winnaar van de Arnhemse V.V.V.-beker over 3 km.; en bij de Kampioenschappen van het Vasteland derde over 1 mijl achter Eden en Opel, en tweede op 10 km. achter Eden. Half augustus worden Gorter-De Waardt bij de wereldkampioenschappen in Brussel tweede op de tandem, achter het Britse duo Broadbridge-Polchamton. Eind augustus op de baan van Sittard winst op de 1 km. “met een prachtigen spurt” voor Siep, en op de 5 km. Een formidabel seizoen eindigt in oktober met het clubkampioenschap van de Rotterdamse vereniging Thor, over 25 km. tussen Rotterdam en Zwijndrecht.

Eind 1894 blijkt uit krantenberichten dat ‘H.J. Gorter (een in sportkringen welbekend wielrenner)’ in Zwolle begonnen is met de productie van ‘Noorsche schaatsen’. Zwolle is behoorlijk schaats-minded, in januari 1893 is er een nationaal toptoernooi gehouden waarin de Friezen Rodenhuis en Kingma excelleerden. In januari 1894 vindt er zelfs het eerste (en enige) I.S.U.-allround wereldkampioenschap voor professionals plaats, gewonnen door de Noor Harald Hagen, voor Kingma.

Hij schakelt de twee Friezen in als reclamemakers voor zijn schaatsen. Rodenhuis schrijft een paar enthousiaste brieven naar Nederlandsche Sport. Op 8 februari 1895 doet het tweetal in Zwolle wereldrecordpogingen op Gorter-schaatsen. Rodenhuis slaagt op de 25 k. met gangmaking (54.43.2), Kingma strandt op de 500 meter.

Henri rijdt zelf in februari een reeks wedstrijden, vermoedelijk om schaatsen te testen, hij rijdt achtereenvolgens in Kralingen, Gouda, Edam, Leeuwarden en Kampen. Erg succesvol is hij niet. Bij de nationale kampioenschappen in Kralingen op 3 februari geeft hij zowel op de 500 als de 1500 meter op, en bij de andere wedstrijden zijn rijders als Rodenhuis, Van Wely en Vrouwes hem handenvol seconden vooruit.

In het najaar van 1895 opent hij in Zwolle een stoomfabriek voor de productie van zijn schaatsen, de Hercules-fabriek. Hij is 21 jaar oud en zijn technische opleiding zal hem goed van pas zijn gekomen. De zaken lopen uitstekend. Hij produceert Nederlandse Noren, een populair model wordt de Rodenhuis-Kingma, een ‘combinoor’ met de buis van een echte Noor maar de lage opbouw van een doorloper.

Henri blijft ondertussen fietsen in het zomerseizoen, maar de belofte van het jaar ervoor wordt in 1895 niet ingelost. Het is geen schande om van de totaal onklopbare Eden te verliezen (die wordt in Arnhem weer Nederlands baankampioen), maar ook waar Eden niet meedoet, boekt hij weinig succes. In mei in Maastricht wint hij de Begeer-trofee, die hij dan definitief in zijn bezit krijgt, en in augustus rijdt hij in Utrecht een record op de ½ mijl voor safeties, 1.04.6.

Tot ieders verrassing is 1896 dan één grote zegetocht op de wielerbaan. Eden is professional geworden en naar Parijs vertrokken. Henri is zijn opvolger, hij wint waar hij start. In Utrecht eind mei op de nieuwe wielerbaan de ½ mijl, voor Pieter Hart Nibbrig. In juni op dezelfde baan de 500 m. en 2 km. In juli in Tilburg Nederlands baankampioen, door op z’n Edens alle afstanden te winnen, voor toch niet kinderachtige tegenstanders als Kingma, Langeveld en Beisenherz. De kranten zijn lyrisch over “de oude Gorter in zijn besten form”. Hij wint op de banen van Arnhem, Den Haag en Zwolle (‘Overijsselsch kampioen’). In augustus bij de wereldkampioenschappen in Kopenhagen behaalt hij zijn allergrootste succes: met Hart Nibbrig wereldkampioen op de tandem, ze verslaan in de finale twee Belgische koppels “onder groote geestdrift van de aanwezige langenooten.”

De ramp in Weesp

Hierna eist de fabriek Henri’s aandacht op. Maar het gaat minder, kwakkelwinters veroorzaken magere verkoopcijfers. In 1898 verschijnt hij nog kort op de wielerbaan en behaalt wat podiumplaatsen in Amsterdam en Den Haag. De fabricage wordt uitgebreid naar fietsen, maar in februari 1907 verschijnt in de kranten het bericht dat de ‘Stoom-Schaatsenfabriek en Fabriek van Houtbewerking voor Zuivelfabrieken, van den heer H.J. Gorter, te Zwolle’ is opgeheven; de ‘Machinerieën en Gereedschappen’ worden geveild.

Henri is dan al sinds mei 1902 getrouwd met Elisabeth Mackenzie, een dochter van een Rotterdamse handelaar in koffie en thee. Haar broer is Marie Henri Mackenzie, die na een carrière in zaken een bekende kunstschilder wordt, vanuit Amsterdam en Hilversum een volgeling van George Hendrik Breitner.

In 1910 verhuist het paar met hun twee kinderen naar Apeldoorn, waar zijn oude schaatsmaatje Ype Rodenhuis al meer dan tien jaar zaken doet in de houtbranche en gemeenteraadslid is. Henri vestigt zich er als ‘handelsagent’. In 1915 scheiden hij en Eizabeth, hij hertrouwt en krijgt nog een derde kind. Henri is vanaf 1906 een zeer actief bestuurslid van de snel groeiende Nederlandsche Motorwielrijdersvereeniging, die in 1904 is opgericht door de uitgever en motorenthousiast J.A. Boom uit Meppel en in 1917, mede door Henri’s activiteiten, Koninklijk wordt.

In de ochtend van 13 september 1918 begint Henri in Apeldoorn aan zijn fatale treinreis. Hevige regenval heeft bij Weesp de spoordijk van de brug over het Merwedekanaal verzwakt. De passerende trein veroorzaakt een grondverschuiving en rolt van het talud. De houten wagons versplinteren en zo vallen er 41 doden en 42 gewonden. Een verschrikkelijke ramp.

Het ongeluk heeft een eigen Wikipedia-pagina en wordt hier in minutieus detail gereconstrueerd. Het toeval wil dat er een fotograaf aan boord is van het magazine Het Leven, die de gevolgen vastlegt. Twee van die foto’s zijn te zien via de website van het Nationaal Archief.

Henri wordt zwaargewond vervoerd naar het Binnengasthuis in Amsterdam, waar hij ‘s-nachts overlijdt, 44 jaar oud. Op zijn begrafenis zijn wielrenner Pieter Hart Nibbrig en schaatser Ype Rodenhuis onder de aanwezigen, naast velen uit de Nederlandse motorwereld.